2.000 Parisiennes in 10 dagen

„Niet het tuttige.” Eerder stoere of ‘juist foute’ foto’s van Parijs wil het Haagse Fotomuseum tonen met de nieuwe expositie Gare du Nord

Denk aan een zwart-witfoto van een kussende man en vrouw op straat in Parijs. Dan zie je al gauw dat overbekende beeld voor je van Robert Doisneau: De Kus voor het Stadhuis, uit 1950, met die knappe jonge man en vrouw die elkaar vluchtig omhelzen. Maar nee, op deze foto zijn de kussende man en vrouw sjofel en oud. Ze zitten op een morsige stoep, naast hen ligt een uitgetelde vrouw met gehavende geruite sloffen aan. De foto werd gemaakt door de Nederlander Wim van der Linden (1941-2011) in 1961. Je wilt blijven kijken: waarom zitten er verfblikken in die tas aan hun voeten? Wat heeft de vrouw met de sloffen; is ze dronken, ziek of dood?

Dit is ook Parijs. En het zijn juist deze niet zo voor de hand liggende en niet opgepoetste beelden die het Fotomuseum in Den Haag vanaf vandaag laat zien op de expositie Gare du Nord. Nederlandse fotografen in Parijs 1900-1968. Er is een wand met vrouwen en Parijs – natuurlijk, logische combinatie. Maar hier zie je niet de mannequins en andere beeldschone Parisiennes, maar de iets oudere vrouwen. Bijvoorbeeld dat beeld van Nico Jesse, van twee nuffige dames met dunne gestifte lippen, een koket sjaaltje om en ronde zonnebrillen op. Of die gezette vrouw aan zo’n typisch Parijs’ terrastafeltje, die zich onnoemelijk zit te vervelen naast haar man die de krant leest.

„We hebben het tuttige dat fotografie in Parijs kan hebben eruit gehaald”, zegt conservator Wim van Sinderen, die de expositie samenstelde. „We wilden niet de clichés, maar stoere foto’s of juist heel foute.” Hij wijst op de foto van Fred Brommet van een Citroën DS op de Place de la Concorde. Het lijkt een clichéonderwerp, alleen is deze DS tegen een gietijzeren lantarenpaal gereden en helemaal om de paal heen gekreukeld. Terwijl de bovenste stukken van de lantaren op de grond liggen en omstanders zich verdringen om het ongeluk te bekijken.

Parijs was voor Nederlandse fotografen in de eerste helft van de vorige eeuw een aantrekkelijke stad. Er waren fotovakscholen en fotografen als Man Ray, bij wie ze assistent hoopten te worden. Later beroemde namen als Ed van der Elsken, Emmy Andriesse, Paul Huf en Johan van der Keuken trokken naar de lichtstad. „Van der Elsken ging er heen als echte bohémien met een pakje brood van zijn moeder, dat werd opgegeten door de ratten onder de brug waar hij sliep”, zegt Van Sinderen.

Maar er waren ook minder bekende Parijsgangers zoals Nico Jesse, van beroep huisarts. In tien dagen tijd fotografeerde hij 2.000 Parisiennes. Daarvan werden er 143 geselecteerd voor het vrolijke boek Vrouwen van Parijs, met voorwoord van Jean Cocteau. Een aantal daarvan hangt nu op de expositie. Zoals die van een fotomodel dat wordt gefotografeerd in de Jardin des Tuileries – je ziet ook de fotograaf aan het werk. Op de achtergrond staat een oude vrouw met een tros ballonnen, waar een jongen in korte broek er één van uitzoekt.

Er is een mooie foto van Emmy Andriesse uit 1938 van twee buitenlandse studenten in Quartier Latin. Ze zitten strak in het pak en kijken serieus. „Zeker vóór de oorlog waren zwarte studenten voor Nederlanders nog iets aparts”, zegt Van Sinderen. Opvallend is ook de expressieve foto van de Nederlands-Hongaarse Ata Kandó, Gare du Nord, uit 1957. Een jonge vrouw op het perron lijkt verloren tussen mensen die elkaar begroeten of juist haast hebben. Boven hun hoofden hangt stoom.

Op de wand met beroemdheden zie je prins Bernhard, filmend, tijdens het eerste naoorlogse staatsbezoek aan Parijs – een foto van Sem Presser. En een zeventienjarige Brigitte Bardot in balletkleren, van Van der Elsken.

In totaal zijn er beelden van vijftig verschillende fotografen. Fotograaf Cas Oorthuys is met maar twee foto’s vertegenwoordigd, terwijl ook hij veel in Parijs fotografeerde. Het merendeel van zijn werk voldoet niet aan het criterium van Van Sinderen. „Aan de meeste van zijn foto’s loop je schouderophalend voorbij. Steeds clichés.” Behalve dan die foto van een voet van de Eiffeltoren, verscholen in de mist, en die van het Parijse atelier van Piet Mondriaan.

Tot de mooiste beelden behoren de vijftien vintage afdrukken van foto’s van Johan van der Keuken. „Hij was de eerste die niet die romantische kijk had”, zegt Van Sinderen. „Al jong was hij beïnvloed door de Amerikaanse school – zwart en donker.” Van der Keuken fotografeerde het straatleven van Parijs. Twee meisjes die dansen op straat, met zwierende rokken, een man en klein kind kijken toe. Het lijkt een vrolijk beeld, als die straat nou niet zo armoedig zou zijn.

Gare du Nord. Nederlandse fotografen in Parijs 1900-1968; t/m 29 januari. Inl. fotomuseumdenhaag.nl