Puur purisme

Een echte cabriolet heeft een stoffen kap. Dat is precies de reden waarom Volkswagen naast de coupé-cabrio Eos de Golf Cabriolet heeft gelanceerd.

fotografie: Lars van den Brink onderwerp: Volkswagen Golf Cabrio gefotografeerd bij Autoland van den Brug in Sneek. In de auto service adviseur Karianna Brander en achter het bureau Niels Winselaar.

De zomer viel dit jaar op een zaterdag. Helaas niet de zaterdag in de week waarin ik met de Golf Cabriolet op pad was. Ik heb de open Golf dus overwegend met de kap dicht gereden, alhoewel er af en toe wel gelegenheid was om de huif – volledig elektrische overigens – te laten zakken. Ook op zulke momenten bleek weer dat je in Nederland vaker open kunt rijden dan iedereen denkt. Je zit aangenaam laag in de Golf, een diffusor (zo’n tussen de voorstoelen gespannen netje) leidt de rijwind over je heen en dan is het zelfs op de snelweg goed uit te houden.

De nieuwe open Golf is om meer dan één reden een bijzondere auto. Ten eerste is hij als apart model ontworpen. Het is dus niet – zoals zijn voorganger, die ook nog eens behept was met zo’n ontsierende rolbeugel – een Golf waarvan het dak is afgezaagd. Daar komt bij dat de Golf Cabrio er helemaal niet uitziet als een Golf. Ik reed hem in donkerpaars met een zwart dak en waar bij de meeste cabrio’s met de kap op de verhoudingen een beetje zoek zijn, ziet deze er prima uit. Meer een chique coupé dan de zoveelste Golf-versie. Komt misschien ook door de speciaal ontworpen voorruit, die platter ligt dan welke andere auto ook uit de hele Volkswagen groep. Zelf een Lamborghini Murcielago heeft een ruit die rechterop staat.

Met de kap is overigens niets mis. Windgeruis is er nauwelijks, het overtollige regenwater blijft buiten (mede met dank aan speciaal gestikte regengootjes) en ballooning (het opbollen van de kap op hogere snelheden, waar de vorige Golf Cabrio nogal last van had) is de nieuwe versie vreemd. Dat komt deels door een metalen versterking in de kapconstructie; als je boven je hoofd op het dak tikt, voel je geen linnen, maar een reepje staal. Echter, de belangrijkste reden waarom de Golf Cabrio de voorkeur verdient boven zijn concurrenten is toch die linnen kap. De laatste jaren doen in het C-segment van de markt zogenaamde CC’s (Coupé-Cabrio’s) opgeld. Renault, Peugeot, Ford… ze hebben bijna allemaal zo’n coupé met een stalen dak dat zich via een soort origamitechniek kan opvouwen. Dat wordt verkocht als van tweeën één, maar ik vind het van tweeën niks. Als coupé zijn ze vaak te lomp en met het dak eraf heb je nauwelijks bagageruimte over.

Daar heeft de Golf Cabrio allemaal geen last van. Zijn bagageruimte is in open of gesloten toestand hetzelfde en is, zeker voor een cabriolet, nog verrassend groot. De toegang lijkt een beetje op een grote brievenbus, maar je kunt er het grootste formaat Samsonite in kwijt.

Trekkracht

Ik reed de Golf Cabriolet in de 1.2 TSI-versie; een motor waarmee ik al eens kennis maakte in de Jetta en die – ondanks zijn geringe cilinderinhoud – uitstekend presteert. Hij is mooi stil, heeft verheugend veel trekkracht en springt zuinig met de brandstof om. De stoelen zijn prima, hooguit staat het stuurwiel iets te hoog, ondanks het feit dat het verstelbaar is. Afwerking en gebruikte materialen staan op het gebruikelijke niveau van Volkswagen, wat dat betreft is het een Golf zoals alle andere: nuchter en probleemloos.

Vergeleken met de – ook nog eens technisch identieke – coupé-cabrio Eos uit het eigen Volkswagenhuis is de Golf Cabriolet zo’n zes mille goedkoper. Dat zou reden kunnen zijn voor aanschaf van de Cabriolet, maar de belangrijkste overweging is toch wel dat een ongeschreven wet in autoland bepaalt dat een open auto een linnen kap moet hebben. De crème de la crème van de auto-industrie geeft daarbij het goede voorbeeld; merken als Rolls-Royce, Bentley, Porsche en bijvoorbeeld Jaguar piekeren er niet over om een cabrio op de markt te brengen met een stalen klapdak. Dat zou een stijlbreuk van jewelste betekenen. Zo bezien is de aanschaf van een Golf Cabriolet een daad van puur purisme.

    • Guus Peters