Het zijn gewoon mensen

Op Wall Street, maar ook op het Haagse Malieveld en het Amsterdamse Beursplein zal morgen protest weerklinken.

Wantrouwen bindt hen.

Nederland Den Haag, 20april 2009. Het Malieveld in Den Haag foto: Gerhard van Roon roon/Hollandse Hoogte

„Ze werden helemaal gek van ons”, zegt Gerben (33), een van de initiatiefnemers van Occupy Den Haag. Samen met Hannah (18) en Robert Julius (23) komt hij zojuist uit het overleg met de politie over de morgen te houden demonstratie op het Malieveld in Den Haag.

Daar wil de beweging in navolging van Occupy Wall Street, waar duizenden mensen al weken protesteren tegen bankiers en sociale ongelijkheid, een tentenkamp opslaan. Het protest moet een discussie op gang brengen over hoe de samenleving beter kan worden georganiseerd. En om ieders ideeën daarover een even grote kans te geven is Occupy Den Haag een platte organisatie, zonder hiërarchie.

„Maar de politie vindt dat lastig”, zegt Gerben, een IT’er met halflang haar in leren jack. „We zijn een groep zonder sturing. Dat zijn ze niet gewend. De politie verwacht een opperhoofd, een aanspreekpunt voor als het mis gaat.”

Het punt is: Occupy kent geen aanspreekpunt, heeft geen leiders. Want juist die leiders, 1 procent van de bevolking, hebben het verpest voor de overige 99 procent, zo luidt de slogan van de beweging wereldwijd.

Het maakt het organiseren van een evenement er niet makkelijker op. Zo duurde het gesprek met de politie niet één uur, zoals gebruikelijk bij demonstraties, maar liefst drie. Gerben: „Iedereen ging door elkaar praten. We waren het onderling al niet eens. Dat sloeg over op de politie en de gemeenteambtenaar, die plots ook met elkaar overhoop lagen.” En dat Gerben zich toen noodgedwongen als leider opwierp, „in het belang van de groep”, daar was Robert Julius, ex-student filosofie met ribbroek, het weer helemaal niet mee eens. „Maar goed, ik heb het stilzwijgend geaccepteerd.”

Gerben, Hannah en Robert Julius hebben elkaar nooit eerder ontmoet. Het drietal kent elkaar als respectievelijk ‘Misterx’, ‘Puntjes’ en ‘Wiki’ van het chatkanaal van Occupy Den Haag, opgezet door een 21-jarige IT’er, ‘Beanow’. Met circa honderd anderen discussiëren ze over wat de wereldproblemen nu eigenlijk zijn:

<Argusoog>: wat is democratie?

<Ruben>: open als transparant?

En over hoe de betoging morgen vorm te geven:

<Cyberpolice>: een klein campingtafeltje zou al voldoende zijn.

<Dylan>: heb ik, alleen wel van de hoogte salontafel.

Dag en nacht gaan die gesprekken door, al weken lang. Soms zijn er ‘trolls’, mensen die vervelend doen door bijvoorbeeld te veel CAPSLOCK te gebruiken. Die etters gooit platformbeheerder Beanow er na meerdere waarschuwingen uit.

Maar verreweg de meesten houden het netjes. En nu het bijna zover is neemt het enthousiasme – en daarmee het slaaptekort – alleen maar toe, zegt Gerben. „Vannacht anderhalf uur geslapen. Eerst gepraat over een nieuwe server. Daarna nog een hele discussie over de waarde van vrijheid.”

Protestervaring hebben de meesten op het chatkanaal niet. En of je Grolsch drinkt of krakersbier maakt niet uit: iedereen is welkom. Robert Julius: „Zelfs de politie kijkt mee op de chat, vertelden ze net.”

Overigens willen de drie niet met hun achternamen in de krant. Dat zou de organisatie verzwakken, denkt Hannah, vwo’er met grijze capuchontrui. „Voor je het weet word je gezien als woordvoerder van Occupy. Terwijl: iedereen heeft hier een andere mening. We spreken dus op eigen titel.”

Door al die meningen ging ook het overleg over het gemeentelijk aanmeldformulier van de demonstratie niet over één nacht ijs. Drie dagen duurde de discussie over wat in te vullen bij ‘doel van de demonstratie’ en ‘te verwachten aantal mensen’. Toen om vier uur ’s nachts, vlak voor de deadline, nog steeds vier mensen in één Word-bestand zaten te typen, heeft iemand gedacht: ik verstuur het gewoon. Gerben: „Op hoofdlijnen waren er concessies.”

Het drietal heeft het slaapgebrek ervoor over. Want al zijn ze op het oog verschillend, er zijn ook overeenkomsten. „Wat ons bindt”, zegt Gerben, „is dat we ons niet gebonden voelen aan de samenleving.” Robert Julius: „Ho ho, nu niet in soundbites gaan formuleren”.

Wantrouwen in „mainstream”-media, ook dat lijkt de Occupy-beweging – wereldwijd – te verbinden. Werd deze week op Wall Street een presentator van Fox News door de betogers al massaal uitgemaakt voor ‘leugenaar’, ook Gerben, Hannah en Robert Julius vragen zich af of de media wel „de waarheid” vertellen. Klopt het wel wat het NOS Journaal en nrc.next over de economische crisis berichten? Staan ze niet te veel aan de kant van die 1 procent van de mensheid die het verpesten voor de rest?

Hun kritische houding danken de drie aan hun internetaansluiting. Hannah zit sinds haar vijfde achter de computer en Robert Julius liep op zijn twaalfde al met een modem door het schoolgebouw. „Ik weet niet beter dan dat internet bestaat.”

Sommige deelnemers aan Occupy bezoeken sites als niburu.nl en nujij.nl met alternatieve waarheden over ionosferen en buitenaards leven. Op GeenStijl vinden ze onderwerpen die andere media onbesproken laten. Op Tweakers.net of FOK praten ze over de mogelijkheden van alternatieve financiële stelsels als BITcoin, gebaseerd op online credits. Op ‘conspiracysites’ als 911truth.com en drjudywood.org bekijken ze lezingen van ‘9/11’ die de Amerikaanse regering niet geeft. Velen hebben de Zeitgeist-trilogie gezien, een complotfilm die 11 september aan het christendom en de banken verbindt – sinds de verschijning op YouTube in 2007 al miljoenen keren gedownload.

Of dat wel allemaal waar is? Robert Julius: „Ik weet niet wat klopt. Waar het om gaat: op internet gelden oude machtsstructuren niet. Het gaat niet om uiterlijk of gezag, maar om de inhoud. Dat zie je terug op deze sites: ze zijn transparant, want ze proberen hun beweringen te staven met bewijzen. Teksten staan vol met links naar sites of documenten ter onderbouwing. Dat doen persbureaus niet.”

Zo’n systeem creëert op internet vanzelf nieuwe leiders, denkt Gerben. „Online gaat het allang niet meer om de mooiste websites. Het gaat om de sites met de beste bewijzen, de beste onderbouwing. Die krijgen de meeste followers.”

Het is die ‘internetdemocratie’ die de Occupy-beweging nu overal ter wereld probeert om te zetten naar de echte wereld. Hannah: „Het initiatief met de meeste draagkracht wint. Dat is het idee.” Robert Julius: „Maar je begrijpt, om dit voor elkaar te krijgen hebben we wel meer dan één dag nodig.”

Dan zal Occupy Den Haag het wel eerst moeten winnen van de huidige machthebber. De wetgever heeft overnachten in het openbaar verboden, hoorde het drietal zojuist tijdens het gesprek met de politie. Gerben: „In Madrid kon het wel. En Mubarak in Egypte vond het ook prima. Maar in Nederland heb je voor overnachten een ontheffing nodig.”

Een ontheffing heeft Occupy Den Haag niet. Tenten mogen wel worden opgezet, maar slapen is verboden. Het alternatief, demonstreren tussen zonsopgang en zonsondergang, blijkt lastig omdat de organisatie met de verplichte Dixie-toiletten in de maag zit. Ze zullen die ’s avonds telkens moeten opruimen.

Ook over de locatie van het tentenkamp is nog volop discussie. De eerste keus, het Binnenhof, viel af. Later bleek ook het naastgelegen Plein onmogelijk: er staat al een grote evenemententent. Hannah: „We hadden al gevraagd aan de cafés of ze openbaar wifi hadden.” Grootste kanshebber is nu het Malieveld. Daar staat ook een circus. Gerben: „De artiesten daar mogen er toch ook slapen?”

De politie stelde ook camping Ockenburg voor. Occupy Den Haag gooit het voorstel in de groep.

Demonstreren is ook inzetvan een generatiekloof: Opinie, pagina 16.

Morgen, 15 oktober, strijken op het Malieveld in Den Haag en op het Beursplein Amsterdam demonstranten neer. En, voor zover er iets officieel is aan deze bijeenkomsten: de officiële aanvangstijd is 12.00 uur.