Britten baas in peloton - plus Gilbert

Philippe Gilbert, Cadel Evans en Mark Cavendish waren de winnaars van dit wielerjaar. De Raboploeg viel tegen.

Mooi onderonsje tussen Mark Cavendish en Philippe Gilbert in de buik van het peloton, afgelopen zondag in volle finale van de klassieker Parijs-Tours. Proberen we de kopgroep te achterhalen of niet, vroegen de meest succesvolle renners van dit wielerseizoen zich af.

Waarom zouden ze eigenlijk nog? Beiden waren verzekerd van een lucratieve transfer. En hadden al genoeg gewonnen. Wereldkampioen Cavendish, die van HTC naar Sky vertrekt, kwam dertien keer juichend over de streep. Gilbert verruilt Omega Pharma-Lotto voor het Amerikaanse BMC en is zegekoning van 2011. Vandaag kan hij in de Ronde van Lombardije zijn eindtotaal op negentien brengen.

De Angelsaksische teams domineerden het seizoen. Wie had vooraf kunnen denken dat de Belg Johan Vansummeren, knecht bij Garmin-Cervélo, dit jaar Parijs-Roubaix zou winnen? Of dat Christopher Froome (Sky) in de Vuelta vóór zijn kopman Bradley Wiggins tweede zou worden in het klassement. Cadel Evans (BMC) versloeg topfavorieten Alberto Contador en Andy Schleck in de Tour. Het Amerikaanse HTC had opvallende winnaars in Tony Martin (WK tijdrijden) en Matthew Goss (Milaan-Sanremo). En het fraaiste staaltje van Angelsaksische dominantie was het WK, waar Cavendish de structurele ontwikkeling van een Britse wielercultuur op de weg bekroonde met de eerste regenboogtrui sinds Tom Simpson in 1965.

„Een Angelsaksisch model in het wielrennen bestaat niet”, stelt Geert Leinders, vijftien jaar ploegarts bij de Raboploeg en sinds dit jaar in dienst bij het Britse Sky. „Ik vind het een onjuiste voorstelling van zaken om de Angelsaksische cultuur af te zetten tegen het continentale wielrennen.” De Belgische wielerkenner relativeerde al na de voorjaarsklassiekers de vermeende trend van de laatste jaren. „Wat doe je dan met Philippe Gilbert, die is toch succesvol in de oude cultuur?”

Niet alleen de absolute uitblinker van 2011, in navolging van Eddy Merckx bijgenaamd ‘De Kannibaal’, maakte geen deel uit van een Engelstalig team. Alberto Contador won met het Deense Saxobank de Giro, Juan José Cobo (Geox, Spanje ) verraste met zijn eindzege in de Vuelta. Belgische renners – naast Gilbert en Vansummeren ook Nick Nuyens, Jelle Vanendert en Greg van Avermaet – wonnen grote wedstrijden.

En lang niet alles wat de Angelsaksen aanraken, verandert in goud. Bij HTC, dat financieel jaren kon teren op de erfenis van het Duitse T-Mobile, slaagde manager Bob Stapleton er ondanks alle successen niet in een nieuwe sponsor te vinden. Het eveneens Amerikaanse RadioShack van Johan Bruyneel fuseert noodgedwongen met Leopard-Trek.

Leinders, in de jaren tachtig al arts bij Panasonic van de begin dit jaar overleden Peter Post, signaleerde een bredere ontwikkeling. Topteams werken met steeds hogere budgetten en worden veelal gefinancierd door geldschieters van buiten de traditionele wielercultuur. „Investeringen gebeuren op basis van rationele motieven, niet meer uit bevlogenheid. Ploegen worden geleid volgens een businessmodel van buiten de sport. Maar je kunt niet zonder het improvisatievermogen van bevlogen ervaringsdeskundigen in het wielrennen. Dat is een subtiel evenwicht.”

De ene wielerploeg slaagde er in 2011 beter in dat evenwicht te bewaren dan de andere. BMC, gefinancierd door de Zwitserse miljardair en wielerfanaat Andy Riis, won met Evans de hoofdprijs in de Tour en lijkt met het aantrekken van Gilbert en Thor Hushovd klaar voor 2012. De nieuwe miljoenenploeg van de onzichtbare Luxemburgse zakenman Flavio Becca, Leopard-Trek, viel juist tegen. De dodelijke val van de Belg Wouter Weylandt in de Giro overschaduwde alles. Fabian Cancellara en de broers Schleck presteerden minder dan voorheen bij Bjarne Riis. Door de fusie met RadioShack gingen veel arbeidsplaatsen verloren bij de twee teams.

Ook bij de Rabobankploeg wringt steeds weer het subtiele evenwicht tussen sponsor en wielerdeskundigen. Vanaf de start in 1996 is de bankiersploeg een stabiele factor in het profpeloton. In 2011 blonk de Nederlandse ploeg bij momenten uit, met name in de voorbereidingswedstrijden op klassiekers en Tour. De jonge Steven Kruijswijk reed sterk in de Giro (negende), Bauke Mollema in de Vuelta (vierde). Maar uitgerekend in de klassiekers en de Tour zelf, de belangrijkste momenten van het seizoen, viel de peperdure wielerploeg tegen.

Het imago van de bank gaat boven prestaties van de ploeg, zeker na het echec met Michael Rasmussen. De Deense geletruidrager werd in 2007 uit de Tour gezet door de Rabobankploeg en op staande voet ontslagen, omdat hij had gelogen over de locatie van zijn training.

Alles in en om de ploeg wordt strak gecontroleerd door de sponsor, van interviews tot personeel. Dat wreekt zich vooral op momenten van erop of eronder. Natuurlijk was de val van Robert Gesink in de Tour de France pure pech. Maar zodra de publieke opinie zich tegen de jonge kopman keerde, kreeg hij van de ploegleiding weinig steun. In plaats van vierkant achter Gesink te gaan staan, en eventuele controverse in de media op de koop toe te nemen, stelde directeur Harold Knebel (ex-bankier) nog tijdens de slottijdrit de mentale weerbaarheid van de geplaagde klimmer ter discussie.

Rabo is het Sky van Nederland, de sponsor van de grootste profploeg en daarnaast van de nationale bond. In Groot-Brittannië vult manager David Brailsford, eerder succesvol op de baan, zijn vaste groep vertrouwelingen aan met specifieke wielerkennis op de weg: arts Leinders, ploegleiders Steven de Jongh en Servais Knaven. Rabobank ververst de ploegleiding niet.

Zestien miljoen euro stopt Rabobank jaarlijks in het wielrennen. Vacansoleil doet het met de helft en scoorde als underdog publicitair nauwelijks minder. Johnny Hoogerland dwong met aanvallend rijden aandacht af in de Tour, en belandde in een mediahype na zijn val in het prikkeldraad. Jongeren als Pim Ligthart (NK-zege), Rob Ruijgh (Tour) en Wout Poels (Vuelta) braken door. Naast Vacansoleil ontwikkelt ook Skil-Shimano zich opvallend, met Tom Veelers als sterke piloot voor de Duitse topsprinter Marcel Kittel.

Sky werkte drie jaar aan een plan voor de wereldtitel van Mark Cavendish en kijkt alweer vooruit naar de Tour en de Olympische Spelen van 2012 in Londen. In Nederland is van vergelijkbaar elan richting WK in Valkenburg geen sprake. Terwijl drie grote profploegen en talent garant zouden moeten staan voor een mooie toekomst.