Het succes van solidariteit in crisistijd

Terwijl Standard & Poor’s vandaag de kredietstatus van Spanje verlaagde, laat een Baskische coöperatie zien hoe bedrijven zich met behulp van onderlinge solidariteit door de crisis kunnen slaan.

Toen de Spaanse regering in 2008 nog stellig beweerde dat de mondiale kredietcrisis aan Spanje voorbij zou gaan, wist Andoni wel beter. „Wij hadden begin dat jaar meteen door dat het crisis werd”, vertelt de Baskische fabrieksarbeider, wiens dagelijks werk bestaat uit het in elkaar zetten van koelkasten. „Op de werkvloer zagen we de orders kelderen.” Andoni en zijn collega’s namen eind 2008 daarom een opmerkelijk besluit: iedereen zou afzien van zijn eindejaarsbonus, een vol maandsalaris. De besparing die dit opleverde ging in een sociaal plan. Oudere werknemers konden eerder met de vut en er werd arbeidstijdverkorting ingevoerd.

In veel andere Spaanse ondernemingen zou zo’n snelle, vrijwillige looncorrectie onmogelijk zijn. Als werknemers het zelf al wilden, dan zouden cao’s en vakbonden het wel beletten. Veel Spaanse bedrijven hadden de afgelopen jaren geen andere uitweg dan mensen te ontslaan, waardoor de werkloosheid in Spanje nu is geëxplodeerd boven de 20 procent. Deze massawerkloosheid leidt er toe dat economisch herstel uitblijft en vormde vanochtend voor kredietbeoordelaar Standard & Poor’s een belangrijk argument de kredietstatus van Spanje verder af te waarderen.

Fagor, dat koelkasten en andere huishoudelijke apparaten maakt, is geen normaal bedrijf. Het maakt deel uit van de Mondragón Groep, een coöperatie op katholiek-marxistische grondslag die in 1956 werd gesticht door priester José Maria Arizmendiarrieta. Met de principes van solidariteit, democratie en zelfbestuur die hij propageerde, weet Mondragón in de huidige crisis relatief goed overeind te blijven.

Met ruim 83.000 werknemers is Mondragón de grootste coöperatie ter wereld. In Spanje is ze met een omzet van 14,7 miljard euro (in 2010) de zevende industriegroep van het land. Haar 255 bedrijven zijn actief in zeer uitlopende branches. Van een grote supermarktketen tot een producent van racefietsen waarop Olympische medailles zijn gewonnen. Ook bouwde de groep het Guggenheim-museum in Bibao.

Alle bedrijven – behalve degene die net ingelijfd zijn – zijn zelf ook coöperaties. Van een fabrieksmonteur tot de hoogste leidinggevende: iedereen kan zich inkopen. Op papier werkt men als autónomo, het Spaanse equivalent van de zzp’er. Maandelijks wordt geen loon uitgekeerd, maar een voorschot op de begrote gezamenlijke jaarwinst. De best betaalde manager kan hoogstens zes keer het loon van zijn laagstbetaalde collega verdienen. Via verscheidene inspraakorganen hebben alle leden directe invloed op de bedrijfsvoering. Daarbij telt de stem van elk lid even zwaar.

Toch is het in deze tijden van crisis wel moeilijker de solidariteit hoog te houden. Hoewel de groep als geheel de afgelopen jaren winst bleef maken (176 miljoen euro in 2010), zijn sommige onderdelen veel sterker getroffen door de crisis dan anderen. De arbeidstijdverkorting met behoud van salaris leidt bijvoorbeeld tot scheve ogen. Zo gaat het binnen Fagor slecht met de productielijn voor vaatwassers, waardoor iedereen er al maanden op vrijdag vrij is. Tegelijk lopen de inductiekookplaten zo goed, dat mensen daar vaak op zaterdag moeten werken.

„Ja, daar wordt wel over geklaagd”, zegt Bittor Aranzabal, manager bij Fagor. „We leven in een samenleving waar de verzorgingsstaat vooral voor jongeren vanzelfsprekend is geworden. En waarin vrije tijd als een recht wordt gezien. Maar de meeste mensen lukt het om het bredere belang en de voordelen van een coöperatie te zien.”

Veel normale bedrijven hebben nu vaak maar één optie om hun personeelsoverschot terug te dringen: saneren. „Dan ga je elke dag echt met veel meer stress naar je werk dan hier”, zegt Amaia, die scharnieren aan koelkastdeuren schroeft.

Nu de eurocrisis nieuwe pieken bereikt, loont samenklitten ook. In het kielzog van de overheid is het ook voor bedrijven en banken extreem duur geworden nieuwe leningen af te sluiten. Mondragón heeft weliswaar een eigen, zeer kapitaalkrachtige spaarbank, Caja Laboral, maar die mag en wil niet al haar leningen in de coöperatie steken. ,,Deze zomer wilde geen van onze zeven vaste banken ons geld lenen”, legt directeur Mikel Lezamiz uit tijdens een gesprek in het hoofdkwartier in de heuvels van het stadje Mondragón.

De huidige kredietschaarste leidt in Spanje tot een golf van wanbetaling en faillissementen onder kleine en middelgrote bedrijven. Ook binnen de coöperatie kampen veel bedrijven met acute liquiditeitsproblemen. Via een centrale databank kan de leiding van Mondragón zien waar nog overschotten zitten. Die bedrijven wordt gevraagd een collega in nood geld voor te schieten.

De centrale coöperatie garandeert dat ze het geld terugkrijgen. Dit kan omdat een deel van de winsten wordt afgeroomd en geïnvesteerd in de ontwikkeling van nieuwe bedrijven, innovatie en onderzoek, een eigen universiteit en technische school, maatschappelijke projecten en in een zogeheten solidariteitfonds. Dit laatst fonds wordt nu aangewend voor borgstelling. ,,Het maakt dat er vertrouwen blijft en een domino-effect van wanbetaling wordt voorkomen.”

De aanpak lijkt enigszins op de noodgrepen waarmee wankelende eurolanden worden gestut. Maar net als in de muntunie betreft het een tijdelijke oplossing. Uiteindelijk zullen sommige zwakkere onderdelen binnen de coöperatie het niet redden. ,,Iedereen zal zijn baan behouden. Maar mensen zullen, eventueel na omscholing, wel in een ander bedrijf of een hele andere sector moeten gaan werken. Solidariteit betekent nu vooral dat iedereen zijn best doet competitief te blijven.”