Zo'n 90 levens kunnen straks worden gered

Voor het eerst gingen artsen samen de strijd aan om de zorg te verbeteren.

In 2015 komt er één ziekenhuis voor kinderen met kanker. Zeven vragen.

De kankerzorg voor kinderen in Nederland wordt geconcentreerd in één nieuw te bouwen ziekenhuis in Utrecht: het Nationaal Kinderoncologisch Centrum Nederland (NKOC). Er ging een bittere machtsstrijd vooraf aan deze keuze voor één ziekenhuis. Het is voor het eerst dat artsen zo de krachten bundelen voor verbetering van de zorg. Een voorbeeld voor andere medische disciplines, die ook meer samen moeten doen om hun kennis en ervaring te vergroten.

Waar ging de strijd om?

Al jaren willen zowel kinderoncologen als ouders van kinderen met kanker één kinderkankercentrum. Een kleine zeshonderd minderjarige patiënten lijden jaarlijks aan een vorm van kanker. De hierin gespecialiseerde artsen kunnen op hun locatie nu weinig ervaring op doen met complexe ingrepen.

Een groot aantal van hen vindt het daarom logisch om de kinderkankerzorg uit de academische ziekenhuizen van Amsterdam, Rotterdam, Groningen, Nijmegen en Utrecht in één nieuw gebouw onder te brengen. Hun bazen, de bestuurders van de academische ziekenhuizen willen dat niet. Kinderoncologie is voor hen een speerpunt. Zij ontlenen er status aan en wilden die zorg niet afstaan. Uiteindelijk hebben zij zich teruggetrokken uit de strijd.

Wilde Amsterdam het centrum niet?

Het leek er eerst op dat het kinderkankercentrum bij het (niet-academische) Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis zou worden gebouwd. Maar dat ging niet door omdat de Amsterdamse academische ziekenhuizen (AMC en VUMC) de noodzakelijke ondersteuning van kindergeneeskundige zorg niet konden of wilden bieden. Omdat in Utrecht een academisch ziekenhuis staat met een kinderziekenhuis erbij, is ervoor gekozen om daar in 2015 het kinderkankercentrum te openen.

Wat betekent dat voor patiënten?

De initiatiefnemers verwachten er de overlevingskansen van kinderen te kunnen verhogen van 75 tot 90 procent. Dat zou jaarlijks ongeveer 80 à 90 levens redden. De familieleden zullen verder moeten reizen, maar dat nemen de meesten op de koop toe als hun kind daarbij is gebaat, zegt de oudervereniging van kinderen met kanker. Het nieuwe kankercentrum, dat naast het Utrechtse Wilhelmina Kinderziekenhuis komt, wordt zo ingericht dat familieleden er lange tijd kunnen doorbrengen.

Gaat het niet om geldbesparing?

Hanneke de Ridder, van de Stichting Kinderoncologie Nederland, zegt van niet. Zij verwacht wel dat het op den duur kosten zal besparen, maar het motief is volgens haar alleen verbetering van zorg. Er is geen vergelijkbaar ziekenhuis waaruit valt af te leiden dat concentratie van deze zorg daadwerkelijk tot een betere kwaliteit leidt. Maar steeds meer artsen vinden dat zij bepaalde handelingen een minimum aantal keer moeten herhalen om het goed te kunnen. De Inspectie voor de Gezondheidszorg vindt ook dat artsen weinig voorkomende, complexe behandelingen minimaal twintig keer moeten doen om fouten te voorkomen.

Wat betekent het voor zorgverleners?

Topprofessionals op verschillende plekken in het land moeten gaan kiezen of ze in Utrecht willen gaan werken. Zij moeten veel gaan reizen of verhuizen. Het betreft niet alleen kinderoncologen, maar ook aanpalende specialisten.

Zo krijgt een kind met darmkanker bijvoorbeeld spijsverteringsproblemen. Daar moet een darmspecialist naar kijken. In het nieuwe kankercentrum zijn 1.000 banen te vergeven, van medisch specialisten tot verpleegkundigen.

Wat zijn de gevolgen voor academische ziekenhuizen?

Daar zal de kinderoncologische zorg waarschijnlijk verminderen. Zorgverzekeraars laten weten dat ze zorg zullen inkopen bij het nieuwe kankercentrum. En niet langer bij de universitair medische centra. „Dat is in lijn met de concentratietrend in Nederland die wij ondersteunen”, zegt een woordvoerder van Zorgverzekeraars Nederland. Dit is een voorbeeld van hoe het nieuwe zorgstelsel volgens de minister van Volksgezondheid moet werken. Zorgverzekeraars kopen alleen nog zorg in bij ziekenhuizen met de beste kwaliteit en prijs.

Geen concurrentie is toch niet goed?

De academische ziekenhuizen zijn tegen concentratie van zorg in één ziekenhuis omdat gebrek aan concurrentie de zorg niet verbetert. Zij zeggen daarom meerdere kinderoncologische centra te willen.

Ook vinden ze het gevaarlijk dat er geen vangnet is voor de zieke kinderen als de zorg in het enige centrum uitvalt, bijvoorbeeld bij de uitbraak van een gevaarlijke bacterie.