Design voor alledag

Helsinki is volgend jaar designhoofdstad van de wereld. Ivo Weyel ging voorproeven.

even wij Nederlanders bij een geboorte een rammelaar cadeau en bij een huwelijk een peper- en zoutstelletje, in Finland is dat traditiegetrouw een vaas. Altijd dezelfde vaas, genaamd De Vaas – alsof er geen andere vaas bestaat –, die ’s lands beroemdste designer Alvar Aalto 75 jaar geleden ontwierp en die hij gemodelleerd zou hebben naar de grillige vormen van de Finse meren. In die vaas worden dan bloemen gezet, of paperclips bewaard, of sleutels, wattenstaafjes of wat dan ook. Waarmee we meteen zijn beland bij de kern van Fins design: laagdrempelig, wars van poeha, niet chic geëxposeerd in een kunstgalerie, maar juist beschouwd als gebruiksvoorwerp voor Jan en alleman en alledag.

Dat zal nog een koude kermis – of juist een goede les – opleveren voor de designadepten die volgend jaar naar de stad zullen reizen om kennis te maken met het plaatselijke sisustussuunnittelu, zoals interieurdesign heet op z’n Fins. Zijn wij langzamerhand gewend geraakt aan de chique status die design zich heeft toegeëigend, en de voortdurende stroom van peperdure, exclusieve en vooral steeds nieuwe ontwerpen, in Helsinki koestert men juist het erfgoed. Zo raadt de gids van het Design Museum ons aan vooral in Savoy te gaan eten, het restaurant waarvoor Aalto in 1937 het interieur ontwierp en dat sindsdien onveranderd is gebleven.

We volgen haar advies en worden daar blij van. Tot en met de wijnkoelers en de lichtknopjes is alles origineel. Natuurlijk zijn ook Aalto’s vazen alom aanwezig; sommige zijn zelfs nog onder zijn supervisie met de mond geblazen. Het is allemaal een tikje vergaan en versleten, terwijl er toch genoeg wordt verdiend. De fles rode wijn van Robertson’s die wij bestellen, de eenvoudigste op de kaart, dezelfde die bij Gall & Gall voor zes euro in de schappen staat, kost hier 97 euro. (We aarzelden nog even tussen deze en de Romanée-Conti voor 5.444 euro.) De toerist is gewaarschuwd: Helsinki is ademstokkend duur.

Een van de plekken waar het zich volgend jaar allemaal gaat afspelen, is Arabia, gelegen tussen Siberië en India, allemaal wijken die ooit zo genoemd zijn omdat ze zo ver van het toenmalige centrum van de stad lagen. Het gelijknamige porselein is wereldberoemd. In mijn jeugd was het in Nederland erg modern. En hier zie ik exact dezelfde serviezen waar ik als kind van at.

„In Finland denken we anders over design dan in de rest van Europa”, vertelt onze aimabele gids Milla. „We blijven klassiek design in productie houden, onveranderd, tot in lengte van dagen. Wij kennen de term ‘uit de mode’ eigenlijk niet. Traditiegetrouw verzamelen we het van kinds af aan, we geven het elkaar een leven lang cadeau, en als we een theekopje breken dat we al veertig jaar hebben, kunnen we dat nog steeds kopen, precies hetzelfde.”

Volksgebruik

Mede door dit volksgebruik heeft Helsinki de titel Design Capital weten binnen te halen. Want de International Council of Societies of Industrial Design, de eerbiedwaardige commissie die het predicaat toewijst, heeft de zorg om het milieu hoog in het vaandel staan – en wat is er duurzamer dan het bewaren en continueren van spullen, in plaats van steeds een nieuwe lading op de wereld te zetten? Wat niet wil zeggen dat Helsinki geen kijk op de toekomst heeft. („Please don’t get the wrong idea about us!” , smeekt Milla, die is gekleed in vintage Marimekko, het beroemdste Finse modehuis, ooit een favoriet van Jackie Kennedy, „we zijn echt geen stelletje oude geiten!”) Integendeel. Helsinki gebruikt design vooral als onderdeel van een ecovriendelijke toekomst, het integreert het in een nieuwe vorm van openbaar vervoer in de stad, in verfraaiing van de openbare parken en pleinen, in duurzame architectuur. Design voor het volk dus. Niet voor een elitair groepje liefhebbers. Hoe verfrissend. (Zeker na mijn recente bezoek aan Art Basel Design, waar ik een designstoel zag die 200.000 euro kostte en waar je niet op mocht/kon gaan zitten – ‘Please Don’t Touch’, stond op een bordje.)

Helsinki bereidt zich voor op volgend jaar. Een heel netwerk van kleine straatjes in de binnenstad is officieel benoemd tot Design District; je vindt er winkels van individuele ontwerpers (mode, meubels, sieraden, prullaria), trendy cafeetjes en wat er verder allemaal nodig is om een buurt hip te maken. Hier bevindt zich ook het designmuseum. En ook veel aandoenlijke shops met allerhande brei- en haakwerkjes (handwerken is nog steeds een verplicht vak op Finse scholen, zowel voor jongens als meisjes, en uitermate populair bovendien). Eindig de tocht voor koffie en taart in hotel Torni, een vintage architectuurjuweel uit de jaren dertig.

Culturele hart

Buiten het centrum ligt het voormalige Nokia-fabrieksterrein Kaapeli (‘Vijf hectaren cultuur’, zo slaat het zichzelf op de borst) dat nu de thuisbasis is van kunstgaleries en kunstopleidingen, open ateliers, theaters, fotostudio’s, cafés en restaurants, kortom het moderne culturele hart van de stad.

Samen met het Arabia-terrein zal het in 2012 als belangrijkste designcentrum fungeren voor lezingen, voorstellingen, rondleidingen en andere happenings rond het thema design.

Katja Kottkoski is er nu al haar atelier voor aan het inrichten. Als jonge beeldhouwster huurt ze een ruimte in het Factory Block op het Arabia-terrein. Met zichtbaar veel moeite probeert ze een enorme roze zeehond op een sokkel te zetten, haar nieuwste kunstwerk. Ze gaat een hele bont gekleurde dierentuin tentoonstellen. Ze heeft hoge verwachtingen. Ze hoopt ermee door te breken in de rest van Europa. „Eerst maar eens proberen door te breken in Finland zelf”, sneert een vriendin die haar een handje helpt. Waarna ze in schaterlachen uitbreken.

Helsinki designhoofdstad 2012: wdchelsinki2012.fiRestaurant Savoy: royalravintolat.com/savoyAlles over Helsinki: visithelsinki.fiDesign Museum: designmuseum.fi

    • Ivo Weyel