Een onbetekenende mijlpaal

Deze week schoot de AEX-index weer eens door de 300-puntengrens. Goed nieuws? „Beleggers hebben last van roundophobia.”

Was woensdag 12 oktober nou een memorabele beleggingsdag of niet? De AEX-index, hoofdgraadmeter van de Amsterdamse beurs, schoot door de 300 puntengrens heen en sloot nipt daarboven. En dag later werd die vermeende ‘magische grens’ opnieuw gepasseerd, maar toen naar omlaag. En vanochtend waren beleggers weer goed gemutst genoeg om de AEX naar 302 punten te duwen.

Na twee maanden van mineurstemming door de Europese schuldencrisis en het onvermogen van politici om die op te lossen, mogen beleggers zich in elk geval voor even verheugen in een momentje van euforie. Geeft het slechten van een dergelijke mijlpaal hen terecht moed en hoop voor de nabije toekomst? Of is het niets bijzonders? In de afgelopen 15 jaar werd de 300-puntengrens, omhoog of omlaag, al zeven keer structureel doorbroken.

„Beleggers houden van ronde getallen”, zegt Hans Oudshoorn beleggingstrainer bij Alex Vermogensbank. „Ze geven orders af met duidelijke grenzen op 300 of 310 punten. Dus ja, er was deze week wel even een momenten van euforie.”

Toch leidde het maar tot een beperkte aanwas van nieuwe klanten, zegt Oudshoorn. „De groep impulsieve beleggers die alles verkopen als de beurs laag staat en vol instappen als de stemming is klein. De meerderheid is nog erg voorzichtig.” Wel was het aantal transacties in de afgelopen dagen veel hoger dan normaal, parallel aan het handelsvolume op de beurs. Op woensdag en donderdag lag het aantal orders met 129 en 120 miljoen ver boven de 95 miljoen van de dagen ervoor.

„Beleggers hebben last van roundophobia, een obsessie met mooie ronde getallen”, zegt technisch analist en vermogensbeheerder Royce Tostrams. „Maar het zegt helemaal niets, zo blijkt uit alle wetenschappelijke studies die ik ken. 300 punten voor de AEX of 10.000 punten voor de Dow Jones mogen de krant halen en de stemming van particuliere beleggers beïnvloeden, die waardes vormen geen historische mijlpalen.”

Voor Tostrams – die louter met computermodellen naar koersbewegingen kijkt – ligt het kantelpunt in dit roerige beursjaar op een ander niveau: 296 punten. Dat niveau is dit najaar al tweemaal door de markt ‘getest’, zoals dat heet. Even aangetikt, om vervolgens weer terug te vallen. Díe bodem lijkt nu wel gelegd. Het volgende plafond ligt volgens Tostrams berekeningen op 325 punten.

Voor Oudshoorn van Alex is 300 punten pas een nieuwe bodem (na die van ‘266’ in augustus) als de beurs dat niveau een dag of drie weet vast te houden. „Daarna durven we weer naar de volgende hobbel te kijken: 310.”

Anders dan Tostrams is Wilfried Steentjes van Steentjes Vermogensbeheer van de fundamentele analyse. Hij kijkt vooral naar de resultaten en winstverwachtingen van bedrijven. „Het was niet de 300 puntengrens die me voorzichtig hoopvol stemt, maar de eerste bedrijfscijfers over het derde kwartaal. Die waren in het algemeen positief.” Steentjes is in augustus niet onder de indruk geraakt van de beurspaniek die toen heerste en heeft zijn klanten toen niet laten uitstappen. „Maar we zijn pas echt tevreden als de AEX aan het eind van dit jaar weer op de 360 punten staat. Dan is dit slechte beursjaar niet helemaal verloren.”