Ganzen dresseer je met speculaas

schiphol 18-08-2001 Vliegtuigspotters kijken langs de polderbaan van Schiphol naar opstijgende vliegtuigen. foto Johannes van Assem

Anne-Gine Goemans: Glijvlucht. De Geus, 414 blz. € 19,90.

Ik weet niet of het woord al bestaat, maar anders zou ik zeggen dat Anne-Gine Goemans met haar eerste twee boeken een nieuw genre heeft geïntroduceerd: de polderroman. De polderroman is een roman over oer-Hollandse onderwerpen als de bollenteelt en de landwinning, en met veel oog voor de mensen die in die polder noest de schrale kost proberen te verdienen.

Ziekzoekers (2007), haar debuut, speelde zich af in Hillegom en omstreken, waar de bollenboeren het op zeker moment moesten afleggen tegen de projectontwikkelaars. Haar tweede roman, Glijvlucht, staat ook in het teken van de tweespalt tussen oorspronkelijke polderbewoners en de ondernemingslust van anderen, ‘de luchthaven’ in dit geval. En vroeger, in de 19de eeuw, zo laat Goemans in een ingelast historisch verhaal fijntjes zien, was het al niet beter.

De gewone plattelanders zijn steeds opnieuw de dupe van de expansiedrift van winstbeluste ondernemers. Hun huizen worden opgekocht, ze worden van hun grond verjaagd of ze mogen voor een hongerloontje graafwerkzaamheden gaan verrichten. Zoals de slaven ooit de piramides in Egypte steen voor steen opbouwden, zo werd de Haarlemmermeer door ‘duizenden polderjongens’ afgegraven.

Goemans groeide op aan de rand van de bollenstreek en woont al jaren in Spaarndam, vlakbij de Polderbaan, die acht jaar geleden in gebruik werd genomen, onder protest van omwonenden en actievoerders. In Glijvlucht valt heel wat kritiek te beluisteren op ‘de luchthaven’ die steeds nieuwe pogingen doet om bewoners te laten vertrekken of te paaien met nieuwe snufjes die de geluidsoverlast zouden beperken. Maar het boek als geheel is zeker geen narrig anti-Schiphol-manifest. Eigenlijk is het juist, met zijn lichte, opgewekte toon, een wonder van nuance.

Goemans laat veel verschillende stemmen horen: vogelliefhebbers en actievoerders, luchthavenhaters en vliegtuigspotters, ‘crashfreaks’ en stoïcijnse types die het leven nemen zoals het is, met herrie, kerosinedampen en al. Enig venijn klinkt door in de passage over bekende Nederlanders die voor de camera verklaarden hoe erg ze gekant waren tegen de Polderbaan, maar van wie de dorpsbewoners niets meer vernamen toen de baan er eenmaal lag. ‘Ze kwamen niet meer langs. De bekende Nederlanders vlogen nu over hun daken.’

Seksbeluste puber

Glijvlucht is een actueel en een historisch boek, een avontuurlijk jongensboek en een zedenschets, een streekverhaal en een ontwikkelingsroman. Hier en daar valt enige invloed van schrijvers als Renate Dorrestein en Maarten ’t Hart te bespeuren. De hoofdpersoon is Gieles, een 14-jarige vogelliefhebber. Aan de ene kant hengelt hij onafgebroken naar aandacht van zijn ouders en andere volwassenen. Aan de andere kant wil hij zich, als seksbeluste puber, juist los maken van al die ouderen.

Vanaf het begin voert hij iets in zijn schild, met de ganzen die hij op het erf houdt. Zijn verwoede pogingen om die ganzen te dresseren, met behulp van veel speculaas, behoren tot de komische hoogtepunten van de roman. Met zijn kunstjes hoopt hij zijn moeder definitief terug te lokken naar huis. Zij vliegt om de haverklap naar Afrika om daar, haar eigen gezin verwaarlozend, arme mensen te leren omgaan met zonne-ovens. Gieles is van mening dat zijn moeder ‘een omgekeerde vogeltrek’ maakt, ‘tegen de stroom in’. De vogels moeten haar wel voor gek verklarenomdat zij naar gebieden gaat waar niets te eten en te drinken is.

Een opvallende bijfiguur in het boek is een 250 kilo wegende man in een scootmobiel die alles van stoomgemalen en inpoldering afweet. Deze ‘bonk spek’ ontpopt zich tot een fijngevoelige figuur met een familiegeschiedenis. Op een vergelijkbare manier blijkt achter een woest ogende Brabantse wegloopster met dreadlocks, piercings en tatoeages een weldenkende, tolerante jongedame schuil te gaan. En ook de pinnige buurvrouw met haar kijfstem blijkt zo haar zachtere kanten te hebben.

Geharrewar

Het ruwe-bolster-blanke-pit-gehalte van Glijvlucht is nogal hoog. Niet iedereen zal gecharmeerd zijn van het wel erg blije slotakkoord waarin, na veel geharrewar en na veel spannende verwikkelingen, alles toch nog op zijn pootjes terecht komt – op een paar dode ganzen na. De dikke man laat zich op de wachtlijst plaatsen voor een maagbandje. Het meisje laat haar dreadlocks afknippen en zich van haar opvallendste tattoos ontdoen. De moeder besluit van verdere hulpverlening aan Afrika af te zien. En de bitse buurvrouw belooft beter gedrag. Liefde en vriendschap zullen hier, nu de scherpe kantjes eraf zijn, gaan bloeien als nooit tevoren, zo is de suggestie.

Ik heb me niet echt gestoord aan al die mooie ontwikkelingen. Ze passen goed in het geruststellende Hollandse wereldbeeld van Glijvlucht. Vooruitgang doet pijn, zo begrijp ik tussen de regels door, maar laat zich met geen stok tegenhouden. Goemans laat zien dat er voor de omwonenden van een landingsbaan, en zelfs voor 19de-eeuwse modderwroeters heus enig levensgeluk is weggelegd. Als ze maar willen. Als de neuzen maar allemaal dezelfde kant op staan. Als de mensen maar bereid zijn tot samenwerking en compromis. Het is zowaar een pleidooi voor het poldermodel, deze polderroman.