Keepersfout is bijna altijd fataal

De Duitse keeper Robert Enke pleegde in 2009 zelfmoord door zijn auto op een spoorbaan te zetten. Over diens leven is een boek verschenen, waarin de mogelijk  motieven voor zijn zelfmoord worden nagegaan.

Op 10 november 2009 zette Robert Enke, doelman van het Duitse voetbalelftal, gelukkig getrouwd en vader van een (pleeg)dochter, even na zessen ’s avonds zijn auto stil op de spoorbaan in Eilvese. Hij stapte niet uit. Enkele minuten later zou hij door de sneltrein uit Bremen kapot gereden worden. Enkes zelfmoord was niet impulsief. Hij had tegen zijn vrouw gelogen dat hij die dag twee trainingen had, hetgeen hem de tijd verschafte urenlang met zijn auto door de omgeving te rijden. En hij wist dat de sneltrein elke dag om kwart over zes zonder te stoppen door Eilvese raasde.

Enke leed aan depressies, een niet alleen binnen de professionele voetbalwereld onbespreekbare ziekte. Bij hem spookte al zijn hele carrière de gedachte door het hoofd: als ik niet de beste ben, ben ik de slechtste.

Op de bijzondere plaats die de doelman in een voetbalelftal inneemt zijn al ettelijke bespiegelingen losgelaten, dikwijls verwijzend naar zijn positie als ‘loner’ binnen een collectief. In het geval van Enke was een belangrijke factor dat een keepersfout bijna altijd grotere gevolgen heeft dan die van een veldspeler. De fouten die de laatste maakt kunnen gecorrigeerd worden, een veldspeler kan zich ook zelfs ‘verstoppen’ op een moment dat hij zich onzeker voelt. Een keeper kan zich niet verstoppen, moet er altijd staan, en maakt hij een fout dan is die dikwijls fataal en kan het verschil tussen winst of verlies betekenen.

Dit artikel werd gepubliceerd in NRC Handelsblad op Vrijdag 14 oktober 2011, pagina 2 - 3. Het hele artikel kunt u hier lezen.