Sikkelcelanemie genezen

De afwijkende vorm van de rode bloedcellen van muizen met sikkelcelanemie kan gerepareerd worden. Uitschakeling van één eiwit is genoeg om de vorm te herstellen. Dat schrijven Amerikaanse onderzoekers vandaag in het wetenschappelijke tijdschrift Science.

Sikkelcelanemie is een erfelijke aandoening waarbij er een fout is geslopen in het gen dat voor het eiwit bèta-hemoglobine codeert. Door deze mutatie plakken de zuurstof- en kooldioxidetransporterende hemoglobine-eiwitten aan elkaar. De rode bloedcellen krijgen er een met de microscoop zichtbare typische sikkelvorm van. Deze gesikkelde cellen zijn minder goed in het opnemen en afgeven van zuurstof en kooldioxide dan gezonde rode bloedcellen. Vijf procent van de wereldbevolking is drager van defecte hemoglobinegenen. Elk jaar worden er 300.000 baby’s met sikkelcelanemie geboren.

Bij volwassenen bestaat een compleet hemoglobinemolecuul uit twee alfa- en twee bèta-hemoglobinen. Foetussen en pasgeborenen hebben echter gamma-hemoglobinen in plaats van bèta-hemoglobinen. Dit foetale hemoglobinemolecuul is veel efficiënter in het binden van zuurstof dan het ‘volwassen’ eiwit. Hiermee kan de foetus makkelijk zuurstof opnemen uit de bloedstroom van de moeder.

Na de geboorte wordt het gamma-hemoglobine geleidelijk vervangen door bèta-hemoglobine. Voor mensen met sikkelcelanemie zou het in theorie beter zijn als het foetale hemoglobine-gen actief blijft.

Dat dit idee werkt, is nu in levende muizen met sikkelcelanemie aangetoond. Onderzoekers schakelden het eiwit uit dat normaal gesproken de gamma-hemoglobineproductie remt. Het percentage gamma-hemoglobine in volwassen muizen steeg hierdoor van 1 naar 28 procent. Eerdere schattingen gaven aan dat 15 tot 20 procent foetaal hemoglobine genoeg is om de symptomen van sikkelcelanemie te doen verdwijnen. In het bloed van de behandelde muizen waren nauwelijks nog gesikkelde rode bloedcellen te vinden.

De onderzoekers hopen dat hun bevindingen leiden tot een therapie voor sikkelcelanemie. Het met een medicijn uitschakelen van het eiwit is waarschijnlijk moeilijk, omdat het diep in de cel zijn werk doet. Kansrijker is een aanpak waarbij het eiwit wordt uitgezet in de hematopoëtische stamcellen, de voorlopercellen van bloed. Dat kan door die cellen in het lab genetisch te modificeren. Daarna kunnen de cellen terug worden getransplanteerd in de patiënt.