Intussen in Den Haag

Deze rubriek beschrijft elke zaterdag de achterkant van het politieke bedrijf.

Liegebeest van het jaar

Slechts vier belangstellenden zijn afgekomen op de jaarlijkse uitreiking van de Liegebeestprijs van de stichting Wakker Dier. Maar de troosteloze sfeer is direct verdwenen wanneer de prijswinnaar binnenstormt: Ger Koopmans. De kleine, immer opgewekte rechtse pitbull van het CDA is niet te beroerd de prijs voor zijn partij op te halen, een beeldje met een lange neus.

Koopmans, de landbouwwoordvoerder van het CDA, heeft deze verdiend met opmerkingen als „foie gras wordt op een verantwoorde manier gemaakt” en „het CDA is beter voor de dieren dan de Partij voor de Dieren”.

Zoveel leugens verdient een prijs, meenden meer dan 3.000 internetstemmers.

Koopmans, tevens voorzitter van Scouting Nederland, volgt het scharrelei op als grootste milieuleugen. Daarvoor won Rob Geus, bedenker van de reclameslogan: „Kalfsvlees, daar wordt echt iedereen vrolijk van.”

De gebrekkige belangstelling schrikt Koopmans niet af. Hij heeft een speech voorbereid en hij zal hem geven ook. Zijn uitsmijter: „Als in Oost-Europa de deurtjes opengaan, dan vliegen de kippen en rennen de varkens naar Nederland toe”, zegt een lyrische Koopmans. „En dan kruipen ze bij ons de hokken in en snateren of knorren ze: zo fijn hebben we het nog nooit gehad.” (RT)

Parlementair tv-spel

Het heeft iets potsierlijks: Kamerleden die met grote armgebaren en een bombastische dictie waarheden verkondigen terwijl hun collega’s slechts op een paar meter afstand zitten. Het komt misplaatst over in een debat lijkt, zeker niet als de plenaire zaal bijna is uitgestorven.

Begrijpelijk is het wel: Kamerleden praten in eerste instantie niet tegen elkaar maar voor een camera. Dat dit merkwaardig overkomt voor omstanders, ach, dat nemen ze op de koop toe.

Nieuwelingen weten dit vaak nog niet. Dat bleek deze week weer, tijdens de begrotingsbehandeling Algemene Zaken. PvdA’er Jeroen Recourt, kortgeleden nog rechter, sprak alsof hij zonder camera in de rechtbank zat. Theatermannen als Alexander Pechtold (D66) en André Elissen (PVV) scheurden hem met talloze interrupties aan stukken.

Maar plots gebeurde iets geks: Recourt bleek het wel te begrijpen, maar deed gewoon niet mee. Hij kreeg een verwijt. Hij ontkende. En nog eens. En toen zei hij, uit het niets: „het oordeel is aan de kijker.”

De kijker? Zei hij niet ‘kiezer’? Nee, hij zei ‘kijker’. Zo gaf hij prachtig nieuw materiaal aan de roofdieren die hem verscheurden. Maar nee, die deden niets. Zij dachten aan datzelfde monster: de kijker. (PvO)

Bijdragen van Pieter van Os en Roeland Termote