Zin in zuinig zijn

Slappe bleekselderij, restjes room, kippen-botjes en oud brood kunnen enorm inspireren.

en vleestax. Dat lijkt de Partij voor de Dieren wel haalbaar en ze gaan eraan werken. De vleestax zou in eerste instantie vooral voor ‘echt vlees’ moeten gelden, dus karbonades en zulke dingen, en in tweede instantie wellicht voor producten waarin vlees verwerkt is en voor zuivelproducten. Het idee is om de btw op vlees(waren) te verhogen van 6 naar 19 procent.

Zou het een goed idee zijn? Ik weet het niet zo. Niet dat ik geen afkeer heb van de kilo-knallers, de bio-industrie, de bespottelijk lage vleesprijzen, de dierenmishandeling in die grote productiefabrieken. Dat wel. En dat veel vlees eten het milieu niet ten goede komt, weten we nu ook wel.

Maar er zit iets schijnheiligs in. Als het om koeien gaat, bijvoorbeeld, is zuivel een veel grotere boosdoener dan vlees: het overgrote deel van de Nederlandse koeien zijn melkkoeien, met als bijproduct mestkalveren. Maar voor het beperken van de consumptie van melk, kaas, yoghurt, boter, kwark, room enzovoort bestaat geen draagvlak, die gelden als ‘vegetarisch’ en dus moet de vleeseter betalen.

Te duur

De geringere vleesconsumptie die het gevolg moet zijn van de maatregel, zal bovendien juist de boeren treffen die wel zorg besteden aan hun dieren en die dientengevolge tóch al wat meer voor hun vlees moeten vragen. Dat vlees wordt dan definitief te duur. De schaalvergroting zal juist toenemen, want iedereen weet wat er gebeurt als de marges krapper worden: dan gaat men meer produceren. Eventueel voor de export. De supermarkten voeren nog meer vlees uit de dierenmishandelingslanden in, want daar kan men goedkoper werken.

En, dat is het vervelendste, het is weer eens zo’n berisping. De mensen die vlees eten zijn fout. Ze moeten op hun kop krijgen.

Waarom wordt er, als het over dierenwelzijn en milieu gaat, vaak zo weinig stimulerends gedaan en zo veel bestraft, berispt, afgekeurd? Je doet het altijd verkeerd, hooguit eens wat minder slecht.

Een poosje geleden had Paul Luttikhuis in deze krant een interview met Michael Braungart, een van de twee bedenkers van het cradle to cradle-principe. Dat principe behelst in het zeer kort, dat afval niet iets is dat je moet zien kwijt te raken, maar dat het een rijkdom is, een grondstof. De dingen moeten zo geproduceerd worden dat ze, als ze ‘op’ zijn, weer opnieuw ingezet kunnen worden. Van de ene wieg naar de volgende wieg.

Mieren

Braungart ergert zich aan de milieubeweging, omdat die de mens als het kwaad beschouwt en vooral roept om ‘minderen’. We moeten niet minderen, zegt hij, een beetje minder is geen oplossing. We moeten het ánders doen. Niets in de natuur leeft zonder gebruik te maken van de aarde. Mieren, zegt hij, gebruiken net zoveel calorieën als 30 miljard mensen. Alleen geven zij alles ook weer terug. Mieren werken al volgens het cradle to cradle-principe.

Alles hergebruiken is niet altijd even gemakkelijk. Maar op etensgebied is het eigenlijk niet zo moeilijk. Alleen doen we het niet. We gooien schrikbarende hoeveelheden voedsel weg.

Het laatste nummer van het kooktijdschrift Delicious. heeft dat tot thema gemaakt, wat echt moedig is voor een blad dat het moet hebben van het aantrekkelijke van koken, en beslist niet van allerlei verboden. Dus hebben zij het op een manier gedaan die je zin geeft in zuiniger zijn. Omdat het niet over zuinig gaat, maar over het plezier van koken met restjes, het plezier van álles gebruiken, van kippenbotjes tot het groen van de prei, van oud brood tot blikjes die over de datum zijn. Dat levert geen troosteloze vuilnisbakkengerechten op, maar juist enorm veel inspiratie.

Eigenlijk begin je, als je deze Delicious. leest, te hopen dat er allerlei rare verflensende groenten in je ijskast liggen: dan kun je eindelijk eens leuk creatief in de weer! Vrijheid! Geen recepten, maar echt koken!

Natuurlijk geeft het blad wel recepten, daarvoor is het een kooktijdschrift, maar het komt ook met allerhande tips voor het verwerken van oude ingrediënten en met tips voor het beter inslaan, beter opbergen en beter bewaren van wat er in huis gehaald wordt.

Want ‘we’ gooien gemiddeld wel veertig kilo voedsel per persoon per jaar weg, sommige bronnen zeggen zelfs: wel vijftig kilo.

Dat doe je zelf ook. Echt waar. Behalve die paar mensen die dat niet doen. Maar denk eens aan alle beschimmelde boterhammen, de restjes die achter in de ijskast uit het zicht zijn gaan staan bederven, de verschrompelde worteltjes en slappe bleekselderie uit de groentela, de halve blikjes tomatenpuree, de uitgelopen uien en aardappelen, de restjes slagroom en zure room die naar kaas zijn gaan ruiken, de boter die naar kaas is gaan ruiken, de kaas die een zweterige korst is geworden, de muffe amandelen, het kontje worst waar een zure lucht aan hangt, de drie plakjes lichtgroene ham, de glazig geworden gekookte aardappelen, de keiharde ontbijtkoek of de koekjes die slof zijn geworden in de trommel. Voor mijn geestesoog verschijnt een ware dodendans van voorbije etenswaren die soms op de composthoop gaan, en vaak in de vuilnisbak verdwijnen.

Niet zo best.

We maken buitenlandse gerechten die speciaal bedoeld zijn om restjes op te ruimen, zoals panzanella of ribollita zonder ook maar één restje te verwerken en smijten bij het maken weer heel veel weg. We lijken wel gek. Wie maakt er nog wel eens wentelteefjes? Broodschoteltjes?

Nieuw leven

Je voelt dat je je leven wilt beteren. Om de wereld te redden natuurlijk, maar ook omdat het veel leuker is om uit te gaan van wat er is, dan van wat je zou willen dat er was. Die ene zoete aardappel die al weken in de groentela ligt, krijgt een nieuw leven in een ovenschotel met room, knoflook, salie en twee gewone aardappelen. Of in een kruidig schoteltje met sinaasappel en specerijen.

Het plakje omkrullend pekelvlees wordt tot een soort pastrami gemaakt door in boter een half teentje knoflook, wat koriander en grof gemalen peper te stoven, en daar even dat pekelvlees bij, en dat op brood – mmm!

Of maak ik van de zacht wordende appelen en aardappelen hete bliksem, met dan eindelijk eens dat hoopvol ingevroren stuk varkens-buik uit de vriezer?

Want ook in de vriezer liggen veel verse en bereide waren een stille dood te sterven. Het komt immers maar al te vaak niet uit om iets te ontdooien, omdat je het te laat bedenkt en omdat ontdooien eigenlijk langzaam, en rustig moet gebeuren om de cellen van vlees en vis niet te beschadigen. Dus dan doe je het maar niet. En dan ligt het eens zo smakelijke gerecht zo lang in de kou dat alle smaak verdwenen is. Want smaak verdwijnt na een poosje.

We gaan het dus anders doen. Zonder vleestax, maar met minder vlees en meer creativiteit. Cradle tot cradle. Alles wordt nieuw.