'Triest als dit gebouw moet sluiten'

Het in zijn bestaan bedreigde Tropenmuseum wordt veel bezocht door schoolklassen, die er kennis over de wijde wereld komen opdoen. „We hadden niet verwacht dat het hier zo boeiend zou zijn”, zeggen de leerlingen van 4 havo.

Nederland, Amsterdam, 13-10-2011. Koninklijk Instituut voor de Tropen door bezuinigingen in voortbestaan bedreigd. Op woensdag 12 oktober maakte het tv-programma EenVandaag bekend dat het ministerie van Buitenlandse Zaken van plan is de financiering van de culturele pijler van het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) per 1 januari 2013 stop te zetten. Het KIT ontving hierover op dinsdag 11 oktober een brief. Een en ander houdt in dat het Tropenmuseum, het Tropentheater en de afdeling Information & Library Services vanaf 2013 geen financiering meer ontvangen. Al geruime tijd is het KIT in overleg met het ministerie om te bewerkstelligen dat we in deze tijd van bezuinigingen onze missie kunnen blijven uitvoeren. Deze brief komt daarom onverwacht, het ministerie geeft daarin geen enkele toelichting en ook geen handvat voor hoe het verder moet. (bron: Tropenmuseum). Op foto: Het Tropenmuseum, onderdeel van het Koninklijk Instituut voor de Tropen. Foto: Olivier Middendorp

„Het Tropenmuseum is een van de belangrijkste musea van Nederland”, zegt leraar aardrijkskunde Mulder van de Schoter Scholengemeenschap in Haarlem. „Het is triest als dit gebouw moet sluiten. Het is het enige in zijn soort.” Met leerlingen van 4 havo bezoekt hij elk jaar het Tropenmuseum in Amsterdam.

Eigenlijk is dat te weinig. „De collectie is zo rijk, ik zou er elke maand met mijn leerlingen heen kunnen gaan”, aldus Mulder. Gewapend met een vragenlijst bezoeken de leerlingen de afdelingen Nederlands-Indië, Zuidoost-Azië en India. Daan en Floris hebben in schoolboeken weliswaar gelezen over de Nederlandse koloniale tijd, maar nu zien ze in het Koloniaal Instituut voor de Tropen (KIT) aan de Mauritskade daar voor het eerst echte beelden bij, zelfs filmbeelden. „Nu gaat het voor ons leven”, vertellen ze enthousiast. Daan voegt eraan toe: „Ik had niet verwacht dat het hier zo boeiend zou zijn.”

Het is donderdag, in de middag nadat bekend werd dat het ministerie van Buitenlandse Zaken het Tropeninstituut niet langer wil subsidiëren. Staatssecretaris Ben Knapen (Ontwikkelingssamenwerking, CDA) wil geen ontwikkelingsgeld aan een Nederlands museum geven. Volgens André Kraayenga, hoofd communicatie van het museum, „hebben beleidsmakers in Den Haag geen idee van de waarde van het Tropenmuseum”.

Sinds de aangekondigde bezuiniging is in de sociale media volop geprotesteerd tegen dreigende sluiting. Kraayenga hoopt dat het protest dat opklinkt via de nieuwe media „het museum kan redden”.

Hoewel het Tropenmuseum zijn wortels heeft in het Nederlandse koloniale verleden, leeft dat aspect het minst bij de talrijke jonge bezoekers. Per jaar trekt het museum zo’n 200.000 belangstellenden. Zij komen er om kennis te maken met de cultuur van verre landen. Op alle verdiepingen zijn scholieren en studenten met aantekenboeken in de weer: ze bekijken een Chinese draak, bestuderen een oorlogsprauw van de Molukken, een Afrikaanse vruchtbaarheidsgod of proberen het verhaal te raden achter een doodskist in de vorm van een reuzenvis.

Kerstin Wit (18) en Julia Lemaire (22) studeren aan de Amsterdamse Reinwardt Academie voor hun bachelor Cultureel Erfgoed. „De sfeer in dit museum is zó goed”, zegt Kerstin. „Als je in de tentoonstellingsruimte staat over Marokko, dan ben je in Marokko. Wij leren op school hoe we tentoonstellingen moeten maken. Hier doen we ideeën op. Elke hoek biedt weer een verrassing, het is een spannend museum.”

Voor Julia Lemaire heeft het gebouw een bijzondere betekenis: enige tijd terug werd er een fototentoonstelling van haar grootvader Frits Lemaire geopend over een Nederlandse expeditie in 1951-1952 dwars door de Sahara. „Die tentoonstelling liet zien dat het museum niet alleen over de koloniën gaat. Hier is de hele wereld te zien, te horen, te ruiken, te proeven.”

Rondom docente Thea staat een groep Engelssprekende kinderen, afkomstig van de Amsterdam International Community School. Ze is betrokken bij het project Kunstkijkuren en bezoekt met de kinderen de grote musea van Amsterdam. Ze zegt dat de „mixture van culturen dit museum zo bijzonder maakt”. „Als de kinderen in dit museum zijn, dan raken ze helemaal enthousiast”, zegt ze. „De indrukken die ze hier opdoen van verre landen, is voor hen onvergetelijk. De kinderen van de International School komen uit alle werelddelen. Alleen in het Tropenmuseum kunnen ze met elkaar het land waar ze vandaan komen delen.”

Het Tropenmuseum is meer dan een leerschool voor scholieren. Ook wetenschappers en belangstellenden die meer over niet-westerse landen te weten willen komen, weten de weg naar de Mauritskade te vinden. Het KIT beheert een bibliotheek met boeken en tijdschriften over koloniale onderwerpen waarvan de collectie tot het eind van de negentiende eeuw teruggaat. Het aantal objecten en foto’s loopt in de miljoenen.

Fameus is de kaartenzaal. Cartograaf Peter Levi werkt er. „Bij grensconflicten in bijvoorbeeld Afrika of Azië komen de ambassadeurs van beide landen hier de historische kaarten bestuderen. Ik kan ze dan laten zien hoe een bepaalde grensrivier loopt. We beschikken over 27.000 kaarten, waarvan 12.000 dateren uit de jaren tot aan 1950. Daarna is het museum uit de hele wereld kaarten gaan verzamelen. Ook immigratiediensten doen hier onderzoek. Als iemand aangeeft uit een heel klein dorp ergens in een ver land te komen, dan vragen ze aan ons instituut of we het gehucht kunnen vinden. De wijde wereld is hier vertegenwoordigd.”