Ik hou van je, tralalala

Top Hat (Mark Sandrich, 1935)BBC 2, 13.00 – 14.35 uur

Tegenstanders van filmmusicals vinden het raar dat personages zomaar in zang en dans uitbarsten. Is dat niet kunstmatig? Maar moet het medium film altijd realisme nastreven? Het is maar welke stroming in de cinema je verkiest. Er zijn filmers die de werkelijkheid willen vastleggen. Deze benadering leidt naar de newsreel, documentaire en uiteindelijk naar het sociaal realisme van Ken Loach en Mike Leigh. Volgens de andere benadering transformeert cinema de werkelijkheid sowieso, dus kun je net zo goed het omvormende, kunstmatige karakter van het medium benadrukken. Van de feeërieke films van George Méliès uit de jaren tien en twintig tot horror, sciencefiction en musical.

En het is ook niet ‘zomaar’ dat de hoofdpersonen uit een musical gaan zingen of dansen. Dat gebeurt als de emoties te hoog oplopen en woorden tekortschieten. Dan kun je je liefde beter uitdrukken in een lied, gevolgd door een dans. Muziek en dans zijn immers veel expressiever dan ‘ik vind je leuk/lief’. En je kunt er bovendien veel kanten mee op: van zachte ballade en romantische ballroomdans tot uptempo-nummers en tapdans en alles wat daartussen ligt.

De hoogtijdagen van de filmmusical liggen in de jaren dertig, het decennium waarin Fred Astaire & Ginger Rogers samen tien films maakten waaraan weinigen kunnen tippen. De verhaaltjes zijn mager, maar wat maakt het uit. Het is pure betovering hoe Astaire Rogers in slaap sust met No strings, haar het hof maakt met Isn’t this a lovely day (to be caught in the rain) en ze hun liefde bekrachtigen in het schitterende Cheek to cheek. Allemaal nummers die Irving Berlin speciaal voor de film schreef en nu standards zijn. Leve de kunstmatigheid!

André Waardenburg