‘NSB’er overleed niet door ongeluk, maar werd vermoord door verzet’

NSB-lid Lein Francke uit Maassluis is niet door een ongeval om het leven gekomen, zoals tot nu toe werd aangenomen, maar zonder reden doodgeslagen door leden van het verzet. Dat blijkt uit het vandaag verschenen boek De afrekening.

Francke stond bekend als een “vuile NSB’er” en “verrader” die in de omgeving van zijn woonplaats Maassluis Joden en verzetslui had aangebracht, schrijft onze redacteur Bart Funnekotter vandaag in NRC Handelsblad. Het verhaal gaat dat hij tijdens zijn ondervraging op 8 mei 1945 een zetje had gekregen en van de trap was gevallen. Ongelukje. Hij overleed dezelfde dag nog aan zijn verwondingen. Niemand die er een traan om liet, zo schrijft Funnekotter. “Het is het verhaal zoals het tot op de dag van vandaag rondgaat in Maassluis. Francke had zijn verdiende loon gekregen, vonden en vinden veel van zijn plaatsgenoten.”

Francke was lid van NSB, maar had helemaal niemand verraden

Maarten van Buuren (1948), hoogleraar moderne Franse letterkunde aan de Universiteit Utrecht en geboren Maassluizenaar, onthult in zijn vandaag verschenen boek De afrekening. Ontmaskering van het gewapend verzet de ware toedracht van de dood van de NSB’er. Francke was inderdaad lid van de NSB, maar tijdens de oorlog had hij niemand verraden. Hij werd drie dagen na de Bevrijding zonder reden doodgeslagen door een aantal leden van het plaatselijke verzet. Ze stonden onder leiding van Piet Doelman, tuinder uit het Westland en commandant van de Binnenlandse Strijdkrachten in het district Zuid-Holland-Zuid. Een prominent verzetsstrijder.

Met de onthulling van Van Buuren krijgt de reputatie van het Nederlandse gewapend verzet opnieuw een knauw, schrijft Funnekotter:

“In juni werd bekend dat verzetsvrouw Atie Visser in maart 1946 in Leiden Felix Guljé had geliquideerd, omdat ze hem ten onrechte verdacht van collaboratie. Vorig jaar biechtte oud-verzetsman Gerrit Gunnink op dat hij betrokken was bij de moord in Staphorst op onderduiker Pieter Hoppen, die een verrader zou zijn geweest. Na de oorlog bleek voor dit verraad geen enkel bewijs te vinden. En in 2009 publiceerden Jack Kooistra en Albert Oosthoek het boek Recht op wraak, waarin ze vaststelden dat tal van verzetsliquidaties onterecht of dubieus hadden plaatsgevonden.”

Lees het uitgebreide achtergrondverhaal ‘De knokploeg van oom Piet’ vandaag in de papieren NRC Weekend of in onze digitale editie.