Revolutie?

De spontane bezetting van Wall Street door een groeiende menigte opstandigen roept vooral vragen op, zeker nu de opstand overslaat naar Europa. Wat willen ze? Zijn ze een weermiddel tegen de crisis – of juist het symptoom ervan? Laten ze de macht van het volk zien of juist de onmacht?

Bij Occupy Wall Street zijn ze te beschaafd om een bankier aan een lantaarnpaal te hangen

Iedereen voelt dat er iets opmerkelijks gebeurt. Maar wat?

De vergelijkingen zijn niet van de lucht: Tea Party, Arabische Lente – en natuurlijk kwam ook de Franse Revolutie voorbij. Acteurs, journalisten en denkers haasten zich bij de opstandigen aan te sluiten, want de opwinding zelf was al genoeg eh, opwindend. Bij De Wereld Draait Door verklaarde Jelle Brandt Corstius dat hij later liever tegen zijn kinderen wilde zeggen dat hij aan een hopeloos mislukte beweging had deelgenomen dan dat hij onderuitgezakt op de bank was blijven zitten. Anders gezegd, hier moet je bij zijn, ook al weet je niet precies waar je bij bent. Meedoen is belangrijker dan winnen.

Iets dergelijks moet ook de Sloweense turbodenker Slavoj Zizek gedacht hebben: hij sprak de menigte ter plekke toe, gekleed in een revolutionair rood T-shirt. Maar zijn toespraak was vreemd voorzichtig. Hij bevatte meer waarschuwingen dan leuzen.

Hoed je voor de romantiek van de revolte, vat ik het maar even samen. Ga hier niet enkel staan om later tegen je kinderen te kunnen zeggen dat je hier stond. „Carnivals come cheap.” Waar het om ging was wat er gebeurde nadat iedereen weer naar huis was. Je had de aandacht van de wereld, maar daar moest ook iets mee gedaan worden. De boodschap van de protesten was, volgens Zizek, „We are allowed to think about alternatives.”

Ik wil ruimte om over alternatieven na te denken – dat is niet wat de bestormers van de Bastille riepen. Aan dat tamme zinnetje van Zizek zie je al hoe het idee van revolte tegenwoordig doordrenkt is van scepsis en twijfel. We kennen de ideologische desillusies van de babyboomers, vastgelegd in memoires en speelfilms. Het zou prachtig zijn als de Arabische Lente zou slagen, maar je moet blind van optimisme zijn om erin te geloven – in een samenleving zonder stevige maatschappelijke instituties, zoek je houvast bij etnische en religieuze identiteiten. Je zag het bij Joegoslavië, je zag het bij Irak. Er is geen reden te denken dat het in Tunesië en Egypte anders zal zijn.

Hoe kun je in opstand komen, wanneer je niet in opstand gelooft? Schokkend aan de bankencrisis van 2008 was dat er nauwelijks iets veranderde. We zagen talloze bankiers met uitgestreken gezichten een knieval voor de bühne maken, maar hun mentaliteit bleek onaangetast. Ze zaten nog altijd in hun bubble.

Dat maakt woedend – en het is die woede die je ziet bij de Occupy Wall Street-beweging. Men is te beschaafd om een bankier aan een lantaarnpaal op te hangen. Tot nu toe is het enkel de politie die geweld gebruikt. Maar achter dat beschaafde gedrag gaat een knagende onmacht schuil.

Critici van het neoliberalisme als Naomi Klein en Joseph Stiglitz haastten zich naar Wall Street om hun gelijk op te eisen. Ik gun ze hun moment. Alleen: hun scherpe kritiek van het afgelopen decennium is aan de zijlijn gebleven. En heeft geen noemenswaardige invloed gehad op het systeem, er is geen krachtige beweging uit voortgekomen die het systeem zelf te lijf is gegaan. Hun kritiek floreerde bij de weldenkenden – als mode, lifestyle.

Dat is het probleem van de meeste maatschappijkritiek van links. Men voelt zich er goed bij (Neem het niet!), pronkt met bewijzen van het eigen gelijk, maar er gebeurt vooralsnog niks mee. Men blijft hangen in een academisch discours of organiseert universitaire debatten of ludieke manifestaties, maar pogingen om zich werkelijk te organiseren, om werkelijk in te grijpen in het systeem, strandden door een fataal gebrek aan praktisch engagement. Het blijft bij oproepen.

Dat is precies waar Zizek bang voor is – zijn eigen modieuze populariteit. Het is de angst dat alles wat hij bepleit, dat alles waar hij voor staat, zelfs in tijden van crisis geen handen en voeten krijgt.