Berichten uit de Brabantse wietschuur

Elke zichzelf respecterende criminele organisatie in Nederland zit in de hennep. Overheid en justitie doen koortsachtig pogingen wietcriminelen aan te pakken. Ze richten hun pijlen vooral op de henneptelers, want die zijn het eenvoudigst te pakken. Portret van de henneptelers.

Nederland, Tilburg, januari 2008 Op een zolder in een woonhuis is een illegale hennepkwekerij ontdekt door de politie. professionele schoonmakers ruimen de wietplantage op. Wiet, hennep, soft drugs, softdrugs, criminaliteit, crimineel gedrag, bijverdienen, illegaal, Wietplanten. Hennepplant. THC, wietkwekerij, hennep, wiet, blowen, gedogen, gedoogbeleid, ontruiming Foto: Dolph Cantrijn/Hollandse Hoogte

Een lege plastic plantenpot omklemmend loopt hij zenuwachtig de rechtszaal binnen. Zijn advocaat knikt hem geruststellend toe. Hij is de eerste verdachte vandaag. Deze ochtend behandelt de rechtbank in Den Bosch tien zaken tegen verdachte henneptelers.

De officier van justitie gaat staan en leest de aanklacht voor. De verdachte wordt hennepteelt en diefstal van elektriciteit verweten. De rechter vraagt of hij iets wil zeggen.

Hij – onopvallende blonde dertiger – steekt van wal. Eind oktober had hij hennep gezet, „zeg maar”, maar toen de politie begin dit jaar binnenviel, vond die alleen nog plantenresten. „We waren er al mee uitgescheden.” En toen heeft de politie „wel heel erg enthousiast” een inschatting gemaakt van het aantal planten.

Schuchter laat hij schaaltekeningen zien van zijn zolder. Hij haalt de plantenpot boven tafel. Hij rekent en concludeert: er passen maar 63 planten op zijn zolder en niet 260, zoals de politie beweert.

De politierechter kijkt hem vriendelijk aan. Maar waarom, vraagt ze. „Ik zie dat u gewoon een baan heeft.” Ja, hij werkt veertig uur in de week. Maar anderhalf jaar geleden is hij gescheiden. Hij moest een lening afsluiten om zijn ex drieduizend euro mee te kunnen geven. Die wilde hij terugverdienen met wiet. Een kennis van hem heeft het allemaal geregeld: het opgebouwd, verkocht. Nee, de naam van die die kennis noemt hij niet – „Ik ben er uit en ik wil er uit blijven”.

Nu is het aan de in hennepzaken gespecialiseerde officier van justitie Bos om een straf te eisen. „Tot voor kort werd hennepteelt gezien als een vrij onschuldig delict”, begint hij. Hij zal deze woorden bij elke volgende eis deze ochtend herhalen. „Inmiddels blijkt hennepteelt een groot probleem. Het gaat bijna altijd gepaard met belastingontduiking, uitkeringsfraude, energiediefstal, gevaarzetting. Bovendien is de hennepmarkt tegenwoordig grotendeels in handen van de georganiseerde misdaad. Dit heeft een verweving van boven- en onderwereld tot gevolg. Net als grote criminele geldstromen en tal van geweldsincidenten.”

Om de ernst van hennepteelt te onderstrepen, wordt volgens de nieuwe richtlijn al snel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gevorderd, zegt Bos. Maar omdat deze verdachte hier voor de eerste keer is en Bos uitgaat van 63 planten, eist hij een werkstraf van tachtig uur en een ontnemingsvordering.

De rechter doet meteen uitspraak. „Ik vind u wel een grote sukkel”, zegt ze. „Ik verwacht u hier niet terug te zien, maar er moet wel afgerekend worden.” Ze legt hem een werkstraf op van zestig uur en een ontnemingsvordering van 4750 euro.

Knutselaars, noemt advocaat Jonkergouw uit Den Bosch henneptelers als deze. „Bijstandsmoeders, mensen met schulden die snel iets willen bijverdienen.” Zo moeilijk is het niet, zegt hij. Je gaat naar een growshop en koopt lampen, luchtfilters, potten. Op internet is gemakkelijk te vinden wat je moet doen. En er blijkt altijd wel iemand te vinden die plantjes kan leveren, wil knippen, wil kopen. Of nog eenvoudiger, zegt de advocaat. Iemand die weet dat er geldnood is, vraagt: ‘Wil je simpel geld verdienen? Ik bouw de kwekerij voor je, ik regel alles. Jij hoeft alleen wat water te geven. Risico loop je nauwelijks, want de pakkans is klein’.

Al 34 jaar lang houdt Jonkergouw zich met hennepzaken bezig. In de jaren tachtig kweekten in Nederland vooral bevlogen hippies. Toen waren het de Klaas Bruinsma’s van de onderwereld die wiet uit het buitenland haalden. In de jaren negentig ontdekten Nederlanders dat zij ook zelf, binnen onder lampen, hennep konden telen: de geboorte van de nederwiet. Jonkergouw: „De laatste tien jaar heeft het aantal hennepzaken een vlucht genomen.”

Elke zichzelf respecterende criminele bende in Nederland zit tegenwoordig in de hennep, zegt een politieagent in de televisiedocumentaire Nederwiet (NCRV, 2011). En: als we schatten hoeveel hennep er in ons land geteeld wordt, staat – qua oppervlakte – minimaal de halve, maximaal de hele provincie Utrecht vol planten.

Vooral in Noord-Brabant wordt fanatiek geteeld. De provincie staat bekend als de wietschuur van West-Europa. Eind vorig jaar richtte minister Opstelten (VVD, Justitie) in allerijl een taskforce op om de georganiseerde criminaliteit in de provincie aan te pakken. Dat was na een reeks van vijf drugsgerelateerde gewelddadige incidenten, waaronder een moord en een beschieting van een woning met een automatisch wapen.

Sindsdien heeft het parket in Den Bosch een officier van justitie speciaal belast met hennepzaken, worden er systematisch kwekerijen opgerold en valt de politie met regelmaat een woonwagenkamp binnen. De taskforce heeft het aan de Universiteit van Tilburg verbonden onderzoeksinstituut IVA gevraagd te onderzoeken: wie is nou die hennepteler. Dat onderzoek loopt.

Dé hennepteler bestaat niet, zegt advocaat Jonkergouw. „Er zijn wel twee soorten telers: de knutselaars en de professionele jongens.” Beide soorten staan laag op de ladder van criminele organisaties, weet drugsdeskundige en criminoloog Toine Spapens van de Universiteit van Tilburg. Als je echt iets voorstelt in de criminele wereld maak je je handen niet vuil aan planten en potten. Dan handel je, zegt hij.

Professionele kwekers zijn vaak autochtone mannen tussen de twintig en veertig jaar oud, is de ervaring van advocaat Jonkergouw. Ze kweken in loodsen, boerenstallen, containers die ze steeds verplaatsen met vrachtwagens. Of in kasten van huizen die ze speciaal voor de hennepteelt laten huren door een tussenpersoon.

Ze weten wat ze moeten doen om de pakkans te verkleinen, zegt Jonkergouw. Ze nemen geen telefoon mee, ze rijden in huurauto’s, ze wijken uit naar plekken waar de politie minder alert is. „En als ze toch gepakt worden, zeggen ze niks. Dat is heel verstandig. Dan zeggen ze ook niets verkeerds. Ze gaan de politie niet helpen.”

Als professionele henneptelers veroordeeld worden, krijgen ze gevangenisstraffen. Die kunnen oplopen tot jaren. Zeker als de politie ook kan aantonen dat ze deel uitmaken van een criminele organisatie. Ontnemingsvorderingen lopen bij grote jongens meestal in de tonnen.

Knutselaars zijn minder sluw en worden vaker betrapt – een risico dat de grote jongens die hun wiet verhandelen, incalculeren, volgens de politie Brabant Zuidoost. Knutselaars worden via Meld Misdaad Anoniem verraden door een buurman die iets ruikt. De energiemaatschappij snort ze op. De politie doet een warmtemeting voor hun huis. Knutselaars praten wel tegen de politie, maar verlinken zelden hun contactpersoon. Jonkergouw: „Dat heeft ook geen voordelen. Het is jouw woord tegen dat van, zeg, Jantje. Het levert geen strafvermindering op en je kunt er wel door in de problemen reken.”

Knutselaars worden niet gedwongen of bedreigd door professionele criminelen, zeggen Jonkergouw en Bos. Het zijn geen zielepieten, zegt Bos. „Het zijn mensen die voor duizenden euro’s aan professionele apparatuur in hun woning zetten, of laten zetten. Ze hebben het doel elke acht tot tien weken vele duizenden euro’s te verdienen. En ze werken hoe dan ook samen met mensen die dieper in de hennepwereld zitten.” Volgens Jonkergouw zijn knutselaars mensen met problemen die, als ze gepakt worden, nog dieper in de miserie zakken.

De ochtend met hennepzaken in de rechtbank van Den Bosch vordert. De meneer met de 288 planten op de Bredalaan in Eindhoven komt niet opdagen. De rechter legt hem een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van acht weken op en een vordering van 15.968 euro. Ook de vrouw met 261 planten, die niet op de zitting verschijnt, krijgt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf: vier weken.

Tenslotte schuifelt de 74-jarige cliënt van advocaat Jonkergouw achter een rollator de rechtszaal binnen. Hij heeft een paardenstaart tot op zijn middel en een woeste baard. Een zuurstofslangetje loopt naar zijn neus. Hij heeft onlangs een hersenbloeding gehad, zegt hij tegen de rechter als hij eenmaal zit. En of ze wat harder wil praten, want de batterijen van zijn gehoorapparaat zijn op.

Hij had geld nodig, vertelt hij. Zijn vrouw wilde scheiden en hij heeft alleen AOW. Toen kreeg hij een tip: met hennep was geld te verdienen. Hij belde ene Sahib en maakte een afspraak. Ze troffen elkaar op een parkeerplaats. Hij kreeg 120 plantjes mee en zes lampen. Helaas is zijn eerste oogst mislukt. Hij had te veel water gegeven en kreeg ‘toprot’. Zijn tweede oogst leverde een kilo wiet op, goed voor 5000 euro. Zijn derde kweek was nog niet geoogst en toen viel de politie binnen. Nu heeft hij meer schulden dan ooit en wil de woningbouwvereniging hem na dertig jaar huur zijn huis uitzetten. Terwijl hij niet eens, zoals de meeste kwekers, elektriciteit heeft gestolen.

De rechter legt een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes weken op, met een proeftijd van twee jaar. Gezien zijn gezondheid, lijkt een taakstraf haar geen goed plan, zegt ze luid. En ze wijst de ontnemingsvordering van de officier van justitie af. Als de man de zaal heeft verlaten, verzucht ze: „Ik ga zijn erfgenamen niet met een schuld opzadelen. En voor zo’n oude boef moet je ook respect hebben.”