Een fataal glaasje sap

Het was toch weer Magnus Carlsen die de finale van de Grand Slam won. Zoals ik vorige week nog net kon melden had Vasili Ivantsjoek zijn eerste partij in Bilbao nog gewonnen, alsof de gewapende roofoverval in São Paulo, waar de eerste helft van het toernooi was gespeeld, hem niets gedaan had. Maar daarna verloor hij twee van zijn laatste vier partijen, misschien toch nog als een wat verlate reactie op een traumatische gebeurtenis.

Het deed me denken aan de beroemde ballade Der Reiter und der Bodensee van Gustav Schwab, waarin de ruiter pas als hij veilig aan de overkant van het bevroren en besneeuwde meer is gekomen, beseft welk gevaar hij heeft doorstaan en dan van schrik dood van zijn paard valt. Zoiets schijnt in het echte leven ook wel voor te komen.

Carlsen kwam gelijk met Ivantsjoek door hem in de voorlaatste ronde in een mooie aanvalspartij te verslaan. Gelijk was het overigens alleen doordat in dit toernooi de voetbalscore telde, met drie punten voor een overwinning en een voor een remise. Volgens de normale telling zou Carlsen aan het eind een half punt meer hebben, maar nu kwam er een play-off van twee vluggertjes die Carlsen met 1,5-0,5 won.

Het leek wel of de toernooileiders remises als een halsmisdaad beschouwden, want die werden op maar liefst drie verschillende manieren bestreden. Allereerst door de voetbalscore, waarmee een winstpartij extra beloond wordt. Verder golden de Sofiaregels, die zeggen dat er alleen met toestemming van de wedstrijdleider een remise mag vallen, en tenslotte was er een rap speeltempo van anderhalf uur voor de eerste veertig zetten. Snel spel leidt tot meer fouten en dus tot minder remises, moeten de regelgevers gedacht hebben.

Van dat snelle tempo werd Hikaru Nakamura op een merkwaardige manier het slachtoffer toen hij in de voorlaatste ronde tegen Vallejo Pons de tijd overschreed in een stelling waarin hij een pion meer had.

Na de veertigste zet van Vallejo, die wit had, vroeg Nakamura aan de wedstrijdleider of hij zelf de tijdcontrole had gehaald. Volgens Nakamura knikte de arbiter toen. Iedere normale zet die Nakamura kon doen was minstens genoeg voor remise, maar in plaats daarvan ging hij eerst een glaasje sinaasappelsap halen en toen hij terugkwam had hij door tijdsoverschrijding verloren.

De arbiter ontkende dat hij geknikt had en in feite maakte dat ook niet veel uit. Een speler mag niet vragen hoeveel zetten hij heeft gedaan en een wedstrijdleider mag op zo’n vraag geen antwoord geven.

Het was, zoals Nakamura ook zelf twitterde, een zeldzaam suffe manier om een partij te verliezen, maar in Nederland is het eerder voorgekomen.

Rest de droeve plicht om te bekennen dat in de rubriek van vorige week de diagrammen verwisseld waren. De stelling van de opgave uit de partij Nelson-Hegarty was bij Timman-Van der Wiel terecht gekomen en andersom. Ik hoop dat de verwarring niet te groot is geweest.

Magnus Carlsen - Vasili Ivantsjoek, Bilbao 2011

1. d4 Pf6 2. c4 e6 3. Pc3 Lb4 4. Pf3 b6 5. Dc2 Lb7 6. a3 Lxc3+ 7. Dxc3 Pe4 8. Dc2 f5 9. g3 Pf6 Meestal is Ivantsjoek geweldig in de openingen, maar de variant die hij hier kiest wekt weinig vertrouwen. Als hij het zo al wilde doen, lijkt 9...0-0 10. Lg2 Pf6 nauwkeuriger, omdat Carlsens nieuwe zet 10. Lh3 in dat geval minder krachtig zou zijn. 10. Lh3 Een nieuw en interessant idee. Wit neemt f5 op de korrel. 10...0-0 11. 0-0 a5 12. Td1 De8 13. d5 Pa6 14. Lf4 exd5 Hierna komt wit in duidelijk voordeel. Veel moeilijker zou het zijn na eerst 14...Dh5 15. Lg2 en dan 15...exd5. 15. Lxf5 dxc4 16. Pg5 Dh5 Na 16...g6 zou 17. Lxd7 Pxd7 18. Dxc4+ gunstig voor wit zijn. 17. Txd7 Kh8 Zwart kon de toren niet goed nemen, want na 17...Pxd7 18. Lxh7+ Kh8 19. Lg6 wint wit de dame. 18. Te7 Een zet die nauwkeurig berekend moest worden. Wit kon ook 18. Td4 doen en zou dan iets beter staan, maar de zet die hij kiest is veel scherper. 18...Pd5 19. Lg4 Dg6 20. Pf7+ Kg8 21. Lf5

21...Dxf5 Zwart moet de dame geven, want na 21...Dh5 22. g4 Dh3 (of 22...Dh4 23. Lg3 en 23...Dxe7 gaat dan niet wegens 24. Lxh7+ Kxf7 25. Dg6 mat) 23. Pg5 wint wit. 22. Dxf5 Pxe7 23. Ph6+ gxh6 24. Dg4+ Pg6 25. Lxh6 Tf7 26. Td1 Als alleen het materiaal geteld wordt heeft zwart genoeg voor de dame, maar zijn stukken werken niet goed en zijn koning staat onveilig. Als het nodig is heeft wit ook nog twee verbonden vrijpionnen in het centrum. 26...Te8 27. h4 Pc5 28. h5 Lc8 29. Dxc4 Pe5 30. Dh4 Pc6 31. Td5 Pe6 32. Dc4 Pcd8 Dit verliest meteen, maar ook met bijvoorbeeld 32...Pe7 zou zwart de partij op den duur niet kunnen redden. 33. Dg4+ Pg7 Het moet door tijdnood zijn geweest dat zwart zomaar een stuk weggeeft, maar het maakt niet meer uit. Na 33...Kh8 wint wit met 34. Ld2. 34. Dxc8 Zwart gaf op.