Straatverlichting

Nederland - Rotterdam - 13-03-2009 Vliegveld airport Rotterdam ( zestienhoven ) , boeing 737 van Transavia vliegt boven verlicht Rotterdam opweg naar Schiphol. Vliegtuigmotor met op de achtergrond de lichtstrepen door beweging van de verlichte stad. Foto: Sake Elzinga

In deze tijd van het jaar gaat in Amsterdam om omstreeks zeven uur de straatverlichting aan. Ergens in een elektrische centrale zitten twee mensen, veronderstel ik. Een technicus met zijn hand aan de schakelaar en een lichtexpert die beoordeelt hoe ver de mensen op straat nog kunnen kijken.

Is het al zo ver, vraagt de technicus. Hij wil naar huis. Nog even wachten, zegt de expert. Ook hier moet worden bezuinigd. En door hoeveel duizenden lampen wordt de stad openbaar verlicht? Als je deze schakelaar vijf minuten later overhaalt, kun je ik weet niet hoeveel megawatt besparen en van het geld dat op deze manier wordt gewonnen, kan de gemeente weer allerlei nuttige dingen doen.

Intussen zit ik voor het raam de duisternis te meten, kijk naar de langzaam in de schemering verdwijnende straathoek, de relatief toenemende helheid van de lampen die de verre overburen al hebben aangestoken, en ik maak een schatting. Over vijftig tellen is het zo ver. Ik tel tot vijftig, het is nog donkerder geworden. Misschien wordt de besluitvaardigheid van de heren in de centrale bevorderd als ik een sigaret opsteek. Macht der eigenen Gedanken, noemde Freud dat.

En geloof het of niet: dit helpt. Als door een wonder gaan de lichten aan. In het lange perspectief van de straat waar ik schuin in kijk, aan de overkant van de gracht, overal. Ik doof mijn peuk, de stad is aan haar avondleven begonnen.

Ik verdiep me in de geest van de mensen die dit technisch wonder elke avond voor hun rekening nemen. Beseffen ze hun macht? Ik zou wel eens boven een stad willen vliegen terwijl daar het ogenblik van de verlichting aanbreekt. New York zou het mooist zijn, maar Edam of Kampen lijken me ook in orde. Het gaat om het moment van de verheffing uit de duisternis en de machtige hand die dit tot stand brengt. Ja, als je thuis het licht aandraait, doe je in principe hetzelfde. Maar stel je voor dat je op dit grote ogenblik op weg naar Schiphol boven Haarlem vliegt en beneden je wordt plotseling een deel van de aarde verlicht, de stad met zijn ingewikkelde patroon van straten en pleinen. De volgende fase van de schepping.

Het kan ook andersom. Terwijl je hoog boven zo’n zee van lichten vliegt, wordt het daar plotseling aardedonker. Kortsluiting, dacht je nog een jaar of tien geleden. Nu kun je ook veronderstellen dat daar terroristen aan het werk zijn. Misschien zie je de volgende stad ook van de kaart verdwijnen. Het is al eerder gebeurd. In de nacht van 9 op 10 november 1965 verdween een groot deel van Noordwest-Amerika in het donker. Door een menselijke fout zaten 30 miljoen mensen zonder elektriciteit. Dat heeft de hele nacht geduurd. Commentatoren voorspelden dat er in augustus 1966 een baby boom zou komen. Dat is toen geweldig meegevallen en hoewel het midden in de beruchte jaren zestig gebeurde, is er ook niet geplunderd.

Bij de volgende grote verduistering ging het heel anders toe. In de nacht van 13 op 14 juli 1977 doofde in New York het licht. De stad was getroffen door een lichte recessie en bovendien heerste er al dagen een hittegolf. Dat is een ander soort warmte dan bij ons. Ik citeer Jean-Paul Sartre: dit is geen klimaat, het is een ziekte van de dampkring. Er werden 1.656 winkels geplunderd 1.037 branden gesticht en er is voor 300 miljoen dollar schade aangericht. Time heeft er zijn omslagverhaal aan gewijd; dat nummer heb ik bewaard. De cijfers heb ik uit Wikipedia.

Vorige week ben ik teruggekomen van een Grieks eilandje waar met enige regelmaat het licht uitgaat. Niemand weet hoe dat komt, niemand weet waardoor het weer aangaat. Het duurt in elk geval niet lang. Misschien is het een kleine waarschuwingsstaking, misschien heeft iemand bij een verbouwing een kabel geraakt en daarna de eindjes vlug weer aan elkaar geknoopt. Zo’n tijdelijke verduistering heeft iets avontuurlijks, en mij stemt het ook even een beetje melancholiek. Het doet me denken aan de Hongerwinter toen er een half jaar helemaal geen elektriciteit was, de scholen gesloten waren, en wij jongens van een jaar of zestien – ik moet het bekennen – rovend en plunderend door de stad trokken. Tot uiterlijk zes uur ’s avonds, want dan begon de spertijd, de Sperrzeit. Dan moest je binnen zijn.

Nu hoor ik al een paar dagen op het nieuws dat de blackberry’s het niet goed doen. Een blackberry is een soort telefoontje waarmee je van alles en nog wat kunt doen, toegang hebt tot praktisch het hele digitale paradijs. Geen wonder dat de gebruikers radeloos zijn, zich verbannen voelen. Ik ken het.

Als op dat Griekse eilandje mijn netwerk het verdomt, voel ik me van de planeet verbannen. Maar troost u zich: voorlopig zijn onze technici voor geen gat te vangen. Voor mijn deur brandt de straatverlichting. Onze anonieme tovenaars hebben hun plicht weer gedaan.