Laatste proefapen weg bij TNO

De laatste 31 proefapen van onderzoeksinstituut TNO zijn geofferd aan onderzoek naar posttraumatische stressstoornis. TNO stopt met apenproeven, staat in het jaarverslag Dierproeven. „Er is steeds minder vraag naar apenstudies”, zegt een woordvoerder. „De maatschappelijke druk neemt toe. Wij zoeken actief naar alternatieve onderzoeksmethoden.”

TNO gebruikte sinds 2000 in totaal 67 marmosetapen (klauwaapjes, die oorspronkelijk leven in het Amazonegebied). Hun hersenen werden geanalyseerd voor onderzoek naar de ziekte van Parkinson. Het onderzoeksinstituut gaat nu andere dieren gebruiken om onder andere effecten van medicijnen te testen. Bijvoorbeeld minivarkens. TNO ontdekte dat hun immuunsysteem sterk lijkt op dat van de mens. En zebravissen zullen worden ingezet voor studies naar reproductie.

TNO vermindert al jaren het aantal proefdieren. In 2006 gebruikte het instituut nog bijna 26.000 proefdieren, vorig jaar ruim 12.000. Negentig procent zijn muizen en ratten, maar er werden vorig jaar ook 107 honden, 226 zebravissen en 436 konijnen gebruikt.

TNO is niet het enige instituut dat stopt met apenproeven. Farmaciegigant MSD in Oss besloot onlangs helemaal te stoppen met dierproeven. De Anti Dierproeven Coalitie voert actie om te zorgen dat de tachtig overgebleven proefapen van MSD worden overgebracht naar de opvang van Stichting Aap. Campagneleider Robert Molenaar: „Er is inmiddels echt een trend zichtbaar. De Universiteit van Utrecht is met apenproeven gestopt. De Radboud Universiteit Nijmegen gaat het aantal proefapen terugbrengen. Dat is voor ons de vlag uithangen.”

Het meeste apenonderzoek in Nederland wordt nog altijd gedaan op het Biomedical Primate Research Centre in Rijswijk. Dat gebruikt jaarlijks 200 apen (de helft daarvan sterft als gevolg van de proef). Het centrum richt zich op infectie- en chronische ziektes. Onder andere op drie belangrijke mensendoders: aids, malaria en tbc.