Smoezen in de struiken

Als een grijze junco zijn territorium verdedigt, dan klinkt dat een beetje zoals een scooteralarm. Maar dan met onderbrekingen: Iewiewiewiewiewiewiewiew – stilte – Iewiewiewiewiewiewiew. En een stuk zachter, want deze Noord-Amerikaanse vogeltjes zijn maar klein. Stel je een opgeblazen mus met donkergrijze veren voor. Zo ziet een junco er ongeveer uit.

Zijn alarmsignaal is dus veel opvallender dan hijzelf. ‘Kom niet dichterbij’, zegt het. ‘Hier zit ik!’ En wie heel eigenwijs wél verder vliegt, moet rekenen op flinke ruzie.

Maar echte grote ruzie ontstaat vooral door iets heel anders: door een lieve zachte melodie. Dat ontdekten Amerikaanse biologen. Zij namen junco-gefluit op en speelden het af in bossen en parken. Het scooteralarm dus, maar ook die zachte en veel spannender melodie. En die maakte junco-mannetjes razend. Vooral als het romantische liedje smoezend in het groen rondzong, waar net hun ‘eigen’ vrouwtje bezig was een nest te bouwen.

Is dat heel vreemd? Niet echt. Zo’n alarmsignaal zegt meestal niet meer dan: hoor, de buurman verdedigt zijn plek. Daar haalt een beetje junco-man zijn schouders over op. Maar een indringer die zit te smoezen in de struiken, misschien wel met het junco-vrouwtje... Dat is een ander verhaal. Het zou niet voor het eerst zijn dat een nest zomaar gevuld werd met indringereitjes. Erop af dus!

Tenminste, de biologen denken dat het zo zit. Die zoete melodie móet wel bedoeld zijn om vrouwtjes te verleiden, schrijven zij (in The American Naturalist, oktober). Waarom worden die mannetjes anders zo furieus? De biologen willen nu nog veel meer vogelmelodietjes gaan opnemen en afspelen. Ook de allerfluisterzachtste. Want wie alleen maar naar het luidste kabaal luistert, zeggen zij, begrijpt de taal van de vogels maar half. Of misschien nog minder.

Margriet van der Heijden