Er gebeurde wat

Terwijl ik met mijn kapper over het boksduel De Vries-Kockelmann (klasse zwaargewicht, categorie veteranen) praatte, hoorden we op Radio 1 studiogasten commentaar op dezelfde gebeurtenis geven. Nou, dan mag je wel van ‘het gesprek van de dag’ spreken.

Hoe kon het dat worden? Volgens mij omdat er in de praatprogramma’s op de televisie nooit écht iets gebeurt. Alles wordt eindeloos voorgekauwd, interviews monden meestal uit in wezenloos geflikflooi, waarbij de geïnterviewde zijn laatste boekje, filmpje of welk succesje dan ook mag uitventen. Sven Kockelmann, de KRO-interviewer, doorkruiste die voorspelbaarheid. Hij durfde Peter R. de Vries ook op zijn zwakke kanten aan te pakken. Waarom zou dat niet mogen?

Je hebt me onder valse voorwendselen laten komen, brieste De Vries. En hij haalde triomfantelijk de mail-met-afspraken uit zijn binnenzak. Maar toen bleek juist dat er geen sprake was van valse voorwendselen. In het rijtje van afgesproken thema’s was ook ‘de jacht op de misdaad’ door De Vries opgenomen. Het onderwerp waarover Kockelmann begon – de oude banden van De Vries met topcriminelen – hoort daar wel degelijk bij.

Dat De Vries er zo woedend op reageerde, komt doordat zijn journalistieke achilleshiel vól werd geraakt. Hij wil niet meer herinnerd worden aan die banden, daarom zei hij ook steeds dat het allemaal zo lang geleden was.

De Vries klampte zich aan een bijzaak vast – het tijdstip van een publicatie in zijn blad Aktueel – maar hij reageerde niet op de citaten uit het vernietigende vonnis destijds van het gerechtshof die Kockelmann hem voorhield. Dat hij behoorde tot ‘de coterie’ van gangster Bruinsma, dat hij ‘hand-en-spandiensten’ aan die groepering had verleend en dat er sprake was geweest van een ‘wederzijds profijtelijke relatie’. Allemaal beschuldigingen van De Vries’ collega Bart Middelburg (Het Parool) die volgens rechtbank en gerechtshof niet onrechtmatig waren.

Al na acht minuten begon De Vries te klagen dat de andere afgesproken onderwerpen niet aan de orde kwamen. Komt nog, zei Kockelmann, en hij hield zich aan zijn woord.

Mensen als De Vries zijn niet gewend aan tegenspraak. Op de schaarse kritiek reageert hij meteen met bluf, verbale agressie en juridische dreiging. Als het hem uitkomt, neemt hij het niet zo nauw met de waarheid. Ik spreek uit ervaring.

In 2000 spande hij een kort geding tegen mij aan, omdat ik hem ervan had beschuldigd dat hij via een aantal tv-uitzendingen een leidende rol had gespeeld in de jacht op een (onschuldige) asielzoeker, die de moordenaar zou zijn van Marianne Vaatstra. Daarop ontkende De Vries dat hij in een bepaalde periode uitzendingen aan die zaak had gewijd, terwijl bij nader onderzoek bleek dat er zelfs twee ingelaste uitzendingen waren geweest.

De Vries is gewend zich een weg door het leven te bluffen, maar bij rechters komt hij daar niet altijd mee weg. Ook in dit kort geding maakte de rechter gehakt van De Vries’ verweer; hij sprak van ‘quasi-realististische reconstructies’ en ‘suggestieve paardenmiddelen’.

De Vries is een man met twee gezichten. Aan de ene kant is hij een egotripper, aan de andere kant iemand met serieuze, maatschappelijke betrokkenheid. Zijn makke is dat hij zo graag een man uit één stuk wil zijn, een honderd procent integere bestrijder van het kwaad in de wereld – maar als zulke nobele engelen al bestaan, heten ze toch echt niet Peter R. de Vries.