Uitzicht

Er zijn musea waar je niet alleen naartoe moet voor de kunst, maar ook voor het uitzicht. Tate Modern in Londen bijvoorbeeld. Daar heb je van bovenaf een prachtig view over de Theems, met over de brug op de achtergrond St Paul’s Cathedral. Maar hier in Nederland valt ook het een en ander te genieten.

Wie in Arnhem het Gemeentemuseum bezoekt moet zeker even naar de bovenzaal lopen, waar je door een groot raam uitkijkt over de Rijn met zijn uiterwaarden, bomen op de voorgrond, een panorama dat iemand die daar gevoelig voor is de adem beneemt. Ruysdael, maar dan in het echt. Een omweg waard.

Van een heel andere orde is het uitzicht van Museum Belvédère in Oranjewoud. Het is een langwerpig gebouw, ontworpen door architect Eerde Schippers, het ligt als een brug over het water van een kanaal, links en rechts zijn de tentoonstellingsruimten, die geen ramen hebben, alleen bovenlicht, maar het museumcafé boven het water heeft aan beide zijden glas. Aan de achterkant kijk je in de verte op een oud landgoed, half verscholen achter de bomen, mooi, maar toch een beetje gewoontjes, niet meer dan een schilderachtig doorkijkje.

Nee, dan de voorkant. Eigenlijk is er bijna niets te zien, en dat maakt het zo fascinerend. Een stalen brug over het kanaal, daarachter een streep water met wat bomen, de rechte lijnen van de oevers, links een paar iele boompjes en op de voorgrond de drijvende kunststof zwanen van Roger Raveel, op de ruit van het café het logo van museum Belvédère, meer is het niet.

Een prachtig, eenzaam landschap, het best te genieten op een grauwe dag met Hollands weer. Je hebt ‘minimal music’ en dit is ‘minimal landscape’. Woest en ledig. Mijn moeder placht, als ze iets dergelijks onder ogen kreeg, te roepen: „Wat is het hier öde!” Een Duits woord dat in onbruik is geraakt.