Alles is altijd fictie

Sophie van der Stap ontmoet de actrice die haar speelt in de verfilming van Meisje met Negen Pruiken.

De afgeleide van mijn fictionele zelf begint me rond bladzijde 75 behoorlijk de keel uit te hangen.

Terwijl ik dit schrijf staat mijn dubbelganger, mijn alter-ego, mijn fictionele zelf mij te ‘spelen’ op een filmset in Hamburg. De instructies zijn meer dan onduidelijk: „Lees Sophie, begrijp Sophie, ontmoet Sophie, maar creëer je eigen fictionele karakter. Zorg dat je zo dicht mogelijk bij het personage komt, maar blijf bij jezelf.” Rest mij de vraag, als ik straks voor een bioscoopscherm in Hamburg zit, of ik naar mezelf kijk, naar mijn fictionele zelf of naar een actrice. Alles is altijd fictie schreef de jonge Nederlandse schrijfster Daphne Huisden. Zou het?

Mijn debuut Meisje met Negen Pruiken dat vandaag verfilmd wordt, is zes jaar geleden uitgekomen. Meer dan drie jaar geleden heb ik in Parijs de filmrechten verkocht aan een Duits-Hongaarse producent, Andreas Bareiss genaamd. Gewoon omdat ook ik Zwartboek-producent San Fu een engerd vond. En omdat een producent met een Oscar op zijn naam (Nirgendwo in Afrika) het won van studio Gosschalk. Ik zat tussen Susanna en Katrin, mijn zes talen sprekende literaire agenten, en keek met natte ogen toe terwijl de Seine lag te schitteren in de zon. Daarna was er stilte. Af en toe een telefoontje of een e-mail met prangende vragen, maar bovenal drie jaren die kabbelend voorbij gingen.

Tot een paar dagen geleden. Nu ben ik meer in Hamburg dan in Parijs. Casting, styling, Drehbuch. Met natuurlijk de grootste vraag: wie gaat mij spelen?

Na een lange bespreking over het filmscript met regisseur Marc Rothemund (Sophie Scholl) en de schrijfster van het scenario, ontmoet ik mijn fictionele zelf in een restaurant. Zacht uitgedrukt: ich bin aufgeregt.

Uit de verte lacht een jonge brunette me toe. Ik herken haar lach; thuis heb ik haar al uitgemeten gegoogled. Ze is mooi, maar bovenal lief. En dat laatste helpt enorm als je tegenover je opgepimpte zelf plaatsneemt. Soms lijkt ze op mij en soms lijkt ze helemaal niet op mij. Of ik goed ben aangekomen? Wat ik van het script vind? Ik neem een slok wijn en voel mijn spieren ontspannen. Opluchting.

Terwijl ik de volgende dagen doorbreng met mijn fictionele zelf, via de actrice of met het Drehbuch onder de arm, vraag ik me af waar mijn fictionele zelf eigenlijk begint. Is het meisje uit mijn dagboek niet al een fictionele versie van mezelf? Of, om nog een stap verder te gaan, zijn wij zelf niet al een fictionele versie van onszelf omdat we zelf kiezen wat we aan de buitenkant dragen en wat we verbergen? Omdat wij zelf eigenaar zijn van onze maskers en woorden? Als dat zo is, kijk ik straks niet naar een afgeleide van mezelf, maar naar een afgeleide van mijn fictionele zelf.

Hmmm… Volgt u het nog? Ik niet, maar ik vind het eigenlijk wel een uitkomst dat ik mezelf helemaal niet kan kennen; de afgeleide van mijn fictionele zelf begint me met haar narcistische trekken rond bladzijde 75 van het Drehbuch behoorlijk de keel uit te hangen. Nietzsche zei: „Word wie je bent.” Bij gebrek aan een levende Nietzsche om mij uit te leggen wat hij daarmee precies bedoelde, hierbij een eigen bescheiden interpretatie: kijk verder dan waar je vandaan komt en jaag na wie je wil zijn. Ofwel: maak van je fictie je eigen realiteit.

Als ik het Drehbuch later vol krassen teruggeef en erbij zeg dat ik niet zo gecharmeerd ben van mijn fictionele zelf, kijkt Regisseur me schuin aan. „Je moet je eigen boek eens teruglezen.” Nee dankjewel. Laat mij maar een personage zijn. Alles is altijd fictie. Hè wat een uitkomst.

Schrijfster Sophie van der Stap (28) woont in Parijs maar is regelmatig in Hamburg, New York of Shanghai. Voor nrc.next schrijft zij om de week over het theater van de mensen in een grote stad.