Mijn lieve, lieve liegbeest

Marlen Haushofer: De mansarde. Uit het Duits vertaald door Ria van Hengel. Van Gennep, 208 blz. € 16,90

Marlen Haushofer: Wij doden Stella. Uit het Duits vertaald door Ria van Hengel. Van Gennep, 72 blz. € 9,90.

Telkens herontdekt: dat lijkt het lot van de Oostenrijkse schrijfster Marlen Haushofer (1920-1970). In de jaren tachtig werd ze door de internationale vrouwenbeweging bijna tot icoon verklaard, maar daarna weer snel vergeten. Sinds enkele jaren – na het verschijnen van Daniela Strigls biografie – staat ze echter opnieuw in de belangstelling.

Marlen Haushofer heeft altijd moeten concurreren met haar iets jongere landgenote Ingeborg Bachmann. Beiden waren afkomstig uit de provincie, studeerden in Graz en hadden later in Wenen dezelfde protegés en minnaars. Ook hun werk heeft minstens één overeenkomst: de verwerking van WO II speelt bij beiden een belangrijke rol. Maar verder zijn de verschillen groot, want Bachmanns filosofische en esthetische ambitie ontbreekt bij Haushofer, die nuchter en sober te werk gaat.

Het beroemdste werk van de jonggestorven Haushofer is haar roman De wand (1963), twee jaar geleden als vertaling herdrukt, waarin een vrouw plotseling wordt geconfronteerd met een ondoordringbare wand die haar van de wereld scheidt – een symbool voor haar eenzaamheid. Nu verschijnen er twee werken van Haushofer, die zowel haar sterke kanten alsook haar beperkingen laten zien: de roman De mansarde (1969) en de novelle Wij doden Stella (1958).

De ik-vertelster van De mansarde, een huisvrouw en moeder van twee kinderen, krijgt op een dag anonieme post: aantekeningen die ze zelf zeventien jaar eerder heeft geschreven toen ze een ernstige crisis doormaakte. Eigenlijk wil de vertelster liever niet herinnerd worden aan deze naargeestige periode.

Brandweersirene

Destijds was ze plotseling doof geworden door een brandweersirene, maar de eigenlijke oorzaak was van psychosomatische aard en had alles te maken met haar problematische jeugd; haar jonggestorven ouders konden haar geen liefde schenken, ze voelde zich ‘ongewenst en overbodig’.

Na de plotselinge doofheid werd ze door haar carrièrebewuste echtgenoot gedwongen tot een eenzaam verblijf bij diens ouders, gescheiden van haar driejarige zoon. Later herstelde de vertelster en keerde ze terug bij haar gezin.

Alles in De mansarde draait om de anonieme post die de levensangstige vertelster (ze noemt zich ergens ‘een geschrokken kind’) gedurende één week ontvangt. ’s Avonds trekt ze zich terug in de dakkamer om haar aantekeningen te lezen of om er insecten en vogels te tekenen – ook de mansarde is een symbool voor het isolement van de vrouw.

Deze sombere, bij vlagen uitgesproken pessimistische roman (ergens is sprake van ‘de vruchteloosheid van elk menselijk streven’) bestaat minstens voor de helft uit klaagzangen, waarbij de vertelster vaak een verongelijkte indruk maakt. De andere helft behelst passages over haar gezin of over huishoudelijke karweitjes, fragmenten die een flinke wissel trekken op het geduld van de lezer.

De mansarde behoort dus niet tot de beste werken van Haushofer, ook al omdat het motief van de oorlog en de tijdsomstandigheden (‘de krankzinnigheid die mijn hele generatie heeft aangetast’) niet uit de verf komt. Heel wat beter is daarentegen de tien jaar eerder geschreven novelle Wij doden Stella, die enkele overeenkomsten met de roman laat zien. Opnieuw gaat het over een gezin waarvan de man advocaat is en de vrouw in de huishouding werkt, de beide kinderen zijn nu iets jonger.

De novelle begint als de handeling al achter de rug is. De ik-vertelster maakt gebruik van een vrij weekend om een tragische gebeurtenis van zich af te schrijven: haar man Richard, toch al bekend als rokkenjager, heeft kort daarvoor de inwonende negentienjarige studente Stella verleid en vervolgens in de steek gelaten. Het meisje pleegde zelfmoord. De vertelster voelt zich niet onschuldig, want ze heeft alles zien aankomen en zelfs leuke kleren voor de naïeve Stella gekocht en haar met Richard naar feestjes gestuurd. In feite is de vertelster medeplichtig, daarin ligt de macabere pointe van de titel.

Ambivalent

Deze novelle bevat talloze psychologische en verteltechnische subtiliteiten. Haushofer laat zien hoe ambivalent menselijke gevoelens kunnen zijn. Enerzijds noemt de vertelster haar man een ‘monster’, een ‘liegbeest’ en zelfs een ‘moordenaar’, maar anderzijds is ze bereid om ‘alles te vergeten en me aan zijn grote sterke lichaam toe te vertrouwen, dat [...] ervoor geschapen is lust te nemen en te geven’. Haushofer laat veel in het midden, suggereert slechts, bijvoorbeeld de abortus die Stella wellicht heeft (moeten) ondergaan. Ook de spanning blijft tot het laatst overeind.

Wij doden Stella behoort met De wand tot Marlen Haushofers beste werk – een klein juweel uit de naoorlogse Oostenrijkse literatuur.