'Schuld op schuld stapelen is geen oplossing'

Vertrekkend directielid Jürgen Stark van de Europese Centrale Bank maakt zich zorgen over het vermogen van politici om de eurocrisis op te lossen. Hij pleit voor een ‘fundamentele heroverweging’ van de economie. „Europese politici volgen de publieke opinie, in plaats van haar te leiden.”

Former chief economist of European Central Bank (ECB) Juergen Stark reacts during a meeting in Vienna September 15, 2011. REUTERS/Herwig Prammer (AUSTRIA - Tags: BUSINESS HEADSHOT) REUTERS

Jürgen Stark zal het uitzicht nog gaan missen. Als directielid van de Europese Centrale Bank heeft hij een ruime hoek-kamer op de 34ste verdieping van het ECB- gebouw, middenin Frankfurt. De skyline wordt gedomineerd door hoge bankgebouwen, verrezen op plekken die tijdens de oorlog waren gebombardeerd. Verderop wordt, aan de Main, het nieuwe ECB-hoofdkwartier gebouwd. Dat moet in 2014 klaar zijn. In deze woelige tijden denkt de bezoeker onwillekeurig: gaan ze dat halen? En als de euro bezwijkt, wat blijft er dan van financieel centrum Frankfurt over, nu een van de rijkste steden van Duitsland? Stark heeft weinig geduld met dit soort vragen. „De euro bezwijkt niet”, zegt hij streng.

Op de vraag waarom hij in september ineens aankondigde dat hij vertrekt bij de ECB, geeft Stark (1948) minder resoluut antwoord. De officiële reden is ‘persoonlijk’. Er zijn maar weinig mensen die dat geloven – al zeggen betrokkenen dat hij nu rustiger is, minder gespannen, alsof er een last van zijn schouders is gevallen. Starks termijn, die begon in 2006, loopt pas in 2014 af. Men zegt dat deze voormalige vicepresident van de Duitse Bundesbank – wiens professionele leven al 23 jaar verknoopt is met de Europese Monetaire Unie (EMU) en later de euro – opstapt omdat hij het oneens is met de koers die de ECB tijdens de crisis vaart. Hij staat bekend als een havik, die principiële bezwaren heeft tegen het feit dat de Bank sinds 2010 staatsobligaties opkoopt van eurolanden als Italië en Spanje. Zijn vertrek – hij wordt in januari opgevolgd door Jörg Asmussen, nu Duits staatssecretaris van Financiën – schokte politici en beleggers. Is dit, kort na Axel Webers vertrek bij de Bundesbank, opnieuw een teken dat een Duitser zich slecht thuis voelt bij de ECB? Valt de Bank, uitgegroeid tot een van Europa’s belangrijkste crisisbestrijders, juist nu aan interne twisten ten prooi?

„Ik heb aangekondigd dat ik om persoonlijke redenen vertrek”, zegt Stark, die vóór de euro weleens voorgesteld werd met de woorden „De naam is Stark, zoals de Deutschmark”. „Vandaag ga ik er niets méér over zeggen. Ik ben van plan nog 2,5 maand bij de ECB te blijven. Misschien overweeg ik tegen die tijd meer te zeggen.”

Waarom niet nu?

„Ik ben loyaal aan deze instelling.”

Vóór de crisis was de Europese Centrale Bank een ‘normale’ centrale bank. Ze zorgde voor prijsstabiliteit: ze moest prijzen stabiel houden. Nu is ze een machtige politieke instelling die banken en landen overeind houdt. ECB-president Jean-Claude Trichet is een sleutelfiguur op het Europese politieke toneel.

Heeft u problemen met deze evolutie?

„Ons mandaat is zorgen voor prijsstabiliteit. Dat is in het Europees verdrag vastgelegd en staat in onze statuten. Daar zorgen we dus voor. Tegelijkertijd: dit zijn geen normale tijden. De speciale maatregelen voor banken die de ECB heeft genomen in augustus 2007, in oktober 2008 en vorige week, dienen een duidelijk doel: het helpt ons om dat mandaat beter uit te voeren.”

Verwijzen die drie data naar beslissingen van de ECB om banken goedkope leningen te verstrekken tegen gunstige voorwaarden?

„De impulsen die wij geven via de korte-termijnrentes [rente waartegen banken bij de ECB geld kunnen lenen, red.], hebben uiteindelijk effect bij huishoudens en het bedrijfsleven. In normale tijden zijn zulke aanvullende maatregelen niet nodig, maar nu functioneren de geldmarkten niet goed. We moeten ervoor zorgen dat solvabele banken, dus banken die in de kern gezond zijn, niet omvallen doordat er een gebrek aan liquiditeit is.”

U verdedigt alleen de hulp die de ECB aan banken geeft. De Bank koopt ook staatsobligaties op, omdat niemand anders het doet. Vindt u dat regeringen méér moeten doen?

„Tijdens de economische crisis traden regeringen kordaat op – hoewel sommigen misschien te lang doorgingen met hun stimuleringsprogramma’s, toen de economie allang weer aantrok. Maar hun reactie tijdens de schuldencrisis was te langzaam. Europese regeringen hebben een half jaar verloren doordat ze Griekenland niet meteen, eind 2009, dwongen tot keiharde maatregelen. In Athene en andere hoofdsteden hadden ministers en regeringsleiders niet door wat er op het spel stond. In de eerste helft van 2010 trad besmetting op. Het risico verspreidde zich al naar andere landen. Toen begon, najaar 2010, de discussie over banken die moesten meebetalen. Dat heeft de situatie verergerd. Dit schiep méér onzekerheid. Ook werd het pakket voor Griekenland hierdoor duurder voor regeringen.”

Waarom? Omdat regeringen extra geld moesten uitgeven om de risico’s van die private betrokkenheid af te dekken?

Stark somt op: „Ja. 35 miljard voor zogenaamd credit enhancement zodat banken voldoende onderpand hebben om mee te doen aan herfinancieringstransacties van de ECB. Plus 20-25 miljard voor de zogeheten debt exchange met het [noodfonds] EFSF. Plus nog eens 35 miljard aan garanties voor banken. Dit komt bovenop het tweede pakket leningen van 109 miljard. Zo werd het duurder voor regeringen dan als de banken niet zouden meebetalen.”

De ECB was van begin af aan tegen.

„Burgers vragen waarom zíj het hele pakket voor Griekenland moeten financieren, en niet diegenen die de risico’s namen. Ik begrijp die vraag volkomen. Maar eurolanden zijn ontwikkelde economieën. Overheden moeten hun verplichtingen nakomen, net als anderen. Ze kunnen niet zomaar tegen beleggers zeggen: wij veranderen jullie contracten. Dat fundamentele principe hebben ze geschonden. Dat maakt dat Europa er voor beleggers uitziet als een erg riskante regio om in te investeren. Erger nog: regeringen zorgden er niet meteen voor dat de ándere beslissingen die ze op 21 juli namen, ook uitgevoerd werden.”

U bedoelt het besluit om het noodfonds EFSF uit te breiden en staatsobligaties te laten opkopen, waar de Slowaken deze week mee worstelden?

„Sommigen dachten: och, het is zomervakantie, we hebben genoeg tijd [om nationale parlementen erover te laten stemmen]. Maar er was geen tijd. De turbulentie op de markten begon vrij snel.”

Intussen zou bondskanselier Merkel een ‘georganiseerd faillissement’ van Griekenland overwegen. Wat vindt u?

„Ik ben niet verantwoordelijk voor wat er bediscussieerd en besloten wordt op het hoogste politieke niveau. Wat wij fijn zouden vinden, is dat politici eindelijk hun eigen besluiten van 21 juli uitvoeren. Verder heb ik hier niets over te zeggen.”

Zijn de politici incapabel?

„Dat is uw conclusie.”

Ik vraag het u.

„In een democratisch systeem kun je burgers geen beslissingen opleggen. Je moet alles uitleggen om hun steun te krijgen. Maar ministers en parlementariërs zitten met deze complexe onderwerpen in hun maag. Ze moeten doortastend optreden, en tegelijkertijd weten ze niet hoe ze het helder moeten uitleggen. Het gevolg is dat Europese politici de publieke opinie volgen, in plaats van haar te leiden. Dat leidt tot een soort renationalisatie van de Europese politiek. In één euroland kan een misverstand rijzen dat Europese crisisbestrijding hindert en vertraagt, omdat leiders dat misverstand niet corrigeren. Daardoor is de crisis nog steeds niet opgelost.”

Zó moeilijk is het toch niet? Banken wankelden doordat ze te veel schuld hadden. Regeringen namen die schuld over. Dus hebben regeringen nu een probleem.

„De financiële crisis is maar een klein deel van het verhaal. Belangrijker is dat zowat alle eurolanden te veel schuld en te hoge begrotingstekorten hebben. Niet alleen Griekenland, Portugal en Ierland, maar álle landen. Onze mindset moet veranderen. Het kan niet doorgaan, dat we schuld op schuld blijven stapelen. We leggen dat allemaal op de schouders van volgende generaties. Totaal onverantwoordelijk.”

Duitsland en Nederland hebben veel geld in bankgaranties en -kapitalisaties gestoken. De schuldencrisis los je toch niet meer op met bezuinigen alleen? De Britse premier Cameron zegt dat er een ‘big bazooka’ nodig is.

„Ik houd niet van die oorlogstaal. De enige oplossing is schuldenreductie: minder uitgeven, meer hervormen. Het alternatief is méér geld uitgeven aan crisisbestrijding. Maar waar komt dat geld vandaan? Waarvoor wordt het gebruikt? We moeten naar een fundamentele heroverweging van onze economieën. Het groeimodel van de laatste 15 jaar bestond uit lage rentestanden en dus veel schuld bij overheden en bedrijven. Schuld was te goedkoop. Daarom hebben we nu problemen. We hebben een nieuw groeimodel nodig. Meer schuld opbouwen is geen oplossing. Sommigen zeggen dat we 1 biljoen euro nodig hebben om de crisis te stoppen. Wat koop je daarmee? Alleen tijd. Tijd waarvoor? We hebben niet meer geld nodig, maar politici die de leiding nemen.”

Wordt de ECB ook gerenationaliseerd? Noorderlingen noemen de aanstaande bankpresident Mario Draghi ‘een zuiderling’. Zij zouden zich ‘steeds minder thuisvoelen’ bij de Bank.

„Tot op zekere hoogte begrijp ik dat dit wordt gezegd. Maar in de directie, waar ik in zit, speelt dit niet. Directieleden worden benoemd door regeringen van landen in de eurozone en nationaliteit is geen selectiecriterium.”

Is uw relatie met Berlijn onbelangrijk?

„Totaal onbelangrijk. Centrale bankiers zijn onafhankelijk.”

Peilingen laten zien dat het vertrouwen van burgers in de ECB afneemt, vooral in noord-Europa. Vindt u dat zorgelijk?

„Ja, maar het belangrijkste meetmiddel is toch of we ons mandaat goed uitvoeren. Dat lees je af aan de inflatieverwachtingen in de eurozone. Op inflatiegebied hebben wij een beter track record dan landen die vóór de EMU het best presteerden op dat gebied: Duitsland, Nederland en, begin jaren negentig, Frankrijk.”

In juli verhoogde de ECB de rente. Hoe verdedigt u dat besluit in een stagnerende economie?

„Het is niet nodig om die beslissing te verdedigen. We hebben de rente tweemaal verhoogd dit jaar. Dat gebeurde na grondige analyse en was volledig gerechtvaardigd: de economie stabiliseerde, prijsdruk sloop erin. Veel leden van onze raad van bestuur [centrale bankdirecteuren uit zeventien eurolanden plus de zes ECB-directieleden, red.] vinden dat we moeten leren van fouten uit het verleden. Dat rentes te lang te laag waren, heeft de crisis in de hand gewerkt. Dan worden regeringen niet gestimuleerd om hun schulden te verminderen.”

Bent u, als directielid met economie in uw portefeuille, degene die het rentebesluit neemt?

„De voorbereiding gebeurt bij mij, maar het hele college van 23 leden van de raad van bestuur beslist.”

Het verhaal gaat dat uw voorganger Otmar Issing het besluit in een gesloten envelop op tafel legde, zonder dat zelfs Bankpresident Duisenberg wist wat erin stond.

„Onzin. Zo is het nooit gegaan en zo gaat het ook nu niet. Ik verzorg de analyses en bereid een voorstel voor, maar de beslissing wordt door alle 23 genomen. Na veel discussie: zij hebben eigen meningen, achtergronden en ervaringen.”

Hoe zullen historici over, zeg, 50 jaar over de rol van de Bank oordelen?

„Dat hangt af van de Zeitgeist die er dan heerst. Vol waardering misschien, of radicaal anders. En u weet: ze hebben nog altijd niet het definitieve oordeel over de rol van centrale banken tijdens de Grote Depressie, tachtig jaar geleden.”