Schultz: CBR mag blijven bestaan

Het CBR mag blijven bestaan. Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen heeft volgens verkeersminister Melanie Schultz van Haegen voldoende verbetering laten zien.

De minister eiste begin dit jaar beterschap van het CBR, dat onder vuur lag wegens onder meer lange wachttijden en chaotische administratie. Uit een onderzoek naar het functioneren van het zelfstandige bestuursorgaan bleek begin dit jaar dat het een puinhoop was bij de administratie en de financiën. Ook had het interne toezicht gefaald.

Schultz eiste daarop dat het bureau in Rijswijk zijn prestaties zou verbeteren, maar ook een versobering van de pensioenregeling, een nieuwe medezeggenschapsstructuur en een statutenwijziging. Aan deze eisen heeft het CBR volgens de minister nu aan voldaan.

In juli dreigde Schultz het CBR zelfs op te heffen en te vervangen. Een drukmiddel, oordeelde parlementair redacteur Oscar Vermeer van NRC Handelsblad toen al, om de voortgang van het CBR te stimuleren. Vermeer zei toen dat het vervangen van het CBR bijzonder onpraktisch was:

“[Dreigen met opheffing] is onderdeel van een tactiek om meer druk te zetten op het CBR. Zo geeft Schultz het signaal dat de organisatie op de goede weg zit, maar dat zij niet snel tevreden is. In januari liet de minister weten bovenop het dossier te zitten en dat er maandelijks gerapporteerd zou worden over de voortgang. Door in oktober met haar definitieve oordeel te komen, geeft ze het CBR nog een paar maanden de tijd. Het CBR bestaat al zo lang, het vervangen zou een hele grote klus zijn.”

Ondanks dat minister Schultz tevreden is met de vooruitgang van het CBR is zij van mening dat er nog veel ruimte is voor verdere verbetering. Zo wil zij dat de klanten van het CBR in de komende periode in toenemende mate gaan merken dat de instelling professionaliseert, meldt persbureau Novum.