Een ongekende ruil van één tegen duizend

Negen maanden heeft Israël stil toegekeken hoe de Arabische wereld in beweging kwam. Maar nu heeft premier Netanyahu besloten zelf ook te gaan bewegen. Want zo kan de gevangenendeal met Hamas toch wel worden geïnterpreteerd.

In ruil voor de soldaat Gilad Shalit, die vijf jaar in de Gazastrook door Hamas in gijzeling is gehouden, laat Israël in twee tranches maar liefst 1.027 Palestijnse gevangenen vrij. Onder deze duizend bevinden zich zelfs gevangenen die zijn veroordeeld voor terroristisch geweld.

Het is een traditie dat Israël ver gaat om eigen mensen te bevrijden. ‘Solidariteit’ is voor de Israëlische burgers een hoog goed. Maar dit is ongekend. Een ruil van 1 tegen 1.000 is een hoge prijs voor een land dat in de retoriek het principe van ‘oog om oog, tand om tand’ hanteert.

Dat Netanyahu bereid was die prijs te betalen – en het risico heeft genomen dat Hamas er propagandistisch profijt uit kan trekken – is een signaal. Binnen de Israëlische regering zijn bij het debat daarover diepe tegenstellingen aan de oppervlakte gekomen. Minister Ehud Barak van Defensie, ex-leider van de zieltogende Arbeidspartij, stond tegenover minister Avigdor Lieberman van Buitenlandse Zaken, leider van de extremistisch patriottische en florerende partij Ons Huis Israël, en de orthodoxe Shas.

De keuze die Netanyahu op de valreep heeft gemaakt, geeft aan dat de premier zich nu bewust is van het isolement waarin Israël zich bevindt en dat hij weet dat er weinig tijd rest. Zonder Egypte was de deal met Hamas niet mogelijk geweest. Het is geen toeval dat Israël ook excuus heeft aangeboden voor de dood van zes Egyptische grenswachten, die in augustus omkwamen bij een militaire actie. Of Egypte na de komende verkiezingen een partner blijft, moet blijken. Haast was dus geboden.

Ook Hamas had belang bij tempo. De gettomentaliteit, die Hamas in 2006 in Gaza aan de macht bracht, raakt uitgewerkt. Palestijnen kunnen niet leven van heroïek. Ze willen ook weleens concrete perspectieven.

Maar deze parallelle belangen betekenen niet noodzakelijkerwijs dat ook het ‘vredesproces’ uit het slop zal komen. In Israël zal Netanyahu de woede moeten afkopen met vergaande concessies aan de rechterflank. Het plan om ‘buitenposten’ op Palestijns grondgebied op de Westelijke Jordaanoever te legaliseren, is daarvan een voorbeeld. De weigering van de Israëlische regering de populaire, tot levenslang veroordeelde Fatahleider Marwan Barghouti in de ruil te betrekken, is eveneens tekenend.

Ook voor Hamas trouwens. De fundamentalistische beweging doet alsof ze voor vrijlating heeft geijverd, maar ze vindt het wel rustig dat de potentiële leider Barghouti buiten de Palestijnse politiek blijft.

Deze scepsis neemt niet weg dat Israël een stap heeft gezet. En dat is positief. Zeker als het hierbij niet blijft, al is dat allerminst zeker.