Londense beurs Frieze Art Fair: veel neonkunst

De Londense topkunstbeurs Frieze Art Fair biedt nu vooral hedendaagse kunst. Maar de concurrentie is groot, en volgend jaar hoopt de beurs ook rijke klanten te trekken met oude meesters.

Kwamen er weer rellen in Londen? Nee: de protestborden bij het sjieke Regent’s Park in Londen zijn een pr-stunt voor een nieuw kunstbedrijfje. De turbulentie die de woonwijk beleeft is de opening van de negende Frieze Art Fair, de prestigieuze kunstbeurs.

Het upperclassgevoel van de buurt zet zich naadloos voort in de luxueuze gelegenheidspaviljoens, zoals die van hoofdsponsor de Deutsche Bank, waar de entree een allee is die zowel lijkt op een rode loper als op museumarchitectuur.

Net als in de aankleding van het publiek overheerst het goud in de kunst. Een galerie uit Zürich biedt een paar goudkleurige damesschoenen van Hans Peter Feldmann aan voor 15.000 euro. Even duur zijn twee vogelkooien van Fos op een gele standaard. Dat is nog zonder de twee beo’s. „Die zijn geleased”, glimlacht de galerieassistente.

Dat probleem is afwezig bij de opgezette eend met gouden eieren van Javier Tellez, waarvan de prijs geheim blijft: het is die ochtend al verkocht. Rode verkoopstickers, op veel beurzen een teken van succes, zijn op deze beurs net zo afwezig als prijskaartjes. Nog een echelon hoger worden zelfs de kunstenaars niet meer vermeld, blijkt bij Gagosian Gallery. Daar hangt een schildersdoek met een volledige winkelwagen erop gemonteerd, bespat met verf. Het blijkt van Dan Colen te zijn. Gagosian is dan ook de grootste in wat een trend onder galeries is: het openen van wereldwijde vestigingen. Gagosian zit in acht steden. Van de andere honderdzeventig deelnemende galeries zitten er verschillende in twee metropolen, vaak één in Azië. De Moskouse Regina Gallery opende vorig jaar een dependance in Londen, waar veel Russische collectioneurs een tweede huis hebben. Op de Frieze toont het een van de vele neonwerken die de beurs rijk is. This neon sign was made by Vladimir Ustinov for the renumeration of 169.000 rubles luidt dit werk van Claire Fontaine (Ustinov was de neonfabrikant). Het kost 25.000 Britse pond, twee keer zoveel als de minikluis van Fontaine: een gleuf in de muur voor muntstukken die je er niet meer uit kunt halen – een artistiek conceptuele reactie op de kunstmarkt. Regina heeft al wat Russische collectioneurs op de Frieze gespot, toch is Londen niet meer de hotspot voor kunsthandel. De kunstwereld wordt kleiner dus de kunst moet groter, beurzen ook. Frieze heeft een tijdschrift, beeldenpark, events en nevenexposities. Volgend jaar lanceert Frieze een beurs in New York. De Londense Frieze breidt volgend jaar uit met oude meesters. Het ontkent te concurreren met de Maastrichtse Tefaf: de wereldkunstbeurzen spreiden zich netjes over het jaar, zodat de verzamelaars ze allemaal in hun privéjets kunnen afvliegen.

Maar ook als ze een boot willen, kan dat. Op de Frieze is een jacht te koop, een project van de Duitse kunstenaar Christian Jankowski. Hij stelt kopers voor een keus: als ze het als boot kopen, kost het 520.000 euro. Kopen ze het als kunstwerk, met zijn naam op de boeg, kost exact dezelfde boot 625.000 euro. Jankowski zelf is er even niet. „Boten en kunst verkopen is niet heel verschillend”, zegt zijn medewerkster. Denkt ze dat mensen kiezen om het te kopen als boot of als kunst? „Als kunstwerk”, denkt ze. „Dat is als belegging waardevaster. Jankowski is al een héél bekende kunstenaar, hij maakt heel maatschappijkritisch werk.”

Frieze Art Fair, t/m 16 okt, Regent’s Park, Londen. www.frieze.com