Een ambt dat beroep werd

De Burgemester 2897C 001

Ooit was de burgemeester een regent, de burgervader uit de tv-kinderserie Swiebertje in de jaren 60 en 70. Een deftige figuur met een vaderlijke buik, een hoge hoed en een ketting op zijn borst. Hij had vrij spel in de gemeente die hij bestierde; hij was daar immers de enige echte bestuurlijke professional in de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders.

In de jaren 80 werd die publieke figuur overvleugeld door gehaaide wethouders, die buiten hem om zaken deden met ambtenaren, collega-wethouders, raadsleden en zakenlui. Daar hoort ook een tv-figuur bij: burgemeester mr. H. van der Vaart van Juinen, die onder de plak zat bij wethouder Tj. Hekking en diens complete cliëntèle.

Nu is de burgemeester opnieuw van rol veranderd, al heeft die verandering nog geen nieuw archetype op tv opgeleverd.

In de wet staan nog precies dezelfde taken voor de burgemeester als anderhalve eeuw geleden: handhaver van openbare orde en veiligheid, voorzitter van de gemeenteraad, voorzitter van het college van burgemeester en wethouders.

Verschijnt de burgemeester in het openbaar, dan vaak bij plechtige of feestelijke gelegenheden. Het is nog altijd een belangrijke taak: de overheid in persoon vertegenwoordigen – met een schaar bij een lint, op de koffie bij de 100-jarige, op de bank bij de 500.000ste inwoner.

Voor Document Nederland is aan 22 burgemeesters gevraagd hoe ze hun tijd besteden. Gemiddeld een derde van hun werkweek gaat heen met representatie binnen en buiten de eigen gemeente. De burgemeester van Pekela noemt een bescheiden 10 procent, terwijl zijn collega van Meppel op wel 50 procent uitkomt.

In het representatieve deel is de verandering nauwelijks zichtbaar. In het gemeentehuis des te meer. Om te beginnen wordt van daaruit doorgaans een veel groter gebied bestuurd dan in de Swiebertje-tijd. Decennia van gemeentelijke herindelingen hebben 30 procent minder gemeenten opgeleverd dan twintig jaar geleden.

De samenstelling van gemeenteraden is in diezelfde periode eveneens drastisch veranderd. Lokale partijen zijn als een komeet omhoog geschoten, vaak ten koste van de oude ‘volkspartijen’ CDA en PvdA. In veel gemeenten zijn deze partijen te klein geworden om nog dominante wethouders te kunnen leveren.

In weliswaar grotere maar politiek steeds meer ‘verkruimelde’ gemeenten is de behoefte gegroeid aan één leider, een functionaris die ‘de boel bij elkaar houdt’. Dat doet de moderne burgemeester.

Sinds 2001 heeft Nederland in feite een door de gemeenteraad gekozen burgemeester. Hoewel de benoeming formeel nog altijd een Koninklijk Besluit vergt, worden vrijwel altijd de kandidaten benoemd die gemeenteraden voordragen. Dit brengt een ander type burgemeester aan het bewind. Vaker wordt nu een man of vrouw geselecteerd die al een staat van dienst heeft in allerhande functies binnen het openbaar bestuur: als wethouder, burgemeester elders, gedeputeerde, en/of hoge ambtenaar. Het valt terug te zien in de ontwikkeling van de gemiddelde leeftijd van burgemeesters, die van 54,2 jaar in 1998 is opgelopen tot 56,3 jaar in 2010.

Terwijl wethouders sinds 2002 geen lid meer zijn van de gemeenteraad, is de burgemeester wel voorzitter van de raad gebleven. Zo is hij meer en meer de verbindende schakel tussen raad en college geworden. Dit ‘duale stelsel’ heeft wethouders kwetsbaarder gemaakt voor politieke stormen; zij moeten veel vaker tussentijds aftreden.

Vraag aan een willekeurig gekozen burgemeester hoe hij zijn ambt de afgelopen vijf, tien jaar heeft zien veranderen en Victor Molkenboer (53, PvdA) van Leerdam somt op: „Meer taken op het gebied van regionale samenwerking. Toename en meer gebruik van bevoegdheden voor openbare orde en veiligheid. Zwaarder accent op integraal veiligheidsbeleid. Veranderde taken door de invoering van de veiligheidsregio’s. De komst van een nationale politie brengt een nieuwe rol van de burgemeester met zich mee. Toename van taken door decentralisatie van Rijk naar gemeenten. De samenleving wordt steeds individualistischer en diverser en dus wordt het bevorderen van de sociale cohesie steeds moeilijker en belangrijker. De burgemeester heeft een steeds grotere rol in het managen van de lokale bevolking.”Molkenboer concludeert: „Het ambt van burgemeester is een beroep geworden.”

Gijsbert van Es