"Pélléas' vol compromissen

Voorstelling: Pelléas et Mélisande van C. Debussy door Opera Forum o.l.v. Kasper de Roo m.m.v. Nellie van der Sijde, Maarten Koningsberger, Henk Smit, Neven Belamaric, Ans van Dam, Mirjam Cornelisse en Jan Garritsen. Decor en kostuums: Hermann Soherr; regie: Peter Kertz (instudering Stephan Volkmann). Gezien: 1/3 Stadsschouwburg Amsterdam. Herhalingen: 9/3 Groningen; 11/3 Heerlen; 12/3 Drachten; 16/3 Rotterdam; 19/3 Venlo; 21/3 Den Haag; 25/3 Nijmegen; 26/3 Utrecht; 28/3 Arnhem; 29/3 Den Bosch. TV-uitz.: KRO 7/6.

Vele operaboeken en ook de toelichtingen die Opera Forum verstrekt benadrukken altijd maar weer de uniciteit van Debussy's Pelléas et Mélisande (1902). De enige opera van Debussy zou door vorm en inhoud, door gebrek aan drama en overdaad aan symboliek in het libretto van Maeterlinck zó geheel anders zijn dan elke andere opera, dat de indruk wordt gewekt dat die eigenlijk nauwelijks is te ensceneren. Op zo'n manier is de regisseur die het toch doet, al bij voorbaat een held en tevens enisgzins geëxcuseerd, mocht het resultaat tegenvallen.

In feite valt het wel mee. De impressionistische muziek met de vele fraai verwerkte Leitmotive van Debussy is natuurlijk uniek door de beheerste expressie. Maar niet alleen daarin is Pelléas et Mélisande het Franse antwoord op Tristan und Isolde: ook in de thematiek van de verboden liefde. Tristan wordt verliefd op de bruid van zijn koning, Pelléas verliest zich in de vrouw van zijn broer Golaud. Het verhaal verloopt met veel handeling en details, inderdaad vol symboliek. Maar zo is het in alle goede opera's, want het gaat niet om het incident, maar om de metafoor.

Het slot van Pelléas lijkt zelfs een fusie tussen Tristan en Traviata: in beide staan de berouwvolle vader en zoon aan het sterfbed van een vrouw, samen met de onmachtige dokter. Mélisande sterft voor de reeds vermoorde Pelléas een Isoldiaanse liefdesdood. Ze laat wel een pasgeboren dochtertje achter: dát is tenminste uniek voor Debussy. De cirkel is gesloten, de cyclus van liefde en leed kan opnieuw beginnen.

De Forum-produktie van Pelléas et Mélisande werd zes jaar geleden gemaakt door regisseur Peter Kertz en is nu enigszins gewijzigd opnieuw ingestudeerd door Stephan Volkmann. Gebleven zijn de drie gazen doeken - één voor de scène en twee daarbinnen. Door projecties en verlichting zorgen ze voor zoveel afwisseling in het toneelbeeld, dat het mij al te onderhoudend is. Ironisch is, dat ze met hun wazige effect moeten zorgen voor een irreële sfeer, terwijl ze in werkelijkheid zó reëel zijn, dat de zangers er telkens helemaal omheen moeten lopen om een ander stuk van het podium te bereiken.

Verder wordt elk stukje handeling op een poëtische manier vooral zo letterlijk mogelijk uitgebeeld. Er is ook veel anekdotiek: de oude koning Arkel in een rolstoel, het kind Yniold met zijn stokpaardje, de schimmige verschijningen bij de bron van de blinden. Ook de symboliek zelf wordt als realiteit vaak erg expliciet zichtbaar gemaakt, het sterkst aan het begin van de derde acte. De rechte verticale spleet middenachter heeft zich vervormd tot de natuurlijke vorm van een vagina. Daarbinnen staat Mélisande. Haar meterslange haren die over haar schouders naar voren vallen, markeren weer een rechte verticale spleet over haar hele lichaam.

Ja, er is wèl diep over nagedacht maar emotionele indruk maakt het niet op mij. Deze Pelléas et Mélisande is te veel een gewone voorstelling. Voor elk vermeend probleem in het duistere gebied tussen werkelijkheid als realiteit en als metafoor, tussen het bewuste en het onderbewuste, is geprobeerd een visuele oplossing te verzinnen. We zien vooral veel compromissen en geen extreme visie, zoals bij Jürgen Gosch in zijn omstreden kale uitbeelding van Tristan und Isolde bij de Nederlandse Opera.

Door de vaak clichématige speelstijl, te veel ongeloofwaardige momenten en de wel ontwapenende, maar hier niet passende slungelachtigheid van Maarten Koningsberger in zijn rol van Pelléas, blijft voor mij de afstand tot de personages en hun freudiaans beleefde noodlot erg groot. Koningsberger speelde ook de vorige keer mee, maar zijn fraaie stem is inmiddels van tenor tot bariton gedaald. In het hoogste tenorregister heeft hij nauwelijks kracht meer en daardoor mist zijn vocale uitbeelding de zo noodzakelijke extatische dimensie.

Verder staat de voorstelling vocaal en muzikaal op een hoger plan dan de enscenering. Nellie van der Sijde (Mélisande), Henk Smit (Golaud), Neven Belamaric (Arkel) en Ans van Dam (Geneviève) zingen hun rollen zeer verdienstelijk. De zeer jongensachtig ogende en zingende Mirjam Cornelisse is als Yniold wel heel gelukkig gecast. En onder leiding van Kasper de Roo speelt het Forumorkest redelijk kleurrijk en genuanceerd.

    • Kasper Jansen