Onrust: de dames en heren zitten op en in elkaar

Ook in verzorgingshuizen moet worden bezuinigd. Verzorgende Janny Scheffer draait de nachtdienst. „Je moet niet onrustige dementerende cliënten direct ’t verpleeghuis in praten, dan houd je geen cliënt meer over.”

Den Haag, 12-10-2011. Janny Scheffer, o.a. nachtzuster pedicure. Foto Leo van Velzen NrcHb.

Donderdag 6 oktober

Ik zit in de nachtdienst als verzorgende, in een verzorgingshuis in Den Haag. Het huis telt zes etages, er wonen 152 cliënten en ’s nachts werk je met twee verzorgenden.

Dit is de eerste nacht van vier diensten. De avonddienst heeft overgedragen wat er overdag en ’s avonds is gebeurd. Mijn collega en ik moeten naar de cliënten toe als ze bellen voor hun nachtmedicatie of voor hulp met steunkousen. We maken altijd even een babbeltje, wat ze meestal wel waarderen. Daarna lezen wij de zorgleefdossiers en zetten de belangrijkste gebeurtenissen in een wachtoverdracht, voor de nachtdiensten die na ons aan het werk gaan.

Rond middernacht, om drie en om zes uur lopen wij onze rondes. We hebben een lijst waarop staat welke cliënten extra controles en/of zorg nodig hebben. Tussen de rondes door kunnen we even gaan zitten, eten en wachten of er bellen komen.

Het is niet zo dat er alleen maar gezonde cliënten in een verzorgingshuis wonen, we hebben ook cliënten die lichamelijk wat mankeren of die aan het dementeren zijn.

Deze nacht was het tamelijk rustig, op de gebruikelijke bellen na. Het is bijna einde van onze dienst, nog even overdragen aan de dagdienst en dan om 7.30 uur naar huis. Dan heb ik er ruim 24 uur opzitten voordat ik weer mijn bed zie.

Heerlijk geslapen, nu voor mijn gezin koken. Even de dag doornemen met man en zoon, hoe zij het hebben gehad op hun werk.

Om 22.30 uur weer aanwezig zijn op mijn werk. Daar beginnen we weer met de overdrachten.

Vrijdag

Het stormt vannacht. Wij hebben al meerdere bellen gekregen van cliënten dat ze er niet van kunnen slapen. Helaas, daar kunnen wij niets aan doen. We gaan bij sommige cliënten langs en stellen ze gerust. Op onze afdeling waar de dementerende cliënten wonen, blijft het de hele nacht onrustig. Als we de ene bewoner net in bed hebben gelegd, kunnen we alweer naar de volgende toe. Maar ook aan deze nacht komt een eind. Als ik nachtdienst doe is mijn sociale leven beperkt. Ik heb geen zin om ’s avonds bij familie of vrienden op visite te gaan, dan moet je constant op je horloge kijken of je niet te laat komt op je werk. Dus ’s avonds lekker op de bank hangen en tv kijken, tot ik weer aan het werk ga.

Zaterdag

Er is op het werk een stevige discussie gaande. De ene groep vindt dat een cliënt voor de kortdurende opname (kdo) wel bij ons kan blijven, de andere meent dat mevrouw hier niet op haar plek zit. Ik hoor met mijn collega bij de eerste groep. Het is een dementerende vrouw die uit haar vertrouwde omgeving is gehaald, nadat haar man een hersenbloeding heeft gehad. Ze is af en toe onrustig maar met goede medicatie kun je een goede nachtrust creëren. Je moet alle dementerende cliënten die onrustig zijn niet direct ’t verpleeghuis in praten, dan houd je geen cliënt meer over.

’s Morgens ging de discussie nog verder met de dagdienst, dus ik ging later naar huis dan ik eigenlijk wilde. Dat kan gebeuren. Soms moet je opkomen voor mensen die niet voor zichzelf kunnen opkomen. ’s Avonds de laatste nachtdienst van deze periode. Ze zijn weer omgevlogen.

Zondag

Begin van de nacht is het aardig druk geweest. Met de nodige bellen.

We hebben de huisartsenpost gebeld om advies over een cliënt die hevige pijnen aangaf bij zijn heup. De arts vond dat we eerst met paracetamol moesten proberen. Later in de nacht hebben we niets meer van deze man gehoord en bij controle sliep hij. Daarna dwalende cliënten naar bed gebracht. De wachtoverdracht gemaakt en eindelijk om 2.30 uur konden we even gaan zitten, eten.

Was weer vroeg uit bed vanmiddag. Even naar mijn moeder gegaan en haar voeten gepedicuurd en lekker gebabbeld. De zondagen vind mijn moeder verschrikkelijk sinds mijn vader in oktober vorig jaar is overleden. Ik probeer er zoveel mogelijk voor haar te zijn.

Maandag

Vanmorgen heel vroeg boodschappen gehaald, daarna ben ik naar het verpleeghuis gegaan waar ik al zeven jaar kom om cliënten te pedicuren en manicuren. Op de twee afdelingen in het verpleeghuis wonen alleen maar dementerende cliënten. Op de een of andere manier heb ik daar wat mee. Misschien is dat het stukje dat je iemand wilt beschermen of toch een beetje liefde probeert te geven die sommige familieleden, vrienden en/of kennissen niet geven, omdat ze zelden of helemaal niet langskomen.

Sommige cliënten herkennen mij en komen zelf naar mij toe om als een van de eersten geholpen te worden. Voor anderen ben ik elke keer weer nieuw. Ze kijken of ze mij nog nooit hebben gezien. In de tijd dat ik bezig ben met de manicure en pedicure, hoor ik de verhalen aan van de cliënten. Soms vertellen ze in een half uur vier keer hetzelfde, en iedere keer doe ik weer of ik het voor het eerst hoor.

’s Avonds ben ik naar mijn vriendin geweest, zij heeft multiple sclerose. We hebben het over de kinderen en de vakanties gehad. Ik blijf altijd zeggen: zolang je nog kan genieten en het lukt lichamelijk nog, dan ben je gek als je niet op vakantie gaat.

Dinsdag

Een keer in de zes weken, doe ik vier dagen manicure en pedicure in het verpleeghuis. Ik heb daar met het personeel zitten praten over de toestanden waarin de afdelingen verkeren. Daar hoor je hoe slecht sommige managers en directieleden luisteren naar het personeel dat aan het bed staat. De voedingsassistentes zijn van de afdelingen gehaald en er zijn verzorgenden bij het bed weggehaald om te bezuinigen. Terwijl ze aan de andere kant geld over de balk smijten, door de mensen in buffetvorm te laten eten. Dit heeft absoluut geen nut. De meeste dementerende cliënten weten niet eens hoe ze een mes moeten vasthouden, laat staan dat ze een boterham kunnen smeren. Dan worden er ook nog eenpersoonspakjes hagelslag, jam, chocopasta en noem maar op gekocht. Iedereen weet dat dit handenvol geld kost. Vroeger waren het grote pakken hagelslag en grote potten jam. Nu moet het personeel nog zelf het eten klaarmaken en aan de cliënten geven, maar ze moeten de mensen ook wassen. Ik kan de frustratie onder de verzorging in dat huis begrijpen.

Gelukkig weet ik ook dat niet alle stichtingen zo werken. Ik bof maar dat ik voor een stichting werk die wel goed in elkaar zit en die zeker niet op zo’n manier met het personeel omgaat. Vanavond heb ik alvast wat facturen uitgeschreven, voor de zaakwaarnemers van de cliënten die ik behandeld heb, zodat ik donderdag niet zoveel hoef uit te printen.

Woensdag

Weer vroeg uit de veren. Zo zorg ik ervoor dat mijn zoon op tijd op zijn werk komt. Zijn eten klaargemaakt, dat doe ik iedere dag. Ik vind het niet erg en hij vindt het gemakkelijk. Verder weer gepedicuurd en gemanicuurd.’s Avonds ben ik met mijn man op kraamvisite geweest. We hebben het niet laat gemaakt. Dan heb ik eindelijk de tijd om een boek te lezen. Het heet: Het doet pijn te beseffen hoe het verder gaat. Geschreven door Gerda Arkesteijn. Bij haar is november 2010 op 50-jarige leeftijd Alzheimer geconstateerd.

Donderdag 13 oktober

Ook vandaag weer pedicure en manicure. De meeste cliënten zijn blij als je hun handen en voeten verzorgt. Op één vrouw na: zij werkt tegen, ze trapt, spuugt, bijt, vloekt, noem maar op. Dit doet ze niet alleen bij mij, dit doet ze ook bij de verpleging. Haar heb ik vandaag geen behandeling gegeven. Daarmee voorkom je dat je wondjes maakt. Verder op de dag heb ik een hele tijd met de echtgenoot van een cliënt zitten praten. Hij kan niet begrijpen dat de directie van het verpleeghuis niet wil inzien dat zij grote fouten maakt. Hij vindt het onmenselijk voor zowel de cliënt als de verpleging dat ’s morgens nog maar één ontbijtkamer open is. Dit houdt in dat er geen elf maar achttien cliënten in de huiskamer zitten. Dus de dames en heren zitten op en in elkaar en dat geeft veel onrust.

Thuis heb ik facturen zitten maken, deze kunnen morgen op de bus. Verder rustig aan gedaan. Het weekend is begonnen. Heerlijk en vooral met de vooruitzichten dat het redelijk lekker weer gaat worden.