Hoe groenten via de genen de darmen beschermen

Het eten van voldoende groenten en fruit is buitengewoon gunstig voor mensen met een erfelijke aanleg voor hart- en vaatziekten. En het versterkt de afweerfunctie in huid en darmen. Het zijn de resultaten van twee verschillende onderzoeken die laten zien waarom groente en fruit gezond zijn (PLoS Medicine, 11 oktober en Cell, 13 oktober).

Dat groenten en fruit gezond zijn, is algemeen bekend. Maar waarom dat zo is, is minder duidelijk. Zeker als het gaat om effecten op moleculair of cellulair niveau. Deze twee onderzoeken lichten een tipje van de sluier op.

Het PLoS-onderzoek richtte zich op de invloed van de voeding op de activiteit van genen. Op de korte arm van chromosoom 9 ligt een gebied, 9p21, met genen die de kans op hart- en vaatziekten sterk beïnvloeden. De onderzoekers waren benieuwd in hoeverre de activiteit van deze genen beïnvloed wordt door omgevingsfactoren, zoals voeding. Daarvoor bestudeerden zij diverse databanken met gegevens over meer dan 27.000 personen van diverse etnische komaf. De meest in het oog springende uitkomst betrof mensen die door genvarianten in het 9p21-gebied een verhoogd risico op hart- en vaatziekten hebben. Dit risico kunnen de meesten tot normale proporties terugbrengen als ze groenten en fruit tot hoofdbestanddeel van de dagelijkse kost maken. Verder onderzoek moet uitwijzen hoe deze interactie tussen de voeding en genactiviteit precies werkt. Volgens de onderzoekers zou dat ook belangrijke informatie kunnen opleveren over de fysiologische processen waar de genen in dit gebied bij betrokken zijn.

Het Cell-onderzoek, onder leiding van onze landgenoot Marc Veldhoen, had eigenlijk een immunologische vraagstelling. De groep bestudeert een bepaald type afweercellen die in de huid en de bekledende cellen van de darmen (het darmepitheel) liggen: de intra-epitheliale lymfocyten (IEL). Ze dienen vooral als eerste verdediging tegen binnendringende virussen en parasieten en helpen bij het herstel van schade aan het epitheel. De onderzoekers ontdekten dat het aantal IEL afhankelijk is van de aanwezigheid van een bepaald receptoreiwit. Componenten uit broccoli en andere koolsoorten blijken de activiteit van dit eiwit en dus ook het aantal IEL in stand te houden. Bij muizen die een dieet kregen waarin deze componenten ontbreken, verdween het gros van deze cellen binnen drie weken. Deze dieren waren daardoor vatbaarder voor allerlei darmklachten die deden denken aan het prikkelbaredarmsyndroom bij mensen. Huup Dassen