Albrecht laat teugels in de finale vieren

Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Marc Albrecht. Gehoord: 15/10 Concertgebouw Amsterdam. Herh. 17/10. ****

Obsessieve liefde, wanhoop en een eeuwig onvervuld verlangen. Woelige emoties vormen de basis van de Symphonie Fantastique van Hector Berlioz, een werk dat dankzij Berlioz’ oor voor theatrale orkestkleuren daadwerkelijk klinkt als een knetterende hormonenbom. De beste uitvoeringen gaan dan ook vaak net óver het randje.

Zaterdag leek chefdirigent Marc Albrecht met zijn Nederlands Philharmonisch Orkest aanvankelijk een gematigder koers te varen. Het eerste deel werd een uitgebalanceerd portret van de zwijmelende minnaar, met zoete pijnscheuten en gecontroleerde erupties. De wals van Een bal kan minder log, de Mars naar het schavot nóg bedreigender.

Toch bleek er sprake van een doordacht strijdplan: Albrecht liet juist in de finale alle teugels vieren. De esklarinet mocht vals schmieren, zinderende charges herinnerden aan Strauss’ opera Elektra die hetzelfde gezelschap momenteel uitvoert bij De Nederlandse Opera.

Inspiratie kon het orkest opdoen bij de fenomenale klarinettist Kari Kriikku, die voor de pauze soleerde in Puro (1989) van de Finse componist Jukka Tiensuu. Hortende ritmische episoden doorsneden bevroren klankvelden. De klarinetpartij werd door het orkest geïmiteerd en vervormd. Grootste attractie bleek een psychedelische cadens, waarin Kriikku zijn instrument ongekend liet rochelen.