De politie zag van alles, maar op verboden camerabeelden

Mag de strafrechter in een moordzaak beelden van een verkeerscamera gebruiken die niet bewaard mochten worden?

De Zaak. De strafrechter veroordeelt een man tot 34 maanden cel wegens het ‘wegmaken van een lijk’, hennepteelt, drugshandel en handel in valse merkkleding. De rechter spreekt de verdachte echter vrij van moord of doodslag omdat de politie het bewijs daarvoor verzamelde met beelden uit verkeerscamera’s die illegaal bewaard waren.

Wat is er gebeurd? De politie treft op een verlaten terrein een half verbrand lijk aan en in de buurt een gehuurd busje. Het slachtoffer is doodgestoken en waarschijnlijk gedumpt met het busje. Elders is bij een inval in een hennepkwekerij een bebloed luchtbed gevonden. Het slachtoffer is een medewerker van de hennepkweker – de politie vermoedt dat de kweker hem doodstak. Hij zou met diens busje het lijk hebben vervoerd naar het verlaten terrein. Tegen de politie zegt hij echter dat de man op de bewuste avond met het busje naar huis reed. En dat hij zelf met eigen auto ook naar huis vertrok. Maar de politie toont aan dat dit niet klopt. Zijn verhaal spoort niet met de cameraregistratie. De verdachte zou liegen.

Wat is nu het probleem? Het bewijs berust op de ANPR en Vialis kentekenregistraties, maar is onrechtmatig verkregen. Deze verkeerscamera’s scannen continu het verkeer op gestolen, onverzekerde of anderszins gezochte auto’s. De politie mag alleen de zogenaamde ‘hits’ bewaren. De rest moet na een korte tijd worden weggegooid, om te voorkomen dat de overheid alle bewegingen van heel autorijdend Nederland bewaart. Dat was hier niet gebeurd. Justitie vroeg er toegang toe en vond zo precieze historische gegevens over de auto’s van slachtoffer en verdachte.

Waarom sluit het hof deze gegevens uit als bewijs? Cameragegevens bewaren, mag alleen als de wet dat toelaat. Dat geldt ook voor het gebruik ervan. Dit is dus een ‘onherstelbaar’ vormverzuim. Door het niet wissen van de gegevens is er een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte gepleegd. Gegevens over zijn auto mogen daarom niet worden gebruikt. Voor de auto van het slachtoffer ligt dat anders. De verdachte mag zich voor zijn eigen verdediging niet beroepen op de schending van diens privacy. Het Openbaar Ministerie gaat in cassatie.

Wat zegt de Hoge Raad? Om te beginnen dat een vormverzuim niet altijd tot bewijsuitsluiting hoeft te leiden. De rechter moet de ernst van de fout beoordelen. Hoe verwijtbaar was het verzuim en hoe zwaar zijn de gevolgen? Ook moet de rechter beoordelen of het belang dat de geschonden regel diende (privacy) hier wel een rol speelt. Bij (on)rechtmatig bewijs gaat het immers over het belang van een eerlijk strafproces. De strafrechter is ook niet verplicht om een verdachte te bevoordelen na een gemaakte fout. Al deze factoren moeten expliciet worden besproken. De keuze die de rechter uiteindelijk maakt moet goed worden gemotiveerd. Dat is hier niet gebeurd. Het Openbaar Ministerie wint. Een nieuwe rechter moet nogmaals beoordelen of zoekresultaten uit een illegaal register als bewijs in deze strafzaak mogen dienen. Veroordeling voor moord kan nog steeds.

Folkert Jensma