Hoop verdwijnt bij inwoners van Japanse spookstad

Het herstel in het noorden van Japan na de tsunami verloopt moeizaam. Doet de regering genoeg? „Ik vraag me af of ze aan ons denken.”

Het is een spookstad geworden. Slechts enkele betonnen gebouwen van Rikuzentakata staan er nog: het stadhuis, een voormalige supermarkt, een ziekenhuis, het politiebureau. Stevige gebouwen die de alles verwoestende tsunami die Japan 11 maart trof, konden weerstaan. Nu staan ze in een open vlakte. Lege geraamtes die herinneren aan de belangrijke functie die zij vervulden.

Voor de ingang van het politiebureau staat een fles met een vers bosje bloemen. De deuren zijn door de tsunami weggerukt. Door het open gat is een tafel zichtbaar met flesjes water en thee, een foto van een mooi meisje, wat snoepgoed. Giften aan de zielen van de mensen die hier omkwamen. Aan de muur hangen twee foto’s; één toont een agent in uniform, de ander een groepje agenten. Het geeft een gezicht aan het leed dat hier geleden is.

Stemmen weerklinken er niet in de stad. Er lopen zelfs geen verdwaalde honden of katten rond. Enkel het geluid van graafmachines die werk verrichten op het puin valt te horen.

In de bergen rond de stad, bij de grens van waar de tsunami reikte, staan eenvoudige noodgebouwen. Sommige klein, andere groot. Bedrijven proberen hier weer de draad op te pakken; een supermarkt, een bank, een postkantoor, zelfs een uitvaartondernemer. Noodwoningen zijn hier niet. Die staan hoger in de bergen. Dat is veiliger.

„We durfden maandenlang niet dicht bij de zee te komen”, zegt Mika Terasaka. Die vrees zal waarschijnlijk nooit helemaal verdwijnen.

Angst voor radioactieve straling hebben ze niet, maar vis eten ze niet meer. „Niet wegens Fukushima, maar omdat er nog altijd zoveel mensen vermist zijn”, legt Mika uit „Vooral vissen die laag bij de bodem leven eten de lijken”, zegt ze. Haar gezicht vertrekt.

Mika en haar man Toshiki zitten met hun zoon in hun piepkleine nieuwe woonkamer. Hij meet nauwelijks negen vierkante meter, en doet ook dienst als eetkamer en ouderlijke slaapkamer. Hun zoon heeft een kamer van dezelfde grootte. Verder is er een kleine keuken en een badkamertje. Maar het is beter dan het evacuatiecentrum waar ze eerst ruim vier maanden verbleven.

Geen van beiden heeft echter werk en hun uitkeringen lopen binnen drie maanden af. „Er is geen werk meer hier”, zegt Toshiki, „alle bedrijven zijn weggevaagd.” Mika valt hem bij: „We weten niet wat de toekomst brengt, dus we proberen zo weinig mogelijk geld uit te geven.”

De plaatselijke zakenwereld wil dat snel verhelpen. „Zo’n 65 procent van onze leden willen hun bedrijf weer opbouwen”, zegt Tsutomu Nakai, de voorzitter van de plaatselijke Kamer van Koophandel. „Zo’n dertig tot veertig zijn al weer begonnen in noodgebouwen.” Maar hij maakt zich zorgen over de langzame reactie van de overheid. „Het is al zeven maanden na de tsunami en het parlement heeft nog altijd geen budget voor de wederopbouw aangenomen.” Op zijn vroegst gebeurt dat eind december. „Ik vrees dat velen hoop gaan verliezen en opgeven.”

De problemen voor bedrijven lijken onoverkomelijk. „Veel bedrijven hebben leningen die ze nu niet kunnen afbetalen omdat er geen bedrijf meer is. Maar om opnieuw te beginnen moeten ze nog meer geld lenen.” Hetzelfde geldt voor jonge mensen met een hypotheek voor een nu niet meer bestaand huis. „Als het probleem van dubbele leningen niet wordt opgelost, is het onmogelijk voor bedrijven en mensen opnieuw te beginnen.”

Sommige bedrijven hebben besloten desondanks gewoon te beginnen. „Ik ben 65 jaar oud en weet niet hoeveel jaren ik nog heb te leven”, zegt Yasuhiko Konno. Hij is directeur van een eeuwenoude brouwerij voor sake, Japanse rijstwijn, die volledig is weggevaagd. Zeven van zijn 57 werknemers verloren het leven.

„Ik voel niet dat we ons bedrijf kunnen herbouwen, maar ik wil ook later geen spijt hebben dat we het niet hebben geprobeerd.” Konno beschouwt de situatie als een nieuw begin.

Van een concurrent heeft hij een nieuwe brouwerij kunnen huren, de banken eisen voorlopig geen terugbetaling van oude leningen, en toen in juli het bedrijf weer begon, werkten de werknemers aanvankelijk zonder loon. Deze week wist hij al de eerste flessen sake af te leveren.

Konno hoopt op den duur de brouwerij in Rikuzentakata weer op te bouwen. „Wij hebben geluk gehad dat we niet hoeven te wachten om uit te vinden hoe de stad herbouwd wordt”, zegt hij.

Dat lijkt veel tijd te vergen. Een van de problemen is de strenge Japanse regelgeving en de ogenschijnlijk desinteresse in de hoofdstad. Het kost nog altijd maanden om vergunningen te krijgen voor nieuwbouw. „Politici in Tokio zeggen steeds dat er speciale regels moeten komen voor de reconstructie”, legt burgemeester Toba van Rikuzentakata uit, „maar een echte discussie heeft er nog altijd niet plaatsgevonden.”

„Het is een groot dilemma voor ons”, zegt Toba, „dat de politici in Tokio dit niet begrijpen.” Het zijn gevoelens die door velen gedeeld worden. „Ik weet hoe de overheid werkt”, zegt voorzitter Nakai, „maar ik ben diep ontevreden over het huidige tempo.” Dan voegt hij er scherp aan toe, „Ik vraag me af of ze echt denken aan de mensen hier.”