Zelfs het geringste opslaan van een oog

Je hoort er nu al niet zoveel meer over en er wordt van alle kanten wat schouderophalend en sceptisch gedaan dus het zal wel niet waar zijn: dat die neutrino’s sneller gaan dan het licht.

Het is een ongemeen fascinerend idee. Niet vanwege het tijdreizen, niets wijst erop dat mensen kunnen reizen als massaloze neutrino’s. Maar vanwege oorzaak en gevolg.

Ik zag in een krant een heel eenvoudig tekeningetje om uit te leggen wat het betekende, sneller reizen dan het licht. En het betekende iets heel ongelooflijks: dat een deeltje 700 kilometer verderop werd waargenomen voor het ontstaan was op de plaats van vertrek. Nu ja, op de bedoelde plaats van vertrek. Op een plaats die dus niet de plaats van vertrek geweest kan zijn.

Dat kan niet. Zo kunnen wij niet denken. Wij, die zonder oorzaken helemaal niet kunnen leven. Hoe zou wat dan ook te verklaren of te begrijpen zijn, als de oorzaken ná de gevolgen kwamen, als die woorden helemaal niets meer zouden betekenen? Dan kon je alleen nog maar ‘en’ zeggen, ‘en het geschiedde’ ‘en toen geschiedde er nog iets’.

In de gedichten van Jorge Luis Borges valt steeds weer op hoezeer hij de wereld als een systeem ziet. Hij schrijft heel vaak over ‘het goddelijk labyrint van oorzaak en gevolg’ en benadrukt steeds dat alles wat er gebeurt, bijdraagt tot alles wat zal gebeuren. „Vandaag/ is overweldigend bijeengekomen/ het weidse vage gisteren: miljoenen/ migraties vogels, mensen, legioenen/ getroffen door het zwaard, Carthago, Rome.”

Alles en alles wat er gebeurd is, heeft op een of andere manier bijgedragen aan vandaag, zoals ook alles wat er nu gebeurt bijdraagt aan morgen. Waardoor dus ook, dat kan niet anders, alles nodig was (De ontelbare zandkorrels van de Ganges./ Zhuang Zi en de vlinder die hem droomt./ De gouden appels van de eilanden./ De stappen in het dolend labyrint./ Het oneindig lijkkleed van Penelope) om, bijvoorbeeld ‘onze handen bij elkaar te brengen’.

Het geeft een zowel opwindende als angstaanjagende dimensie aan het leven. Het angstaanjagende (maar ook geruststellende) is dat er geen ontsnappen is aan wat noodzakelijk zal gebeuren. Het opwindende dat alles in de glans staat van het complete verleden. Opwindend is ook om te denken dat niets er niet toe doet, hoe klein en onbeduidend het ook is.

Al is dat ook weer angstaanjagend. Judith Herzberg schreef daar eens over, in een paar wonderlijk eenvoudige regels die ze een visser laat denken, een visser die maar liever geen acht slaat op wat er in de verte gebeurt, en daar gebeurt heel wat: de val van Icarus is daar te zien. De visser staat stil en geschilderd op het schilderij van Brueghel. „Wat kan ik beter doen dan niets”, denkt de visser: „Zelfs het geringste/ opslaan van een oog haalt onherstelbaar/ overhoop en brengt teweeg en brengt teweeg.”

Zijn dat overdreven dichterlijke gedachten?

Welnee. Richard Dawkins, de evolutiebioloog die bepaald niet gecharmeerd is van zweverij, schrijft precies hetzelfde, in reactie op iemand die zijn voorgeschiedenis laat beginnen bij Napoleon: „Niet alleen Napoleon, maar ook de eenvoudigste middeleeuwse boer hoefde maar te niezen om een uitwerking te hebben op iets dat iets anders veranderde dat, na een lange kettingreactie, tot gevolg had dat een van uw voorouders in spe niet uw voorouder werd, maar die van iemand anders. Ik heb het (…) over de gewone statistieken van oorzaak en gevolg.”

Oorzaken en hun gevolgen helpen ons iets te verklaren en te begrijpen. Ze betekenen ook, als we ze serieus nemen en dat doen we over het algemeen nogal wel zo tamelijk, dat alles gedetermineerd is. Dat klinkt al minder prettig, maar dat komt vooral omdat je bij gedetermineerd zo makkelijk denkt aan ‘voorspelbaar’. Sommige oorzaken hebben uiteraard heel voorspelbare gevolgen, anders waren we niet zo dol op het denken met dat tweetal. De wetenschap doet niet anders dan de oorzaken van gevolgen opzoeken, dat helpt ons de wereld te begrijpen.

Maar als je niet één betrekkelijk kleine reactie isoleert, of niet stopt bij de meest directe oorzaak, dan is het aantal oorzaken oneindig. Een grassprietje buigt, en ik weet waarom: het is de wind. Maar dan opent zich meteen een afgrondelijk perspectief: hoe komt de wind zo te waaien? Hoe komt die grasspriet daar zo te staan? Eindeloos ver kan ik gaan in mijn verklaringen en vast en zeker blijkt Napoleon er ook iets mee te maken te hebben. Maar verklarende kracht hebben die oorzaken dan al lang niet meer.

Als je determinisme serieus neemt, krijgt het weer verrassend veel weg van willekeur. Het is niet voor niets dat Borges spreekt over een ‘labyrint’ en dat hij menigmaal verzucht dat de mens snakt naar een plattegrond van het labyrint.

Maar die plattegrond krijgen we niet. En die willen we strikt genomen ook niet, we willen alleen maar dromen dat die plattegrond bestaat, er naar zoeken, ons inbeelden dat inzicht en overzicht mogelijk zouden zijn.

Die droom zouden die neutrino’s aan stukken slaan. Dus ze moeten wel een vergissing zijn.

    • Marjoleine de Vos