De poëzie is voor mij de enige brug

Salah Hassan (50) is dichter en hij komt uit Irak.

Hij stelde een bloemlezing samen van moderne Nederlandse gedichten die hij in het Arabisch vertaalde.

zin portret Irakese dichter Salah Hassan, september 2011/ nrc.next

Salah Hassan komt uit Babylon, een Iraakse stad die al in bijbelse tijden de reputatie genoot dat mensen er niet zo best communiceerden. Maar voor Salah is zijn dichtkunst juist het ultieme communicatiemiddel. Met zijn gedichten leverde hij verborgen kritiek op Saddam Hoessein. Vervolgens kon hij er alle eenzaamheid en verwarring in kwijt toen hij zijn land moest ontvluchten. En via zijn gedichten lukte het hem weer een leven op te bouwen in Nederland.

De afgelopen vijf jaar heeft hij gewerkt aan wat hij noemt ‘mijn cadeau aan Nederland’: een bloemlezing van moderne Nederlandse poëzie in het Arabisch, die onlangs in Beiroet verscheen. Er staat werk in van zijn favoriete dichters Rutger Kopland en Judith Herzberg. Maar ook van Annie M.G. Schmidt.

Als ik hem opzoek in zijn flat in Den Haag is hij druk bezig met pakken: hij vertrekt binnenkort voor een tijd naar Irak, waar hij een poëziefestival hoopt op te zetten. Hij houdt van Nederland, maar zijn vaderland blijft aan hem trekken, ondanks dat het er nog steeds niet veiliger is geworden. „Ik leef tussen twee culturen”, zegt hij. „En mijn enige brug is de poëzie.” En: „Ik overdrijf niet als ik zeg dat gedichten alles in mijn leven hebben bepaald.”

Kunt u uitleggen dat gedichten alles in uw leven hebben bepaald?

„Om te beginnen: toen ik nog in Irak woonde, hebben mijn gedichten mijn leven helemaal verwoest. Vanwege mijn kritiek op Saddam ben ik gearresteerd en gemarteld. Ik kwam vrij, maar toen ik me daarna nogmaals uitsprak tegen het regime, belandde ik op de dodenlijst. Alleen omdat iemand mij waarschuwde, kon ik op tijd vluchten. De geheime dienst heeft daarna mijn vrouw en kinderen zozeer geïntimideerd dat zij geen contact meer met mij wilden. Door de poëzie verloor ik dus alles. Maar door de poëzie vond ik ook weer veel terug. Want toen ik als vluchteling in Nederland kwam, kreeg ik al na een jaar een prijs, en werd ik uitgenodigd op poëziefestivals waar ik veel mensen leerde kennen, en ook een mooie vrouw met wie ik een relatie kreeg. Met haar sprak ik 24 uur per dag Nederlands, waardoor ik de taal leerde. De Nederlandse cultuur leerde ik doorgronden door Nederlandse dichters te lezen als Simon Vinkenoog en Remco Campert. En onder hun invloed veranderde mijn eigen poëzie.”

In welke zin veranderde uw poëzie?

„In Irak zijn gedichten altijd serieus, lang en er zitten veel verschillende gedachten in verpakt. Nederlandse gedichten kunnen daarentegen grappig zijn, kort en met maar één simpele gedachte erin. Ik ging daardoor zelf ook korte, grappige gedichten schrijven. Dat was helend, ook omdat ik eindelijk openlijk kon schrijven wat ik dacht. Je hoort weleens dat mensen muziektherapie krijgen, maar ik gaf mezelf poëzietherapie. Want als je gemarteld bent, dan blijft dat bij je. Ik heb nog steeds nachtmerries waarin Saddams zoon Oedai zijn gelaarsde voet op mijn hoofd zet.”

Wat schreef u dan?

„Ik schreef over mijn pijn en angsten en dan was het alsof ik een gesprek met een psycholoog had gehad. Maar ik schreef ook over Nederland: over de zee, die mij altijd inspireerde, en over de mensen, die open waren en die me geen leugens probeerden te verkopen. Maar wat nog helender was, waren de reacties van die mensen. Het gaf me een gevoel van verbondenheid als mensen mijn gedichten mooi vonden. Nederlanders die mijn gedichten lazen, waren geraakt doordat ik op een heel andere manier naar hun land keek.”

Hoe kijkt u dan naar Nederland?

„Dat zit al in kleine dingen. Nederlanders mopperen bijvoorbeeld altijd over hun zomer, maar voor mij is de Nederlandse zomer een groot paradijs. Wat wil je: in Irak is het vijftig graden in de zomer. Daarentegen is de Nederlandse winter ongelofelijk vies en nat. Die heerlijke zomer en die vieze winter, dat hield in dat ik twee verschillende levens in één land leidde. Daar maakte ik dan een gedicht over. Ik schreef ook een gedicht over de Nederlandse weerman die altijd leugens vertelt. Daar moesten de Nederlanders erg om lachen.”

Hoe was het om in Nederland te zitten, terwijl er in Irak een en al oorlog en ellende was?

„Toen de Amerikanen Irak binnenvielen, was dat de verschrikkelijkste tijd van mijn leven. Voortdurend kreeg ik bericht dat er weer een vriend of een familielid van me was omgekomen. Het enige wat ik kon doen was gedichten schrijven. In Irak heb je dikke muren rond de steden en ik beschreef in een gedicht hoe alles in Irak in een dikke muur was veranderd, zelfs de bomen en de vrouwen, en dat ik daardoor zelf ook een beetje een muur was geworden. En hoewel mijn gedichten over Irak gingen, bleken ze universeel, want toen ik ze voordroeg op een poëziefestival in Colombia, kwam er een vrouw naar me toe die zei dat het net was alsof mijn gedichten over Colombia gingen.”

Bent u teruggeweest in Irak?

„Zodra het enigszins veilig was, ging ik terug naar Irak. Mijn naaste familie leefde gelukkig nog en ik was ontzettend blij mijn moeder terug te zien, maar ik herkende mijn eigen land niet meer. Er gebeurden bovendien griezelige dingen. Eén keer ben ik bijna ontvoerd door een stel criminelen die mij aanzagen voor een rijke buitenlander. Een andere keer stapte ik in een taxi waarin een kerel zat die mij met een dreigend gezicht liet zien dat hij een bomgordel droeg. Ik ben als een gek uit die auto gesprongen.”

Het is nog steeds gevaarlijk in Bagdad, maar binnenkort ga je toch weer terug.

„Het blijft mijn land, ik blijf altijd Irakees, dat is mijn identiteit. Mijn lichaam is in Den Haag, maar mijn ziel is in Babylon. De relatie met de mooie vrouw die me Nederlands leerde is voorbij, er is niets wat me weerhoudt. Ik wil graag iets doen voor mijn arme land.”

Wat kun je doen?

„Mijn plan is een poëziefestival op te zetten. Connecties heb ik wel, een aantal van mijn vrienden van vroeger bekleedt nu hoge functies. De laatste keer dat ik in Irak was, heeft de minister van Cultuur mij uitgenodigd voor een gesprek. Toen ik hem mijn plan voorlegde, zei hij: daar is geen geld voor. Kunst wordt in Irak namelijk als luxe gezien. Ik zei: jouw ministerie is het belangrijkste ministerie van Irak. Want ik weet uit eigen ervaring dat kunst een directe levensbehoefte is. Veel Iraakse vluchtelingen hebben zelfmoord gepleegd. Ik ben er nog steeds. En ik heb het overleefd dankzij de poëzie.