Op de Balkan heeft Europa veel van zijn glans verloren

Tegensputterende Slowaken hebben Europa een spiegel voorgehouden. Voor veel landen in Zuidoost-Europa, lid of aspirant-lid, oogt de Europese Unie lang niet meer zo aantrekkelijk.

Vanuit Zuid- en Oost-Europa bekeken oogt het Europese huis tegenwoordig een stuk minder aantrekkelijk. De EU is lang niet zo stabiel, welvarend en rechtvaardig als vaak gedacht. De EU is veeleer een verdeelde ruziënde federatie, die steeds nieuwe redenen bedenkt om je buiten te houden. Er wordt wel gepraat over democratie en mensenrechten, maar het draait om geld.

Slowaken hielden de Europese Unie deze week met hun verzet tegen deelname aan het monetaire reddingsfonds een spiegel voor. Wat ‘solidariteit’ betekent hoef je de ex-communisten niet uit te leggen, dat is er vroeger ingestampt. Maar meebetalen aan de pensioenen in een rijker land dat te veel schulden heeft gemaakt, past moeilijk in de definitie, zeggen Slowaakse gepensioneerden. Het was pas echt solidair geweest als hun pensioenen eerst waren verhoogd tot een Europees gemiddelde en hun daarna was gevraagd bij te dragen. Maar zo werkt de EU niet.

In het volgende land dat tot de EU mag toetreden, Kroatië in 2013, is die boodschap doorgedrongen. De Kroaten, als onderdeel van het relatief welvarende en ‘westerse’ Joegoslavië, hadden waarschijnlijk in de jaren negentig als een van de eerste ex-socialistische landen kunnen toetreden. In plaats daarvan moesten ze meerdere toetredingsrondes toekijken hoe anderen hen inhaalden.

Ze zagen hoe de Grieken zich lieten verblinden door subsidies en kredieten en zich in de schulden staken om Duitse producten te kopen, terwijl de Griekse landbouw en industrie de verhevigde concurrentie niet overleefden. Ze zien nu hoe gevestigde EU-landen proberen hun arbeidsmarkten zo lang mogelijk af te schermen voor werknemers uit nieuwe toetreders zoals Roemenen en Bulgaren, maar wel eisen dat die hun markten openen voor hun bedrijven.

Neem Ivan, een Kroaat van 28 die leeft van toerisme en visserij. Hij maakt zich zorgen, vertelt hij in zijn kleine houten boot. Kroatië mag zijn territoriale wateren straks, als het land EU-lid is, niet meer afschermen tegen de grotere boten met sleepnetten uit andere EU-landen. Zijn regering had het in de onderhandelingen over visserij afgelegd tegen de lobby van de Italianen en de Slovenen binnen de EU. Een paar jaar en dan is de zee leeg, voorspelt Ivan.

Het toetredingsproces wordt niet gezien als een onderhandeling tussen gelijkwaardige partijen, die straks beide profiteren. De grote, sterke rijke EU bepaalt de spelregels. En bedenkt zo nodig nieuwe.

Bij de Kroaten dringt langzaam door: de EU is eerst en vooral een vrije markt. Toetreding zal leiden tot schaalvergroting. Kleine ondernemers zullen leningen moeten nemen om te investeren, of de zaak sluiten.

Het is een van de redenen waarom steun voor EU-toetreding in Kroatië de afgelopen jaren laag was, minder dan vijftig procent, en je er overal ‘EU nee bedankt’ posters ziet. ‘We zijn er niet klaar voor’, hoor je veel Kroaten zeggen. Ze hebben het niet over Europese idealen of over de bestrijding van corruptie en democratiseringsprocessen, stokpaardjes van Brussel, maar over hun bedrijven die niet concurrerend zijn. Ze willen niet alleen een afzetmarkt worden, waar verder niets wordt geproduceerd. Ze willen duurzame ontwikkeling.

In theorie wil natuurlijk de hele EU dat, maar in de praktijk profiteert Duitsland zeker zoveel van de EU als Griekenland. En Nederlandse bedrijven een stuk meer van de Roemeense en Bulgaarse markt en de lage lonen daar, dan andersom.

Natuurlijk zijn er Europese subsidies om armere regio’s te helpen verder te groeien en de infrastructuur te verbeteren, zodat de verschillen binnen de EU geleidelijk worden opgeheven. Maar het is een pot geld die op de allerhoogste plank staat. Het lukt de meesten niet erbij te komen.

Het ontgaat de landen aan de buitenrand intussen niet dat Europa in crisis is en dat dit waarschijnlijk hun toetreding zal vertragen. In Servië circuleert inmiddels het jaartal ‘op z’n vroegst in 2020’. Dat is slikken voor de deelnemers aan de protesten die leidden tot de val van Milosevic in 2000 en die dachten dat Europa hen daarna snel in de armen zou sluiten.

„EU, ik heb de buik van je vol”, vatte het `links-liberale Servische tijdschrift Vreme de stemming samen. De steun voor toetreding is gedaald tot 46 procent. „Hoe beter je kijkt, hoe minder fraai de EU er uit ziet”, verklaren de auteurs van het artikel de trend. Serviërs hebben de indruk dat steeds nieuwe politieke eisen worden bedacht. Eerst draaide alles om medewerking met het Joegoslaviëtribunaal. Nu staat ‘Kosovo’ bovenaan de eisenlijst.

Roemenië en Bulgarije zijn de EU als laatste binnen gekomen, maar de ontvangst voelt allesbehalve hartelijk. In tegenstelling tot eerdere toetreders, worden beide landen ruim vier jaar na toetreding nog steeds voortdurend beoordeeld via een ‘controle- en verificatiemechanisme’ dat speciaal voor hen is gecreëerd. En hoewel beide landen met goede rapportcijfers voldoen aan de technische eisen voor toetreding tot de Schengenzone, overheerst het wantrouwen en mogen ze er nog niet bij. De realiteit is ver van de prachtige voorstelling die ze zich van hun Europese toekomst maakten bij toetreding in 2007, vlak voor de financiële crisis het wereldnieuws overnam.

De Griekse demonstraties, leiden in Roemenië tot zelfreflectie. Ook Roemenië had tijdens de crisis miljarden steun nodig van het IMF en de Wereldbank. Ook Roemenië moest in ruil daarvoor diep snijden en hervormen. Dat is gebeurd. Ambtenareninkomens zijn met 25 tot 50 procent verlaagd. Van het absolute minimum van ongeveer driehonderd euro gemiddeld, naar vaak minder dan 200. Per maand.

Maar het aantal protesten stelt, in vergelijking met Griekenland, niets voor. „Waarom zijn wij niet als de Grieken?” vraagt een jonge medewerkster van een ngo zich hardop af. „Zij laten zich tenminste niet zonder protest naar de slachtbank leiden.”