Klappen met de vlakke hand

Opnieuw krijgt de reputatie van het Nederlandse gewapend verzet een knauw. Maarten van Buuren onthult het andere gezicht van het verzet in het Westland. „Van hen werd ten onrechte een soort heiligenbeeld gecreëerd.”

Lein Francke was een vuile NSB’er. Een verrader die in de omgeving van zijn woonplaats Maassluis Joden en verzetslui had aangebracht. Tijdens zijn ondervraging op 8 mei 1945 had hij een zetje gekregen en was hij van de trap gevallen. Ongelukje. Hij overleed dezelfde dag nog aan zijn verwondingen. Niemand die er een traan om liet.

Dat is het verhaal zoals het tot op de dag van vandaag rondgaat in Maassluis. Francke had zijn verdiende loon gekregen, vonden en vinden veel van zijn plaatsgenoten. Maarten van Buuren (1948), hoogleraar moderne Franse letterkunde aan de Universiteit Utrecht en geboren Maassluizenaar, onthult in zijn dit weekend verschenen boek De afrekening. Ontmaskering van het gewapend verzet de ware toedracht van de dood van de NSB’er.

Ja, Francke was lid van de NSB, maar tijdens de oorlog had hij niemand verraden. Hij werd drie dagen na de Bevrijding zonder reden doodgeslagen door een aantal leden van het plaatselijke verzet. Ze stonden onder leiding van Piet Doelman, tuinder uit het Westland en commandant van de Binnenlandse Strijdkrachten in het district Zuid-Holland-Zuid. Een prominent verzetsstrijder.

Dit artikel werd gepubliceerd in NRC Handelsblad op Zaterdag 15 oktober 2011, pagina 24 - 25 . Abonnees kunnen het hele artikel hier lezen.