Burgers buigen zich over België

Nooit eerder was de burger zo mondig en machteloos en de politicus zo zichtbaar en radeloos, zegt schrijver David Van Reybrouck. Hij kwam met een burgerinitiatief om „de democratie te laten overleven”.

De Vlaamse schrijver David Van Reybrouck vindt dat de democratie in het Westen dringend toe is aan vernieuwing. En IJsland is het voorbeeld: daar schreven vijfentwintig burgers afgelopen zomer een nieuwe grondwet. Er was een dag lang over vergaderd met bijna duizend IJslanders en daarna hadden anderen zich er nog mee bemoeid op Facebook en Twitter.

Zo wil Van Reybrouck – die met zijn boek Congo de AKO Literatuurprijs, de Jan Greshoffprijs en de Libris Geschiedenis Prijs won – het ook in België. Niet voor een grondwet, maar voor nieuwe ideeën over politiek en democratie in een land dat nu al 490 dagen zonder echte regering zit en waar het voor Franstaligen en Vlamingen steeds moeilijker lijkt te zijn om samen te leven.

Met zesentwintig medestanders, vooral uit de academische en culturele wereld, bedacht hij de ‘G1000’: een ‘topbijeenkomst’ in Brussel van duizend willekeurig gekozen burgers – op 11 november, een vrije dag in België omdat dan het einde van de Eerste Wereldoorlog wordt herdacht.

Via een website verzamelt de G1000 ideeën. Bovenaan staan nu: ‘Wat is de rol voor politieke partijen in onze democratie?’, ‘Hoeveel bestuursniveaus heeft België nodig’ en ‘Hoe kan de overheid de banken en de financiële sector aansporen tot verantwoord gedrag?’

In Brussel bespreken ze vier van zulke onderwerpen. Daarna zullen twintig tot veertig mensen die uitwerken en de resultaten zijn voor de politiek. „Die krijgen op een presenteerblaadje een compromis aangereikt dat wordt gedragen door heel veel mensen”, zegt Van Reybrouck in zijn kantoortje in Brussel.

Is dat niet heel vrijblijvend? Wat heeft België eraan?

„Als burgers samenkomen om over de toekomst van de samenleving te praten, is dat de pure essentie van democratie volgens de definitie van de Duitse filosoof Habermas. En het is relevant: we komen met resultaten en een procedure die tonen dat er een andere democratische vorm mogelijk is. Wat we doen, heeft de zichtbaarheid van een massabetoging, maar de diepgang en precisie van een denktank.”

In het manifest van de G1000 staat dat politici in voortdurende angst leven voor burgers op Facebook en Twitter. Maar die burgers hebben pas echt iets te zeggen bij de volgende verkiezingen. „Nooit eerder was de burger zo mondig en zo machteloos. Nooit eerder was de politicus zo zichtbaar. En tegelijk zo radeloos.”

Dat was midden in de Belgische politieke crisis. Nu ziet het ernaar uit dat België over een paar weken een nieuwe regering heeft. De formatie is eindelijk echt begonnen nadat vier Vlaamse en vier Franstalige partijen een akkoord bereikten over een staatshervorming, de zesde voor België: Vlaanderen, Wallonië en Brussel worden er zelfstandiger door.

Vorige maand was er opeens oplossing voor de gevoeligste politieke kwestie: het kiesdistrict Brussel-Halle-Vilvoorde, waar Vlamingen en Franstaligen al sinds de jaren zestig een conflict over hebben.

David Van Reybrouck (40) gunt zijn land een regering. Maar hij maakte zich heel even zorgen. Zou er genoeg aandacht blijven voor zijn ‘burgertop’?

„Maar juist in de week van Brussel-Halle-Vilvoorde kreeg de G1000 vleugels”, zegt hij. „Er kwamen heel veel vrijwilligers bij, het aantal deelnemers voor 11 november steeg tot boven de vijfhonderd, we haalden in vier dagen 40.000 tot 60.000 euro op om onze kosten te dekken. En decampagne moest nog beginnen.”

Hoe kan dat?

„Ik was verbaasd, maar nu niet meer. Als je kijkt naar de duizenden onderwerpen waar mensen mee kwamen: Brussel-Halle-Vilvoorde werd maar negentien keer genoemd, de financieringswet (die de verdeling van het geld regelt tussen Wallonië, Vlaanderen en Brussel, red.) één keer. Ook al ging onze vraagstelling nadrukkelijk over het samenleven van burgers in dit land. Maar waar de mensen wakker van liggen, zijn de banken, politieke ethiek, klimaat. Nu er een regering komt, hebben mensen misschien meer ruimte in hun hoofd voor hun echte zorgen.”

Zoals over de bank Dexia, die in grote problemen kwam?

„Daar zijn burgers héél ongerust over. We maken nu ook de sluiting mee van een deel van staalbedrijf ArcelorMittal. Dat raakt aan ons trauma van Sabena (de Belgische vluchtvaartmaatschappij die in 2001 ten onder ging). Sabena zou gered worden door Swissair. Dexia door Frankrijk, ArcelorMittal door India. We vertrouwen op het buitenland en dat blijkt voor niks te zijn.”

Zal de staatshervorming België verder helpen?

„Op de vorige vijf is nooit laaiend enthousiast gereageerd. Vandaag gaat het minder ver dan sommige Vlamingen willen en verder dan Franstaligen wensen. Het eindigt altijd ergens halverwege. ”

Het is goed voor België dat er een regering komt?

„Natuurlijk, maar het is er een die geen meerderheid heeft in Vlaanderen. En de twee partijen die hebben gewonnen, N-VA en Groen!, zitten er niet in. Waarom gaan we dan eigenlijk nog stemmen? De ware macht zit bij de partijvoorzitters. Kun je dan volhouden dat er géén crisis is in de representatieve democratie? Die democratie, met verkiezingen als enige instrument, is een procedure uit de laat achttiende eeuw, ontstaan na de Franse en Amerikaanse revolutie. Dat was een goed idee en het was gekoppeld aan het trage medium van de krant. Sinds de komst van het zeer interactieve internet, internet 2.0 met totaal nieuwe vormen van openbaarheid, lijden de kranten. Maar ook de democratie. Eind 2006 riep Time Magazine ‘you’ uit tot persoon van het jaar: jij die Wikipedia vol schrijft en YouTube vol plempt. In 2007 begon de Belgische crisis en dat is niet toevallig.”

U zei eerder: politici voelen zich opgejaagd.

„In de Middeleeuwen bepaalde de abt welk manuscript werd gekopieerd. De boekdrukkunst maakte de overgang van de Middeleeuwen naar de Renaissance mogelijk, maar ook de heksenvervolging. Internet 2.0 heeft de revolutie in Egypte mede mogelijk gemaakt, maar zal ook ellende veroorzaken. Als de democratie ons dierbaar is, moeten we procedures bedenken om die te laten overleven in een nieuw ecosysteem, waarin informatie communicatie is geworden. We moeten af van het electoraal fundamentalisme.”

„Het is ook de laatste vorm van kolonialisme. Als een Afrikaans land democratisch moet worden, bedoelen we dat er op zondagochtend verkiezingen moeten komen. Dan krijgt dat land geld. We hebben geen aandacht voor lokale tradities van democratie zoals dorpsoverleg. We vinden dat formele procedures overnight moeten worden ingevoerd en denken dat het dan wel goed komt. Dat dachten we twintig jaar geleden ook bij het invoeren van vrije markten. Rusland deed dat en werd een oligarchie. We herhalen die fouten met onze ongedurigheid over democratie. Ik vind het ook merkwaardig. Nederland heeft voor het eerst een gedoogregering, Engeland heeft voor het eerst een coalitieregering, België heeft géén regering en in de VS hitste de Tea Party deze zomer de Republikeinen zo op over het schuldenplafond dat de hele wereldeconomie vast dreigde te lopen. Toch vinden wij onze democratie het beste exportmiddel. Als een IKEA-pakket en als het gammel staat, is dat de schuld van de knutselaar, de Congolees of wie dan ook.”

De politieke problemen in België hebben toch ook een eigen achtergrond die niks met Twitter en Facebook te maken hebben?

„In België is geprobeerd om de maatschappelijke breuklijnen tussen Franstaligen en Vlamingen te lijmen door verschillende bestuursniveaus te creëren. Die verkiezingen vergen. Het gevolg is dat je met electorale boulimie zit. Er is permanent verkiezingskoorts, als politicus zit je nooit in rustig vaarwater. Koppel dat aan een cultuur van voortdurende feedback door de sociale media en je hebt de context voor de Belgische crisis: politici vallen vier jaar lang dagelijks ten prooi aan aanvallen. De politiek loopt ook leeg nu. De afgelopen maanden zijn in bijna alle Vlaamse partijen mensen vertrokken die tot de grootste idealisten behoorden.”

„Ik vrees voor de stabiliteit van de regering die er nu komt. Die zal met haken en ogen aan elkaar hangen. En wat kan een nationale ministersploeg in deze tijd realiseren? Je bent met handen en voeten gebonden aan Europese beslissingen, ratingsbureaus, financiële markten. Het is voor politici lastig geworden om politicus te zijn en voor burgers om tevreden te zijn. Je kunt alles van seconde tot seconde volgen en permanent reageren, maar je mag maar eens in de vier jaar je stem laten horen. Regeringen beseffen te weinig hoe de stabiliteit daardoor wordt bedreigd. Kijk naar de Wall Street protesten, de Indignados uit Spanje die nu in Brussel zijn. Woede en frustratie kunnen gevaarlijk zijn als er geen betrokkenheid bij zit. Je moet het tumult van de massa ter harte nemen. Niet door er populistisch op in te spelen, maar door het te kanaliseren en op een hoger niveau te brengen. Wij creëren met ons burgerforum een nieuw middenveld, ad hoc en zonder de ideologie uit het industriële tijdperk.”

Politici benaderen u erover?

„Uit alle hoeken. Ze zeggen: laat je niet inpalmen door ons of een ander. Misschien omdat ze denken: we krijgen straks een mooi compromis over moeilijke onderwerpen.”

Maakt uw initiatief net zo veel los in Wallonië als in Vlaanderen?

„Nog niet. Ik ben in Wallonië ook niet zo bekend. Congo is ook nog niet in het Frans vertaald.”

Is het erg als G1000 wordt gezien als een Vlaams project?

„Ik sprak voor een veertigtal Franstalige ondernemers en die vonden het fantastisch dat er Vlamingen zijn die willen knokken voor democratie. In Franstalig België leeft een beetje een naïef idee over Vlaanderen, alsof wij een soort jaren-dertig-Duitsers zijn: kritiekloos, met autocratische elementen, niet bereid om te vechten voor democratie.”

Zien Franstaligen uw plan vooral als een idee om België te redden?

„Wij zeggen er steeds bij dat het ons daar niet om gaat. Onze primaire bedoeling is: een democratie in ademnood van zuurstof voorzien.”

Wat heeft de lange regeringsvorming gedaan met België?

„Het heeft geleid tot een geweldige polarisatie. Ik heb voor het eerst meegemaakt waar je over leest: dat het discours verandert, de stereotype denkbeelden aan beide zijden van de taalgrens. Over de luie Waal en de hardwerkende Vlaming. Of de rechtse, egoïstische Vlaming.”

Zulke beelden bestonden toch al?

„Ze bestonden al. Maar het is net als met het etnisch besef in Congo. Het was niet het kolonialisme dat dat besef creëerde, maar het belang dat eraan wordt gehecht kan fluctueren.”

Is de geest uit de fles?

„Dan bedoel je dat die er niet in terug kan. Het enige voordeel van deze crisis in België is: net nu Europa extremer wordt, anti-islam, is dat bij ons geen onderwerp van gesprek meer. En toch was die geest bij de opkomst van het Vlaams Belang zeer uit de fles. Door de komst van Bart De Wever (leider van de N-VA, grote winnaar van de verkiezingen, red.) is het Vlaams nationalisme uit de extreemrechtse hoek gehaald.”

„Ik zeg vaak: als het Vlaams Belang heroïne was, dan is Bart De Wever methadon. Ter linkerzijde wordt gehoopt op het einde van Bart De Wever en een terugkeer naar de Belgische solidariteit. Maar ik zie niet zomaar gebeuren dat nieuwkomers en oudgedienden dan als lammeren naast elkaar leven. Er is in Vlaanderen een lange traditie van nationalisme. Die kan verschillende vormen aannemen: rationeel economisch, maar ook uitgesproken xenofoob en anti-Europees. Er is hier een duidelijke markt, potentieel, voor een Geert Wilders.”

De N-VA van De Wever komt niet in de regering die nu in de maak is. Wat zal het gevolg zijn?

„De N-VA zal het bij de gemeenteraadsverkiezingen van volgend jaar goed doen. Maar het is en blijft een partij die aan één figuur is opgehangen. Ik deed een keer onderzoek op festivalcampings voor een toneelstuk. Ik vroeg jongeren wat ze hadden gestemd. Dan hoorde ik: ‘Bart De Wever. Die gaat iets doen voor België.’ Een separatistische partij die iets gaat doen voor België? Ze stemmen op de great communicator. Dat is ook iets voor de G1000: wij proberen te achterhalen welke ideeën mensen dierbaar zijn, los van de communicatieve vaardigheden van die of gene.”

Kwamen Franstaligen met andere ideeën op de website van de G1000 dan Vlamingen?

„Ze vonden taalonderwijs belangrijker. Dat is geen verrassing. Er zijn steeds minder Vlamingen die Frans spreken, maar wel steeds meer Franstaligen die Nederlands leren. Straks wonen we in een land waar alleen de Franstaligen nog de taal van het andere landsdeel spreken.”

Kan de G1000 mislukken?

„Nee. Wat zou een mislukking zijn?”

Dat over twee jaar niemand erover praat? Dat het niet begrepen wordt?

„De duur van de reputatie is geen argument. Ik merk wel dat mensen vaak vastzitten in het strikt electorale denken. Ik oefen mij in oneliners, maar ik heb nog tijd nodig om uit te leggen dat ons idee geen aanval is op verkiezingen, maar een aanvulling.”

In uw ‘Pleidooi voor Populisme’ uit 2008 schreef u over de angst bij lageropgeleiden voor de globalisering. Die ziet u nu ook?

„Ja, ik kom bij alle lagen van de bevolking, ik treed overal op. Ik zie hoe mensen zich zorgen maken over de welvaart van hun kinderen en kleinkinderen. De frustratie en angst kunnen nu nog worden omgezet in dialoog, als we ons best doen. Als er armoede komt, als de financiële markten België aanvallen, kan alles anders zijn. Nu is het nog niet te laat.”