Elke week alle nieuwe muziek

De Centrale Discotheek Rotterdam is de grootste muziekbibliotheek van Europa. „Bij ons kun je een bredere kijk op muziek krijgen.”

12-01-2011, Rotterdam. Muziekbibliotheek, Centrale Discotheek Rotterdam. Foto Bas Czerwinski

Ze kibbelen over de datum. De eerste cd kwam in 1983 binnen, zegt de 79-jarige Rob Maas. Nee, zeggen de andere medewerkers, hij kwam een jaar eerder, in 1982. Maar over één ding zijn ze het bij de Centrale Discotheek Rotterdam, de grootste muziekbibliotheek van Nederland, wel eens. De eerst cd die ze binnen kregen, was van Abba. En hij wordt tot op vandaag uitgeleend.

De Centrale Discotheek Rotterdam (CDR) bestaat vandaag vijftig jaar. En dat, vond huidig directeur Margreet Teunissen, is reden om de zaak eens grondig te herzien. Want de muziekbibliotheek mag dan de omvangrijkste collectie geluidsdragers van Europa hebben (400.000 cd’s, 300.000 lp’s en 15.000 muziekdvd’s), de vraag is of die dragers nog van deze tijd zijn. De cd is ten dode opgeschreven, vindt ook de oprichter van de CDR, de 79-jarige Maas. En de elpee is nog in trek, maar is toch vooral een niche, voor liefhebbers en verzamelaars. De toekomst van de muziek ligt op internet, zeggen ze ook bij de muziekbibliotheek. „In de wolk”, weet Maas.

En dus heeft de CDR zijn archief gedigitaliseerd. Meer dan vier miljoen tracks telt de digitale catalogus. Vanuit je huiskamer kun je de meeste nummers gedurende dertig seconden beluisteren; op de computers in de bibliotheek kun je ze in hun geheel horen. Wil je een album lenen, dan zet je hem op de bestellijst. Die stuur je naar de balie van de bibliotheek, waarna je de albums kunt afhalen – op een ‘ouderwetse’ cd.

Met de komst van het digitale archief is ook het aangezicht van de CDR veranderd. Verdwenen zijn de bakken met cd’s waar klanten soms uren in rond snuffelden. Daar hebben de computers met de koptelefoons nu een prominentere plek gekregen. De cd’s staan in lange rijen kasten achter de toonbank. En niet alleen daar; op en onder de bureaus van het personeel, in de vensterbanken, op de lunchtafel – overal liggen stapels cd’s.

De hang naar digitale muziek vertaalt zich ook in de uitleencijfers. Het aantal mensen dat een cd in de duizend vierkante meter grote vestiging in Rotterdam leent, is met 10 procent gedaald. Zo’n 250 bezoekers per dag telt de bibliotheek nu, onder wie circa 100 leners. De website daarentegen wordt gemiddeld 160.000 keer per maand bezocht.

De kosten voor de bibliotheek bedragen 2 miljoen euro per jaar. Daarvan nemen Rijk en gemeente zo’n 40 procent voor hun rekening, en ook hoeft de bibliotheek niet voor de huisvesting te betalen. De rest verdient de CDR door de uitleen aan klanten en andere bibliotheken in het land.

Van iedere cd die uitkomt in Nederland, koopt de bibliotheek minimaal een exemplaar. En hoewel de malaise in de muziekindustrie toeslaat, zijn dat nog altijd grofweg 300 verschillende cd’s per week.

De belangrijkste taak van de muziekbibliotheek is het verspreiden van kennis en het geven van informatie, zegt directeur Teunissen. „Mensen kunnen bij ons een bredere kijk op muziek krijgen. Bestel je een cd, dan vraagt de computer of je wellicht deze andere artiest ook leuk vindt. Of de man achter de balie vraagt dat.” Maar dat gebeurt toch ook op andere, commerciële muzieksites? „Ja, maar daar blijf je vaak in hetzelfde hoekje. Wij wijzen je liever op iets onverwachts.”

Al lukt dat niet altijd. Luister maar naar oprichter Maas. Nee, hij heeft nooit privéverzamelaar willen worden. „Het doel is altijd de verspreiding van kennis geweest.”

En wat heeft hij dan in de afgelopen vijftig jaar geleerd? Hoe is zijn muziekkennis verbreed? Nu trekt hij het hoofd tussen de schouders en lacht ongemakkelijk. „Ik houd van klassieke muziek.”

Dat was zo bij de oprichting, op 14 oktober 1961, en dat is nog steeds zo, bij het jubileum in 2011. „Ik heb mijn best gedaan, maar popmuziek kan mij niet bekoren.” Die eerste cd van Abba? Die was niet aan hem besteed.