Ga dan ook niet in die massa op de Dam staan

Alexander Pechtold (D66) levert een nogal aan inzicht tekortschietende bijdrage aan ‘6 meningen over vonnis voor de Damschreeuwer’ (NRC Handelsblad, 7 oktober).

De onderhavige zaak heeft twee kanten. Ten eerste de dorpsgek. Vroeger was deze een onbegrijpelijk voor zich uit mummelende zonderling, die door dorpen en steden scharrelde. Tegenwoordig zijn vergelijkbare types agressiever – is het niet door alcoholgebruik, dan zeker door drugsverslaving.

De tweede kant is de massa. Iedereen die Masse und Macht van Elias Canetti heeft gelezen weet dat massa (in welke vorm ook) gevaarlijk, zelfs levensbedreigend kan zijn. Uit het nabije verleden kennen wij gruwelijke voorbeelden, zoals de Loveparade in Duisburg of platgetrapte mensen tijdens religieuze bijeenkomsten. Een klein voorval in de massa kan rampzalige gevolgen hebben.

Ikzelf (70) heb mij al sinds 1979 in geen massa meer bevonden, afgezien van de in beginsel geciviliseerde massa van 1.600 bezoekers in het Muziektheater of 1.800 in het Concertgebouw te Amsterdam. Van enige andere vorm van massa houd ik mij verre.

Massavorming kan soms zinvol zijn, bijvoorbeeld ter herdenking van onze doden op de Dam en ter verkrijging van betere arbeidsvoorwaarden of het veilig stellen van onze pensioenen op het Museumplein of het Malieveld. Massavorming bij grote feesten of popconcerten bergt reeds meer gevaren in zich. Aanwezigen zouden zich meer bewust moeten zijn van de mogelijke gevolgen van deze massavorming. Dit is een persoonlijke verantwoordelijkheid.

De overheid is, in het kader van openbare orde, gehouden maatregelen te nemen en te handhaven om een en ander in goede banen te leiden. Het gevelde vonnis van de rechter over de damschreeuwer biedt hieraan een goede bijdrage, doch is geen garantie voor de toekomst.

Cees A.A. Steeman

Amsterdam