Proleet vangt boeven

Leif G.W. Persson: De man die de draak doodde. Vertaald door Elina van der Heijden en Kim Snoeijing. Cargo, 397 blz. € 19,90

De onnavolgbare hoofdinspecteur Evert Backström, de schrik van alle competente en intelligente politiemannen en -vrouwen van Stockholm, is terug. En hoe. Criminoloog en schrijver Leif G.W. Persson is steeds verliefder op zijn hoofdpersoon, lijkt het. Persson is de anti-Stieg Larsson – de titel De man die de draak doodde is een verwijzing naar diens werk – terwijl de antihelden en de vaak prozaïsche misstanden in Perssons boeken het tegenovergestelde zijn van die in Larssons idealistische Millennium- trilogie. Na Linda, waarin Backström het onderzoek naar een provinciale moord mocht versjteren en Vrije val, waarin hij er door een antiterreureenheid van moest worden weerhouden de oplossing van de moord op Olof Palme te verknallen, is Backström nu gezet op de moord van een Stockholmse alcoholist.

De geest van Evert Backström werkt aldus: hij is niet dom, maar extreem bevooroordeeld en vol van zichzelf. Vrouwen zijn bef-teven, de gekleurde medemens een roetmop, hijzelf is het enige competente lid van de Stockholmse moordbrigade en met zijn 55 jaren, gespierde lichaam en ‘supersalami’ de lieveling van alle Stockholmse vrouwen die zijn blik waardig zijn. Hierbij zij gezegd dat Backström misschien een dikke nare proleet is, maar dat Persson beslist niet als een proleet schrijft. De taal is onderkoeld geestig en grappig grof en de ideeën van de ellendeling Backström blijken een flexibel instrument om maatschappijkritiek te spuien en een robuuste thriller te componeren. Net als Larsson hakt Persson in op politiek links én rechts, maar met een bottere bijl wegens het hier totále gebrek aan politieke correctheid.

Over de moord op de alcoholist in kwestie kan Backström, met zijn onfeilbare politie-instincten, kort zijn: ‘De ene zuipschuit die de andere vermoordt, moeilijker is het niet.’ Mede doordat hij van zijn lijfarts van drank en cholesterol moet afblijven, is zijn werkelijke inzicht in de zaak nog poverder dan anders.

Het slachtoffer blijkt geen arme alcoholist maar directeur van een schimmige en vermogende holding. Terwijl zijn team weer alles doet om de zaak op te lossen, rechercheert Backström gewoontegetrouw enthousiast de verkeerde kant op met nog meer schade dan in de vorige boeken; er werd nog nooit zoveel geschoten in een Persson. Het aardige van deze zwarte politiekomedie is dat de hoofdpersoon zo’n hyperhufter is dat je deels hoopt dat hij sterft aan zijn schietpartijen. Tegen het verrassende einde blijkt dat Persson, die voldoende en deels serieuze meningen over de Zweedse samenleving heeft om nog menig boek te vullen, echter een manier heeft gevonden om door middel van een onverwacht partnerschap van hoofdpersonen de volgende keer nóg erger te keer te kunnen gaan. Larsson draait zich om in zijn graf.