Tekorten pensioenfondsen groeien weer, ingrijpen lijkt onafwendbaar

Opnieuw zitten veel pensioenfondsen in de problemen. Mede door de eurocrisis. Kan minister Kamp harde ingrepen nóg een keer uitstellen? De keuze is tussen tijdelijke rust of een lege pensioenpot

Een groot aantal pensioenfondsen staat er financieel zo slecht voor dat ze harde maatregelen moeten nemen. Het gaat om 150 pensioenfondsen, ruim 1 op de 3, die moeten korten op de pensioenuitkering of de pensioenpremie fors moeten verhogen. Dat bevestigen goed geïnformeerde bronnen in de pensioenbranche.

De beslissing om te korten óf de premie te verhogen, moet in het voorjaar van 2012 worden genomen. De maatregelen worden vervolgens in 2013 van kracht. Als pensioenfondsen tot korten besluiten, krijgen minimaal 1,5 miljoen pensioendeelnemers daar direct mee te maken. Daarbij gaat het niet alleen om gepensioneerden die hun pensioen zien slinken, maar ook om werkenden die hun pensioenopbouw zien afnemen. Gaan de premies omhoog dan treft dat werkenden en werkgevers. Werknemers betalen grofweg eenderde van de premie, werkgevers tweederde.

Sommige pensioenfondsen overwegen te snijden in het nabestaandenpensioen of zoeken elders in de pensioenregeling naar mogelijkheden om de dekkingsgraad op te vijzelen. De dekkingsgraad geeft de verhouding weer tussen het vermogen en de toegezegde pensioenen en die is bij vele fondsen te laag. Die moet minimaal 105 procent bedragen. Volgens de laatste cijfers van De Nederlandsche Bank hebben 200 fondsen, bijna de helft, een tekort. Bij driekwart daarvan zijn de problemen zo groot dat drastische maatregelen onvermijdelijk zijn.

Het is niet de eerste keer dat pensioenfondsen in de problemen komen. In 2008 daalde hun belegd vermogen drastisch door de kredietcrisis en de onrust op de financiële markten. De fondsen kregen toen extra lang de tijd (vijf in plaats van drie jaar) om zich te herstellen.

De hoop was destijds dat als de Westerse economieën zich zouden herstellen van de crisis, pensioenfondsen er vanzelf weer bovenop zouden komen. Aanvankelijk nam eind vorig jaar de financiële gezondheid van pensioenfondsen inderdaad toe. Maar de aanhoudende onrust op de financiële markten, de eurocrisis en de lage rentestand zorgen er de laatste tijd voor dat de dekkingsgraden toch weer dalen. Daardoor voldoen veel fondsen niet aan hun eigen herstelplannen. Dit keer moeten ze van toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) wel ingrijpen.

Onder de pensioenfondsen die hun dekkingsgraad de afgelopen maanden zagen dalen bevinden zich grote partijen als ABP (2,8 miljoen deelnemers uit de ambtenarij), Zorg & Welzijn (1,1 miljoen deelnemers uit de gezondheidszorg) en PME (680.000 deelnemers uit de de metalektro-industrie). ABP bijvoorbeeld zag de dekkingsgraad in vier maanden tijd dalen van 112 procent in juni tot circa 90 procent in oktober, ruim beneden de grens van 105 procent.

Als de fondsen hun financiële problemen niet onder controle krijgen zal het aantal mensen dat met de harde maatregelen te maken krijgt veel groter zijn dan de huidige 1,5 miljoen.

De pensioenwet verplicht noodlijdende pensioenfondsen om eerst premies te verhogen en pensioenen niet te corrigeren voor prijsstijgingen. Pas daarna mogen ze korten op pensioenen. Veel fondsen besluiten volgend voorjaar inderdaad de premies te verhogen, zo is de verwachting in de pensioenbranche. Maar een premieverhoging alleen is niet voldoende om de fondsen uit de financiële problemen te halen. Vandaar dat korten op pensioenen ook waarschijnlijk is.

Minister Henk Kamp (Sociale Zaken,VVD) toonde zich vorig jaar al huiverig voor een forse verhoging van de premies. De pensioenpremies zijn al hoog: ze verdubbelden sinds het midden van de jaren negentig. Ze verhogen de loonkosten voor werkgevers, drukken de koopkracht van werknemers en zijn daardoor „schadelijk voor het economisch herstel, de werkgelegenheid en de concurrentiepositie”, zo schreef Kamp vorig jaar november in een brief aan de Tweede Kamer.

De minister kwam toen een aantal noodlijdende pensioenfondsen tegemoet met een tijdelijke maatregel die moest voorkomen dat de fondsen hun premies met 20 tot 30 procent moesten verhogen. Die pensioenfondsen hoefden in 2011, bij wijze van uitzondering, geen premieverhoging door te voeren. Maar Kamp stelde toen wel dat in 2012 de eis van DNB weer geldt dat de pensioenpremies kostendekkend moeten zijn en moeten bijdragen aan herstel van de dekkingsgraad.

De vraag is hoe coulant Kamp en toezichthouder DNB zich dit keer opstellen tegenover noodlijdende pensioenfondsen. Eisen ze harde maatregelen of geven ze pensioenfondsen opnieuw een jaar extra om de vermogens te herstellen? Dan zouden fondsen dus tot 2014 de tijd hebben de problemen op te lossen.

2014 is ook het jaar dat het pas afgesloten Pensioenakkoord ingaat. In dat akkoord is geregeld dat pensioenfondsen meer handelingsvrijheid krijgen als het gaat om het wel of niet verhogen van premies. De verleiding is dus groot om in 2013 pensioenfondsen nog even te vrijwaren van harde ingrepen. Dat voorkomt onrust en economische schade.

Maar een beslissing om premies niet te verhogen, heeft ook grote gevaren. Het risico bestaat dat de pensioenpot leeg raakt en het pensioen voor toekomstige generaties op is.

Achter de schermen wordt over het premiebeleid inmiddels druk overlegd tussen ambtenaren van Kamp, medewerkers van De Nederlandsche Bank en een groot aantal pensioenfondsen. Vooralsnog houdt DNB vast aan de eis dat pensioenpremies kostendekkend moeten zijn en dus volgend jaar omhoog moeten. Tegelijkertijd steggelen pensioenfondsen met DNB en het ministerie over het wel of niet korten van pensioenen. Veel pensioenfondsen korten liever niet. DNB vindt dat pensioenfondsen de problemen niet langer voor zich uit kunnen blijven schuiven.