Bang voor het water uit de kraan

Psychologie Kinderen zijn soms onhandelbaar van angst – zonder dat ouders ervan weten, zegt kinderpsychiater Frits Boer.

Angst is je vriend: hij behoedt je voor gevaren. Pas als de angst zo hevig wordt dat hij je hindert in je functioneren, en hij niet weggaat zodra de enge situatie voorbij is, dan is angst je vijand.

Dat vertelt psychiater Frits Boer aan kinderen die op zijn spreekuur komen met overmatige angst. Boer, emeritus hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie van het AMC in Amsterdam, schreef er een boek over: Angst bij kinderen. Overmatige angst, schrijft hij, komt vaak voor. Scheidingsangst, faalangst, sociale angst, fobieën, piekeren: in totaal heeft zo’n tien procent van de kinderen er last van, schat Boer. In zijn boek beschrijft hij de achtergrond van deze angststoornissen en geeft hij praktische tips aan ouders, leerkrachten en hulpverleners.

Er zijn kinderen die zó bang zijn voor haaien, zegt Boer, dat ze niet alleen de zee mijden, maar ook niet willen zwemmen in een meertje en zelfs onder de douche een paniekaanval kunnen krijgen. Maar zoiets is uitzonderlijk. Veel algemener is bijvoorbeeld scheidingsangst. Dat is angst om door de ouder in de steek gelaten te worden. Die angst verdwijnt gewoonlijk gedurende de kleutertijd, maar is soms ook later nog aanwezig. De angst kan zo hevig zijn dat een kind pertinent niet naar school wil en letterlijk pijn in zijn buik krijgt.

“Dergelijke angsten kunnen heel invaliderend zijn”, zegt Boer. „Ze kunnen een obsessie worden. Het kind gaat omwegen maken, situaties vermijden, alles om maar niet te worden blootgesteld aan datgene waar het bang voor is.”

Probleem voor kind en ouders is dat vaak niet duidelijk is dat het om angst gaat. Kinderen kunnen bijvoorbeeld volstrekt onhandelbaar worden: heel boos, agressief of juist extreem teruggetrokken. Boer: “Dat maakt angst vaak moeilijk herkenbaar. En het zorgt ervoor dat veel ouders en leerkrachten een averechtse aanpak kiezen. Bijvoorbeeld als ze het kind met harde hand naar school sturen (‘stel je niet zo aan!’), of als ze het kind juist vertroetelen en thuislaten.”

Verraderlijk mechanisme

Dat is jammer, vindt Boer, want vaak is de angst prima te verhelpen. Vaak al in een vroeg stadium. “Daarom heb ik dit boek geschreven”, zegt Boer. “Angst is namelijk bij uitstek iets waarbij het helpt als iemand vertelt hoe het in elkaar zit. Als kinderen, ouders en leerkrachten dat eenmaal snappen, kunnen ze er samen heel gericht iets aan doen.”

De vraag die voor de hand ligt, is waar die angst vandaan komt. Wat dat betreft is er goed nieuws en slecht nieuws, schrijft Boer in zijn boek. Eerst het slechte nieuws: het is meestal niet mogelijk de oorzaak van overmatige angst te achterhalen. Er zijn wel bekende risicofactoren. Bijvoorbeeld angst in de familie, verlegenheid of een traumatische ervaring. Maar dan het goede nieuws: gelukkig hoef je de oorzaak niet te kennen om de angst goed te kunnen behandelen.

Een van de belangrijkst dingen is volgens Boer: de angst niet vermijden. “Vermijding is een verraderlijk mechanisme”, stelt hij, “want het helpt. Maar alleen op de korte termijn. Op de lange termijn werkt het contraproductief.” Op een gegeven moment, zegt Boer, moet het kind die confrontatie aangaan: in kleine, overzichtelijke stapjes. “Dan ziet het kind: ‘Wacht eens even, ik kan dat wél!’. Dat geeft een gevoel van trots en van zelfwaardering. Vermijding daarentegen geeft geen goed gevoel.”

Het is een heel simpel principe, maar in de praktijk toch vaak lastig, geeft Boer toe. De angst komt immers vaak vermomd tot uiting. Ook kan de angst deel uitmaken van een ingewikkelder aandoening, zoals een hechtingsstoornis, depressie, ADHD of autisme. “Het is moeilijk om een complex sociaal probleem te ontrafelen en terug te brengen tot de basis”, zegt Boer. “Maar als dat eenmaal is gelukt, dan is de angstcomponent vaak vrij makkelijk aan te pakken met een stappenplan.”

Hij noemt een concreet voorbeeld. Een meisje van 14 durft plotseling niet meer naar school. Maar dat zegt ze niet; in plaats daarvan spijbelt ze. ‘Het zal de puberteit wel zijn’, zeggen haar ouders. ‘Ze is zo dwars, we kunnen niet tot haar doordringen.’ In werkelijkheid schaamt het meisje zich voor haar lichaam. Ze wordt een vrouw, en is bang dat klasgenoten haar zullen uitlachen om haar borsten.

Is het ware probleem eenmaal blootgelegd, dan volgt een aanpak die zijn wortels heeft in de cognitieve gedragstherapie. Boer: “Samen met het meisje ga je na: kloppen die negatieve gedachten wel? Samen praat je situaties door. Je gaat kleine experimenten uitvoeren, en haar zelf laten ontdekken dat klasgenoten haar lichaam heus niet vreemd vinden.”

Je stuurt het meisje geleidelijk weer naar school, benadrukt Boer. “Eerst laat je haar een tijdje één uur komen, in een aparte kamer. Vervolgens doet ze een tijdlang aan één les mee. Maar nog niet de gymles, daar wacht je nog even mee. Zo bouw je het langzaam op.” Daarnaast leer je het kind hoe het kan reageren als de angst toch weer opduikt. Bijvoorbeeld met ademhalings- en ontspanningsoefeningen.

Boer baseert zich daarbij niet alleen op zijn eigen praktijkervaringen, maar ook op recent onderzoek naar cognitieve gedragstherapie als aanpak van angststoornissen bij kinderen. Verschillende studies wijzen uit dat cognitieve gedragstherapie beter werkt dan bijvoorbeeld medicatie of psychotherapie. Een Amerikaans onderzoek onder angstige kinderen liet zelfs zien dat ruim 80 procent na een jaar geheel van zijn angst verlost was. Die studie verscheen afgelopen dinsdag in Child Psychiatry and Human Development.

Boer heeft nog wel een waarschuwing: veel kinderen zullen zich in eerste instantie verzetten tegen de aanpak. “Maar uiteindelijk geeft het vaak opluchting als iemand jou snapt en je wil helpen”, zegt Boer. “Ik zeg niet dat dit bij alle dwarse pubers helpt. Maar soms is dwarsheid het overschreeuwen van angst.”

Gaat overmatige angst ooit helemaal weg? Boer: “Dat moeten we niet verlangen. Sommige mensen hebben nu eenmaal een temperament dat ze er gevoelig voor maakt. Maar die mensen kun je leren: ‘Schrik er niet van, het is niet erg, zo zit jij blijkbaar in elkaar. En dit is wat je eraan kunt doen’.”

Frits Boer: Angst bij kinderenLannoo Campus, €15,99