Wiegel noemt adverteren voor onderkoning flauwekul

In 1980 hielp minister Wiegel snel een CDA-collega naar de Raad van State. Nu treuzelt het kabinet. „Donner niet benoemen beschadigt hem.”

Het aanwijzen van een nieuwe vicepresident van de Raad van State hóéft geen maanden te duren. Precies drie weken had het kabinet-Van Agt in 1980 nodig om Willem Scholten te benoemen, als opvolger van vicepresident Ruppert.

CDA’er Scholten was toen minister van Defensie, en ook nu maakt een CDA-bewindspersoon grote kans op het vicevoorzitterschap: Piet Hein Donner (Binnenlandse Zaken). Net als toen heeft de oppositie moeite met de gang van zaken.

Eén verschil: dertig jaar geleden was er kritiek op de „de razendsnelle spoed die met dit kabinetsbesluit is betracht”, zoals oppositieleider Joop den Uyl (PvdA) toen zei. Nu duurt het benoemingsproces pijnlijk lang. Hans Wiegel (VVD) was in 1980 als minister van Binnenlandse Zaken verantwoordelijk voor de benoemingsprocedure.

U vindt dat de benoeming nu nogal lang op zich laat wachten?

Wiegel: „Ja, ik snap niets van de rare kronkelweg die het kabinet hierin neemt. Al maanden is duidelijk dat Tjeenk Willink opstapt. Dan lijkt het me vrij eenvoudig om snel te handelen. Ik heb destijds, nadat toenmalig vicepresident Marinus Ruppert zijn ontslag bij mij had aangekondigd, direct de week erop vertrouwelijk met de leden van de Raad van State gesproken. Zij kwamen met twee namen: een PvdA’er en een CDA’er. Ruppert en ik vonden beiden onvoldoende geschikt voor zo’n zware functie en kwamen op Scholten uit.

„Na nog een overleg gaf de Raad in een profielschets een signaal waaruit ik opmaakte dat wat hen betreft Willem Scholten ook geschikt zou zijn. Diezelfde dag nog belde ik met minister-president Van Agt en de minister van Justitie. Wij waren het snel eens. Toen bleek dat Scholten wilde, besloten we twee dagen later in de ministerraad tot zijn benoeming en diezelfde vrijdag nog had de koningin het besluit ondertekend.”

In uw tijd schreef de wet nog geen openbare advertentie voor.

„Die advertentie is window dressing. Je reinste flauwekul en louter voor de bühne. Bovendien leidt die zogenaamde openbaarheid er nu toe dat bijna álles al op straat ligt. Pijnlijk.”

Ligt dat aan het kabinet, of is ook de tijdsgeest veranderd?

„Het kabinet is verantwoordelijk voor de gang van zaken rond deze benoeming, en die is verre van adequaat. Gewoon niet besluitvaardig. Ik heb toentertijd met niemand overleg gepleegd, met geen enkele fractievoorzitter. Dat hóórt ook niet.

„Waarschijnlijk heeft het kabinet zichzelf geen tijdpad gesteld. Dan krijgt iedereen de kans om zich ermee te bemoeien. Ook politici die hier niets mee te maken hebben, en dat gebeurt meer dan vroeger. Zoals die mevrouw Peetoom, voorzitter van het CDA, die in het openbaar zegt dat Donner geschikt is. Het is in het geheel niet aan haar zo’n uitspraak te doen. Zij gáát daar niet over.”

Minister Opstelten heeft de taken rond de benoemingsprocedure nu overgenomen. Wat zegt dat?

„Die verschuiving van verantwoordelijkheid betekent dat deze benoeming Piet Hein Donner niet meer kan ontgaan. Als Donner nu géén vicepresident wordt, zou dat een grote beschadiging voor hem betekenen. En voor het kabinet.”