Alles, zelfs onenigheid, wordt afgestemd

Het minderheidskabinet van premier Mark Rutte bestaat nu een jaar. Vaste gedoger is de PVV. Hoe werkt deze constructie achter de schermen? Afspraak is afspraak, en de coalitie is eigenlijk „doodnormaal”. Er gebeurt weinig zonder dat Geert Wilders het weet.

Keurig gaan de 78 handen omhoog. Het kabinet Rutte boekt, met nipte meerderheid, weer een succes: een strengere bijstandswet. Voor stemmen, zoals gewoonlijk: coalitiepartijen VVD en CDA, formele gedoogpartij PVV en de twee stille gedogers van de christelijk-fundamentalistische SGP.

Toch is het geen feest, deze dinsdag voor het herfstreces. Daarvoor was de weerzin tegen de wet onder CDA’ers eerder te hoog opgelopen. Die richtte zich, binnenskamers, op het voornemen gezinnen met een werkend kind een substantieel deel van hun bijstand af te pakken. Het CDA wilde een tegemoetkoming voor wie dit heel slecht uitpakt. Probleem: de maatregel staat in het regeerakkoord. En „dan is er geen millimeter ruimte”, zoals VVD-fractievoorzitter Stef Blok het omschrijft.

Wat te doen? CDA-fractievoorzitter Van Haersma Buma ging nog dezelfde avond in overleg met zijn collega’s van VVD en PVV, Stef Blok en Geert Wilders. Zij kwamen er niet uit. Premier Mark Rutte werd erbij gehaald. De oplossing: het CDA mag steun vragen bij oppositiepartijen om te grote inkomensachteruitgang te laten compenseren door gemeenten, die daar geen extra geld voor krijgen. VVD en PVV zullen tegenstemmen. De verantwoordelijke staatssecretaris zal het idee publiekelijk ontraden. En natuurlijk moeten de CDA’ers wel voor de strenge wet stemmen. Afspraak is afspraak.

Zo werkt dit gedoogde minderheidskabinet. Zichtbaar vormen ze een gesloten front. Om dat vol te houden zijn er een paar regels, opgelegd met ijzeren discipline. Afwijken van het regeerakkoord mag niet. Elkaar verrassen is not done. Ieder voornemen van CDA of VVD om samen te werken met een oppositiepartij kan pas doorgaan na overleg met Wilders. En als het moet, krijgen de mannenbroeders van de SGP wat ze willen.

Wie stemt wat?

Het regeerakkoord is de Bijbel en vijf mannen zijn de hogepriesters van de tekstexegese. Mark Rutte, Maxime Verhagen en Geert Wilders komen elke maandagmiddag samen, locatie onbekend. Niets belangrijks gebeurt in de coalitie zonder dat zij erover spreken. Bij strijd over het akkoord is hun uitleg heilig.

Wilders zit dinsdagmiddag ook aan voor de fijnere afstemming van de eindeloze berg details die bij regeren horen. Dan vergadert hij met collega-fractievoorzitters Blok en Van Haersma Buma. Ze lopen de lange stemmingslijsten af. Wie stemt wat? Kan iedereen met elkaar leven?

Waar gedoger Wilders niet bijzit, is de ministerraad. Voor hem geen probleem, want informatie die hij mist, zoekt hij zelf wel op. Zo zit hij regelmatig op een van de ministeries, of een van zijn secondanten, om zich te laten bijpraten door ministers. Hij wordt er behandeld als een volwaardig lid van de regering.

Zolang geen conflicten ontstaan, zijn Kamerleden zelf verantwoordelijk voor de interpretatie van het akkoord. „De woordvoerders doen dat aan tafel met de bewindspersoon”, zegt Anouchka Miltenburg, vice-fractievoorzitter van de VVD. „Niet schriftelijk, daarvoor liggen de zaken te gevoelig. In deze tijden zijn er geen leuke-dingen-voor-de-mensen. Alles is moeilijk.” Als woordvoerders en bewindspersoon er niet uitkomen, komen de fractievoorzitters erbij.

Dat is niet vaak nodig. Want al trekken PVV’ers publiekelijk graag hard van leer tegen het kabinet, achter de schermen doen ze zelden moeilijk. Er valt alleen niet te praten met de PVV als het om hun „emo-puntjes” gaat, zoals een anoniem bewindspersoon dat noemt. Die „kroonjuweeltjes” vallen samen met de beloften die Wilders zijn kiezers deed bij de presentatie van het regeerakkoord een jaar geleden: minimumstraffen, migratiebeperking, 12.000 verplegers in de ouderenzorg, 500 man dierenpolitie, bezuinigingen op het omroepbestel en cultuur.

Essentieel voor het succes van de samenwerking is het uitsluiten van verrassingen, zegt Stef Blok. „Niets van wat wij tijdens de Algemene Beschouwingen zeiden, was voor de ander een verrassing.” Dat Wilders uithaalde naar het Europese beleid van het kabinet? Van tevoren bekend. Dat Van Haersma Buma het kabinet verweet te weinig oog te hebben voor de samenleving? Dat Blok vroeg om meer snelheid bij het snoeien in bestuurslagen? Bekend.

Partners informeren elkaar ook als een kwestie niets van doen heeft met het gedoogakkoord. Blok: „Van de vorige coalitie hebben we geleerd dat een vertrouwensbasis essentieel is. CDA en PvdA haalden elkaar het bloed onder de nagels vandaan, wij zorgen ervoor dat we altijd vertellen wat we gaan doen.”

Ook ‘doe eens normaal man’? Blok glimlacht ongemakkelijk. Er gaat wel eens iets fout. Dat maakt CDA-minister Donner (Binnenlandse Zaken) nu ook mee. Deze officieuze kandidaat om vice-voorzitter van de Raad van State te worden wordt nu beschadigd door vertraging in de benoemingsprocedure. CDA en VVD geven elkaar daarvoor anoniem de schuld. Ongebruikelijk.

Gewoonlijk is de discipline indrukwekkend, zeggen betrokkenen. In het voorjaar moest het kabinet 2 miljard euro aan zorgoverschrijdingen wegwerken. VVD, CDA en PVV zaten in soms grote groepen aan tafel, op zoek naar oplossingen. Al die tijd lekte niets uit. Van Haersma Buma: „Dat heeft een groot gevoel van saamhorigheid gegeven.” Ze kwamen eruit. De partijen besloten, tegen de begrotingsregels in, andere departementen mee te laten betalen. Winst voor CDA en PVV, voor wie bezuinigen op zorg het pijnlijkst is.

Die zelfdiscipline doet soms pijn. VVD’ers en CDA’ers vertellen er bijna trots over. Als illustratie noemen ze graag de btw-verhoging op kunst. VVD’er Helma Neppérus kondigde in het najaar van 2010 aan wel te voelen voor alternatieven voor de belastingverhoging. Het CDA volgde. Maar het staat in het regeerakkoord, dus bleef PVV’er Van Vliet onvermurwbaar. Vlak voor de betreffende stemmingen vroeg D66-leider Pechtold om extra tijd, voor overleg met regeringspartijen over alternatieven. De kans daarop leek zo groot. Maar Van Vliet schudde ‘nee’, voor iedereen zichtbaar.

Nu, maanden later, zegt Van Vliet: „De afspraak is duidelijk. Als een Kamerlid aanpassing van het akkoord wil, moet hij bij zijn fractievoorzitter zijn. Die gaat naar zijn partijleider, want aanpassingen van die afspraken, moeten langs de partijleiders. Altijd.” Dus kwam er een hogere btw voor kunst, al wilde 70 procent van de Kamer iets anders en heeft zelfs VVD-staatssecretaris Halbe Zijlstra van Cultuur de verhoging onvoldragen genoemd. Dat is discipline.

CDA’er Eddy van Hijum is er niet rouwig om. Wat Neppérus probeerde, zonder ruggespraak, dat kan niet. „Dat is zo prettig aan deze coalitie in vergelijking met de vorige. We proberen niet voortdurend te morrelen aan de afspraken. Zo’n akkoord is ook een kwestie van zelfbinding.”

Als er even twijfels zijn over die zelfbinding, dan duikt zeker Wilders er bovenop. Zoals toen minister Gerd Leers (Immigratie, CDA) vorige week weer eens zei dat hij immigratie ziet als verrijking van de samenleving. De PVV-leider slingerde een boze tweet de ether in en klaagde bij Rutte: stond Leers nog achter de immigratiebeperkende voornemens waar de PVV zo trots op is? Rutte droeg Leers op het „misverstand” met Wilders te bespreken. Aldus geschiedde.

Niet zeuren

Hoe bevalt het de deelnemers eigenlijk, deze constructie? Ze zeuren nooit, ook niet als pennen zijn weggeborgen of bandrecorders uit staan. Als er al af en toe een klacht valt, komt die van een CDA’er of óver een CDA’er. De partij verkeert nog steeds in tweestrijd over de deelname aan dit kabinet. Dat vergroot de neiging af en toe een succesje te scoren ten koste van de anderen, soms tot ergernis van coalitiegenoten. Een PVV’er: „CDA’ers gaan soms zo tekeer tegen een bewindspersoon dat ik me afvraag of ze niet zondigen tegen de geest van het gedoogakkoord.”

Tegelijk bestaan de schaarse succesjes van CDA’ers meestal uit het verzachten van de pijn van maatregelen waarvoor de partij zelf in de formatie heeft getekend. Zoals die strengere bijstandswet.

Bovendien: als het wél lukt, is het moeilijk pronken. „Profileren is in de huidige samenwerking een probleem”, erkent CDA’er Van Hijum. „Anderen gunnen je overwinningen makkelijker als je die niet te nadrukkelijk claimt. Wij hebben één miljard compensatie geregeld voor de lagere inkomens en houden de koppeling tussen uitkeringen en lonen in stand. Niet de PVV. Maar het regelen is één kwaliteit, het uitventen een andere.” Het CDA is nog altijd goed in het onderhandelingen buiten het zicht van de camera. Niet de beste plek om je te profileren.

Extra pijn doet het sommige CDA’ers dat de SGP zonder enige moeite „kadootjes” van het kabinet krijgt. In het debat over de nieuwe bijstandswet kreeg de SGP de belofte dat een sollicitatieplicht voor bijstandsmoeders wordt voorkomen. Kosten 15 miljoen. De SGP helpt het kabinet aan een meerderheid in de Eerste Kamer. Wat moet, dat moet.

Wil het CDA nog wel eens lastig doen, de PVV is dat niet. VVD’ers en CDA’ers constateren het verbaasd. PVV’ers zijn uiterst loyaal, ook als bezuinigingen pijnlijk zijn voor hun ijkpersonen Henk en Ingrid. „Ze zitten niet op het randje te kijken of ze een komma anders kunnen interpreteren. Zoals PvdA’ers wel deden tijdens Balkenende IV”, zegt een CDA’er, zeker geen PVV-fan. Wilders, zeggen zijn fractiegenoten, hamert er binnen de fractie op dat iedereen zich aan zijn afspraken houdt.

Het helpt dat PVV’ers met achteloos gemak kabinetsmaatregelen steunen waarmee ze even daarvoor de vloer hebben aangeveegd. Zo noemde Richard de Mos grote prijsstijgingen in het openbaar vervoer „je reinste diefstal”. Vervolgens stemde hij tegen een motie die oproept de tarieven te matigen. Het is één van vele voorbeelden.

Als er al klachten over de PVV bestaan bij de partners, dan gaan die over gebrek aan diepgang en de afwezigheid van zelfreinigend vermogen binnen de fractie – die nogal wat mannen met een veroordeling kent.

En de VVD? Daar tonen ze zich dolgelukkig. Ze zijn – eindelijk – de grootste, leveren een populaire premier, het kabinet draagt hun ideologie uit van minder overheid en meer zelfredzaamheid. En de peilingen? Die belonen ze ook nog eens voor historisch grote bezuinigingen. Hun vrijage met de anti-liberale SGP levert hoogstens intern gemopper op.

Open latrelatie

Deelnemers omschrijven de coalitie als doodnormaal. Dat is opvallend, omdat de gedoogconstructie voor Nederland ongewoon is. En omdat de deelnemende partijen, als het ze uitkomt, in het openbaar graag de onderlinge afstand onderstrepen. CDA-leider Maxime Verhagen heeft de samenwerking van kabinet met gedoogpartner PVV gekarakteriseerd als een „open lat-relatie”. Maar zij is nauwelijks open, en zeker niet afstandelijk. Gevolg is dat de „open hand” naar de oppositie, die premier Rutte bij zijn aantreden in het vooruitzicht stelde, weinig voorstelt.

Alleen als Wilders geen interesse heeft, zijn oppositiepartijen aan de beurt. En omdat de PVV-leider een neus heeft voor wat ‘scoort’ bij het grote publiek, blijven alleen de onaangenaam geurende restjes over. Die mag de oppositie steunen. Als dank krijgt die vervolgens ook nog eens de hoon van de gedoogpartner over zich heen. „Bedrijfspoedel!”

Dat oogt spectaculair. En zeker, anders dan anders. Maar de werkelijkheid van alledag staat in een traditie van gewone meerderheidscoalities. Een „doodnormale coalitie”, zegt een VVD’er zonder aarzeling.

Waarschijnlijk geldt dat ook voor de toekomst. De bekende tekenen van verval dienen zich voorzichtig aan. Het akkoord verliest langzaam haar bindende werking, zeggen bewindslieden en Kamerleden. „En met de eurocrisis komen we helemaal in uncharted territories” zegt een CDA-Kamerlid. Een nieuwe bezuinigingsronde doemt op, terwijl de makkelijke, moeilijke én onmogelijke bezuinigingen al zijn ingeboekt. Wilders oppert ontwikkelingssamenwerking af te schaffen, tot ergernis van het CDA. De VVD denkt aan extra bezuinigingen in de zorg, tot woede van de PVV. Zijn dat niet de bekende ‘inleidende beschietingen’ in reguliere Haagse coalitieruzies?

    • Derk Stokmans
    • Pieter van Os