Zelfportret van wervels

Voor veel websites en kranten was het nieuws te verleidelijk om te laten liggen. ‘Hol van de Kraken ontdekt’. ‘Mythisch zeemonster bestond echt’. ‘Wetenschappers bewijzen bestaan hyperintelligente mythische octopus’.

Maar wie het persbericht waarop deze berichtgeving is gebaseerd leest, vindt niet het bewijs waarover gerept wordt. Een wetenschapper is er wel. Paleontoloog McMenamin van Mount Holyoke College gaf in oktober een lezing, waarin hij het bestaan van een gigantische octopus betoogde.

McMenamin baseert zijn fantasie op fossielen die in 1950 in Nevada zijn ontdekt. Het zijn de versteende wervels van ichtyosauriërs, zeereptielen ter grootte van een walvis. In het persbericht wijst McMenamin voortdurend op de ‘vreemde’ en ‘eigenaardige’ manier waarop de wervels naast elkaar liggen. Daar is maar één verklaring voor, denkt McMenamin: een gigantische inktvis heeft de metersgrote dieren met zijn tentakels gevangen, hun botten gebroken, de lichamen mee de diepte in gesleurd en de wervels keurig gerangschikt in zijn hol.

Het dier moet uitzonderlijk slim zijn geweest. Misschien wel de slimste ongewervelde die ooit heeft geleefd. En zie, een artistieke inslag had het ook. Want de wervels zijn niet zomaar neergelegd, ze vormen een waar zelfportret: zuignapjes in tentakelvorm.

Collega’s gniffelden bij het horen van de presentatie. Zij konden de bedenksels van McMenamin onmogelijk serieus nemen. Wat zorgwekkend is, schrijft Brian Switek op zijn paleontologieblog Laelaps, is dat veel wetenschapsjournalisten het verhaal wél geloofden en klakkeloos overnamen in hun artikelen.

Journalisten hadden de hype eenvoudig in de kiem kunnen smoren, zegt Switek. Eén second opinion van een expert was genoeg geweest om het hele verhaal te ontkrachten.

Switek haalt de begaafde wetenschapscommunicator Carl Sagan aan, die ooit zei dat extraordinary claims require extraordinary evidence. Dat geldt evengoed voor snelle neutrino’s, als voor mythische zeemonsters.

Lucas Brouwers